CDA wil debat over De Appel

De Tweede-Kamerfractie van het CDA legt zich niet neer bij de weigering van het kabinet om de Haagse Toneelgroep De Appel in de volgende kunstenperiode 2001-2005 alsnog subsidie te geven, zoals de Tweede Kamer vorige week in een door het CDA ingediende motie vroeg.

Het CDA wil een duidelijke brief van de staatssecretaris van Cultuur, Rick van der Ploeg, over het geld dat het kabinet vorige week ter beschikking stelde voor de kunst in Den Haag. Mocht die brief onvoldoende helder zijn, dan wil de oppositiepartij dat er een nieuw Kamerdebat over De Appel komt, aldus CDA-parlementariër M. Visser-van Doorn, die de motie indiende.

Het CDA vroeg het kabinet om De Appel te laten voortbestaan wegens het grote maatschappelijke draagvlak van het toneelgezelschap. De motie behaalde vorige week een nipte meerderheid van stemmen in de Tweede Kamer.

Tegenstemmers vonden echter dat de motie het Thorbecke-beginsel – waarin wordt benadrukt dat de regering geen inhoudelijk oordeel geeft over de kunsten – geweld aandeed. Het kabinet legde de motie om diezelfde reden naast zich neer, maar kwam wel gedeeltelijk tegemoet aan een andere overweging uit de motie, namelijk dat Den Haag er in de nieuwe Cultuurnota bekaaid afkwam. Het kabinet stelde in totaal vier ton ter beschikking voor nieuwe kunstinitiatieven in Den Haag.

Volgens het CDA is het wel duidelijk dat niets van het geld bij De Appel terechtkomt. De partij vindt nog steeds dat het gezelschap moet blijven bestaan. ,,Van der Ploeg moet met een duidelijke uitleg komen waarom hij de motie naast zich neer legt, anders vragen we een debat aan'', aldus mevrouw Visser.