CO2-beleid van Nederland is slecht voorbeeld

De Verenigde Staten waren onmiskenbaar de gebeten hond op de mislukte Haagse klimaatconferentie. Met een CO2-productie gelijk aan 24 procent van het wereldtotaal en een jaarlijkse CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking van ruim 20 ton is er geen Westers land dat ongunstiger scoort. De Amerikanen weigeren hun autobenzine duurder te maken dan strikt noodzakelijk, laten de airconditioning permanent draaien en verplaatsen zich binnenslands liever per vliegtuig dan per trein. Toch wilden zij, tot ergernis van velen, de hun opgelegde broeikastaak onbeperkt in het buitenland kunnen uitvoeren. En wensen zij de gestage en niet onbelangrijke CO2-opname van hun welig groeiende bossen en braak liggende akkers af te trekken van de emissie bij de industriële productie.

Geen kwaad woord was er natuurlijk over Nederland met minister Jan Pronk, die zich tevergeefs de benen uit het lijf liep om een succes af te dwingen. Nederland loopt al jaren voorop in broeikas-commotie. Hier werden al emissie-doelstellingen bedacht toen de Amerikanen nog niet eens door hadden dat het water steeg. De afgelopen weken werden de Haagse conferentiegangers meegetroond naar een kolencentrale die hout bijstookte, en naar een groentekas waar de tomaten groeiden op kooldioxide uit een raffinaderij. Holland wijst de weg!

Maar is het Nederlandse broeikasbeleid werkelijk zo vooruitstrevend? Verre van dat. In 1997 stootte Nederland per hoofd van de bevolking 12 ton CO2 uit. Er zijn maar vijftien landen die hoger uitkomen en meer dan de helft daarvan bestaat uit staatjes als Qatar, Bahrein, Koeweit, Singapore en Luxemburg. In feite verkeert Nederland al jaren in het kamp van de VS, Canada en Australië. De Nederlandse uitstoot is onevenredig hoog en zou nog ruim twintig procent hoger zijn als de bunkervoorraden van het internationale vlieg- en scheepvaartverkeer werden meegeteld. Dankzij de bizarre rekenregels van het IPCC (het VN-orgaan dat de broeikaskennis bundelt) blijven die buiten de boekhouding. Nederland is distributieland en koestert `mainports' zonder de CO2-balans te belasten.

Het staat inmiddels vast dat het `oude' broeikasbeleid van Nederland is mislukt. Rond deze tijd had het zeker drie procent minder CO2 moeten uitstoten dan in 1990, maar in werkelijkheid gaat Nederland wel acht of tien procent over dat niveau heen. De Milieubalans 2000 constateerde weliswaar dat de CO2-emissie in 1999 voor het eerst was gedaald, maar dat blijkt te verklaren uit een ongekende toename van elektriciteitsimport. Importeerde Nederland voorheen doorgaans 10 à 15 procent van de stroombehoefte, in 1999 werd dat bijna 20 procent. Geïmporteerde stroom telt niet mee op de CO2-balans en Nederland beperkte de CO2-uitstoot dus op kosten van het buitenland.

Met wat er nog aan elan over was, heeft Nederland vorig jaar aangegeven hoe de nationale Kyoto-doelstelling (zes procent reductie in 2012 ten opzichte van 1990) zou worden verwezenlijkt: de helft moest in het buitenland worden opgeknapt omdat het daar zo goedkoop kan. Binnenslands hoefde de uitstoot dus nog maar drie procent naar beneden. Oud, mislukt beleid is als nieuw verkocht met een verschuiving van de deadline met 12 jaar.Nee, pijnlijker nog. Het Nederlandse klimaatbeleid voor de jaren 2001 tot 2012 is geen CO2-beleid pur sang meer maar volgt de internationaal overeengekomen `meergassenbenadering'. Niet alleen CO2 maar ook methaan, lachgas en een aantal synthetische fluor-gassen worden nu meegeteld, omdat ze bij nader inzien ook een sterk broeikaseffect hebben. De beoogde 3 procents binnenlandse reductie geldt alle gassen. Slechts twee daarvan (CO2 en methaan) staan in direct verband met de overconsumptie, overmobiliteit en verspilling van fossiele brandstof die de kern van het broeikasprobleem zijn, de andere gassen heben daarmee niet of zijdelings te maken.

In de `Uitvoeringsnota klimaatbeleid' van 1999 wordt nu juist voor CO2 en methaan nauwelijks beleid geformuleerd. Voor methaan al helemaal niet (meer), voor CO2 maar mondjesmaat. Wat er aan binnenlandse CO2-emissiebeperking is bedacht zal bij een aanhoudende en aannemelijke economische groei van 3,3 procent of meer, een toename van de CO2-uitstoot opleveren tot ruim tien procent boven het niveau van 1990. De binnenlandse CO2-ambities zijn dus volledig opgegeven.

Nederland besloot zijn internationale verplichtingen tot 2012 vooral uit beheersing van de fluoruitstoot te halen. Het had het `geluk' nogal wat industrie te hebben die fluor uitstoot, en bofte toen die uitstoot nog flink toenam tussen 1990 en 1995, want voor fluor is 1995 het referentiejaar. De Uitvoeringsnota gaat uit van een vermindering van fluoruitstoot met 75 procent. Nederlands broeikasbeleid is fluorbeleid.

Het halfhartige binnenlandse CO2-beleid dat is overgebleven steunt, afgezien van een prijzenswaardige poging tot verdere efficiency-verbetering bij de industrie, op twee pijlers: de emissiebeperking van de kolencentrales (door houtbijstook of overschakeling op aardgas) en de grootschalige introductie van duurzame energie (windmolens en biomassa). Voor verwezenlijking van dit beleid moet een zwaar beroep worden gedaan op de inzet van hout. Hout uit het buitenland, wel te verstaan, want Nederland had nauwelijks bos en het is er, ondanks een ambitieus bosbeleid, ook vrijwel niet gekomen. Het was niet voor niets dat Nederland groeiende bossen niet als `sink' wilde zien.

Zo probeert, of probeerde Nederland zijn broeikasbeleid voor veel méér dan de helft in het buitenland uit te voeren en prefereert het, zoals zo vaak, technologische oplossingen boven een aanpak van de kern van het probleem: de almaar stijgende consumptieve bestedingen (met een evenredig stijgend energiegebruik als gevolg), een niet eindigende toename van het elektriciteitsverbruik en een dolgedraaid automobilisme. Voor zover er al slappe pogingen zijn ondernomen om deze ontwikkelingen te keren, zijn deze mislukt. Het effect van de Regulerende Energiebelasting blijkt onmeetbaar, de verbetering van de handhaving van de maximale snelheid heeft geen resultaat en de Nederlandse automobilist is steeds meer kilometers gaan rijden in steeds zwaardere auto`s. Er is geen sector binnen de Nederlandse maatschappij waarvan de CO2-uitstoot zo is gestegen als die van verkeer en vervoer. Toch wordt er niets wezenlijks tegen ondernomen. Zet men deze povere prestaties af tegen die van de VS dan is de conclusie: de pot verwijt de ketel dat-ie zwart ziet.

Karel Knip is redacteur van NRC Handelsblad