Bouwstenen voor een nieuw Jeruzalem

De kwestie-Jeruzalem staat een vrede tussen Israël en de Palestijnen in de weg. Toch kende de stad lange periodes van vreedzame coëxistentie. Guido Enthoven ziet uitwegen uit de spiraal van geweld.

De geschiedenis herhaalt zich. Wederom wordt gevochten tussen joden en Palestijnen. De recente onderhandelingen tussen Barak, Arafat en Clinton hebben nauwelijks tot resultaten geleid. Het belangrijkste twistpunt is nog steeds de status en toekomst van Jeruzalem. Jeruzalem heeft – als centrum van verschillende wereldgodsdiensten – een lange geschiedenis van conflicten. Daarbij geldt enerzijds dat Jeruzalem – in het bijzonder de oude stad en de Tempelberg – een sterke religieuze symboolwaarde heeft. Anderzijds gaat het ook om concrete en praktische verschillen van mening over het dagelijks bestuur, beheer en bebouwing van de verschillende delen van de stad in brede zin.

Een duurzame vrede tussen Israël en de Palestijnen kan alleen bereikt worden indien een oplossing wordt gevonden voor de kwestie-Jeruzalem. Een oplossing lijkt echter voorlopig niet in zicht. De voorgeschiedenis, de elkaar uitsluitende aanspraken, het wantrouwen tussen partijen en de geopolitieke aspecten maken dit vraagstuk tot een van de meest complexe uitdagingen van deze tijd.

Tegelijkertijd zijn in de geschiedenis van Jeruzalem lange perioden geweest van pacificatie en compromissen. Blijkbaar was het in bepaalde tijdvakken wél mogelijk om tot vreedzame coëxistentie te komen. Sommigen zien de huidige geweldsexplosie als een langgerekte, pijnlijke barenswee van een nieuw tijdperk. Hieronder worden enkele denkrichtingen verkend die mogelijk perspectief bieden voor een uitweg uit de spiraal van geweld. Het zijn bouwstenen, voor een deel geïnspireerd door het verleden, voor een deel aansluitend bij moderne ontwikkelingen, welke nadere doordenking en uitwerking verdienen.

1. Geen akkoord, maar twee eenzijdige wilsverklaringen. Beide partijen claimen nu de volledige soevereiniteit over belangrijke delen van Jeruzalem. Deze aanspraken sluiten elkaar uit en zijn in een akkoord onverenigbaar. Er liggen echter kansen voor twee eenzijdige wilsverklaringen. Hierbij claimen beide partijen de volledige soevereiniteit over de stad. Tegelijkertijd zijn beide partijen om der wille van de vrede en als uitdrukking van hun oprechte vredeswens bereid om tijdelijk, voor afgebakende periodes, bepaalde delen van deze soevereiniteit binnen bepaalde randvoorwaarden over te dragen aan een andere partij. Die andere partij kan de VN zijn, maar ook de wederpartij.

De randvoorwaarden kunnen betrekking hebben op de volledige en ongestoorde toegankelijkheid van heiligdommen, openbare orde, bebouwing, enz. Het voordeel van een dergelijke constructie met twee eenzijdige wilsverklaringen is dat de extremisten van beide zijden in principiële zin wind uit de zeilen wordt genomen, terwijl het praktisch mogelijk wordt om beide intenties voor het dagelijks beheer `in elkaar te schuiven'.

2. Reiniging en spijt. Alle grote wereldreligies kennen noties over zonde, spijt, vergeving en reiniging. Als in fundamentele zin iets nodig is in het conflict tussen Israël en de Palestijnen, dan ligt het op dit terrein. Er is zoveel leed toegebracht, zoveel gevochten en gemoord, zoveel zinloos geweld uitgeoefend, zoveel pijn geleden, dat een duurzame vrede niet goed denkbaar is zonder hier aandacht aan te geven. Erkenning en spijt kunnen betrekking hebben op gebeurtenissen in de afgelopen 70 jaar: de holocaust (internationale spijtbetuiging), de vestiging in het heilige land door joden en het uitroepen van de staat Israël, de aanvallen door Arabische buurlanden, de bezetting van de Westbank, Gaza en Golan, de terroristische aanslagen en moorden in onder meer München, Shabra en Shatila, de intifada en het neerslaan ervan.

Verzoening is vaak alleen mogelijk door erkenning van het leed dat de ander is aangedaan. Indien de leiders Barak en Arafat een openbare erkenning zouden uitspreken van de pijn en het lijden van de andere partij, zou dat een bijzondere impuls kunnen betekenen voor het vredesproces. Daarnaast kan ook gedacht worden aan een bredere `spijtbeweging', een `erkenningsregister', of aan een Waarheidscommissie als in Zuid-Afrika. Een reinigingsritueel om de ontzaglijke wederzijdse leedtoevoeging uit het verleden enigszins af te spoelen.

3. Experimenten. Er kunnen op verschillende terreinen kleine stapjes voorwaarts worden gezet. Daarbij kan voortgebouwd worden op voorzichtige experimenten (onder meer Neve Shalom) om het wederzijds begrip te vergroten. Een onderwijsproject, waarbij de verschillende achtergronden van het conflict worden geschetst door zowel joodse als Palestijnse onderwijzers. Gemengde busritten naar zowel joodse als Palestijnse nederzettingen en dorpen, met persoonlijke achtergrondverhalen. Buurtprojecten op microniveau, waarbij gezamenlijk afspraken worden gemaakt over beheer en onderhoud van een straat. Kleine stapjes als voorzichtige proeven van vreedzame coëxistentie.

4. Internationaal internet-initiatief. De moderne informatie- en communicatietechnologie biedt nieuwe mogelijkheden om mensen uit verschillende landen te betrekken bij het nadenken over de kwestie-Jeruzalem. Hieraan kunnen Arabieren, Amerikaanse joden, deskundigen en burgers in algemene zin deelnemen. Dit zou bijvoorbeeld langs drie lijnen vorm kunnen krijgen. Er kan ten eerste een virtuele plaats worden gecreëerd voor het uiten en delen van emoties (lijden, afschuw, j'accuse, mededogen). Ten tweede kan ingezet worden op een internetpeiling of `internetraad van advies'. Hierbij worden meningen gepeild rond actuele dilemma's. Ten slotte is het opzetten van een virtuele denktank denkbaar, gericht op het ontwikkelen van beleidsopties rond actuele dilemma's. Een nadrukkelijke verbinding met de lopende onderhandelingen en de stand van zaken is dan wenselijk. Inzet is het ontwikkelen van `variaties op een akkoord'.

5. Vloeiende verdeling van Jeruzalem. Tot dusver wordt bij een eventuele verdeling van Jeruzalem gedacht over een westelijk deel (Israël) en een oostelijk deel (Palestijns). Het is de moeite waard om ook andere mogelijkheden daarin te betrekken. Hierbij kan enerzijds gedacht worden aan een `third trusted party', zoals de VN. Dit sluit aan bij een lopende praktijk op microniveau. In de Middeleeuwen hadden verschillende christelijke kerken (katholiek, Grieks-orthodox, Syrisch-orthodox) een conflict over het beheer van de Kerk van het Heilige Graf in Jeruzalem. Uiteindelijk is gekozen voor een onafhankelijke partij (een vooraanstaande islamitische familie), die tot op de dag van vandaag sleutelhouder van de kerk is.

Daarnaast kan ook een deel van de stad onder gemeenschappelijk beheer van joden en Palestijnen geplaatst worden. Concreet kan gedacht worden aan een raadplegend referendum onder joden en Palestijnen in 2001. De percentages stemmen kunnen het uitgangspunt vormen voor een verdeling van de stad in vier typen beheer: joods, Palestijns, VN- en gemeenschappelijk beheer. De laatste categorie is wellicht het meest interessant. Indien deze beheersvorm goed functioneert, kan het gebied dat onder gemeenschappelijk beheer valt in de loop van de tijd worden uitgebreid.

Deze aanzetten voor nieuwe perspectieven op de kwestie-Jeruzalem staan op gespannen voet met de huidige spiraal van geweld en de daarmee gepaard gaande vijandschap tussen de partijen. Er zal dan ook primair gewerkt moeten worden aan manieren om het geweld te beëindigen. Tegelijkertijd moet wanhopig gezocht worden naar wegen om tot een duurzame vrede te komen; naar bouwstenen voor een nieuw Jeruzalem.

Mr. Guido Enthoven is directeur van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie te Leiden.