Bescheiden leraar

Als schrijver is zijn plek bescheiden, maar zijn bescheidenheid als leraar maakte hem een literaire reus. Zo herinneren collega's de Britse schrijver Sir Malcolm Bradbury, die gisteren op 68-jarige leeftijd aan een hartkwaal overleed.

In zijn romans, waarvan The History Man (1975) en Rates of Exchange (1982) de bekendste zijn, beschreef hij lichtvoetig licht wereldvreemde academici, niet zelden op reis voor de British Council, die Britse cultuur in het buitenland aanprijst. Zulke mensen kende hij als geen ander omdat hij zelf een van hen was. Pas zijn laatste boek, het eerder dit jaar verschenen To the Hermitage, was ,,een ideeënroman'', zei Ian McEwan, de eerste leerling van de cursus creative writing aan de universiteit van East-Anglia in Norwich, Bradbury's belangrijkste erfenis. Kazuo Ishiguro, óók een leerling, en Andrew Motion, de Britse poet laureate die Bradbury's post in Norwich nu bekleedt, herdenken hem vandaag in soortgelijke bewoordingen.

Zijn proza was ,,in balans'' en ,,methodisch maar nooit saai'', schrijft Motion vanochtend in The Guardian. Zijn ,,gave'' was het lesgeven. Om goed te schrijven hoeft je niet te zitten hongeren op een zolderkamer; Bradbury, die in 1970 naar Norwich kwam als hoogleraar Amerikaanse letteren, wilde laten zien dat je het kon leren. Niet met strakke oefeningen of strenge tentamens, maar door je werk te bespreken in ontspannen werkgroepen met andere cursisten.

,,Het was een bevrijdend gevoel dat je bijna alles kon meebrengen'', zegt Ishiguro, bekroond met de Bookerprijs en dit jaar opnieuw genomineerd, ,,of het nu een intense Joyciaanse monoloog was, een gritty portie noordelijk realisme, of een stuk soft porno – [Bradbury] stond erop dat de groep er serieus naar keek en het op zijn eigen merites beoordeelde.'' Die methode was volgens Ishiguro fundamenteel voor ,,het vinden van je eigen stem''.

Met To the Hermitage had Bradbury zijn eigen stem definitief gevonden, erkende hij in augustus nog in een gesprek met Pieter Steinz in deze krant tijdens het jaarlijkse literatuurseminar in Cambridge, waarvan Bradbury óók de geestelijke vader was. Dat boek gaat over de verblijf van de Franse Verlichtingsfilosoof Denis Diderot aan het hof van de despotische tsarina Catharina de Grote in 1773. Maar eigenlijk gaat het over de verhouding geschiedenis en literatuur, waarheid, fictie en de verantwoordelijkheid van de schrijver. ,,History, dat zijn de leugens die het heden vertelt om betekenis te geven aan het verleden'', aldus Bradbury.

Volgens Andrew Motion positioneerde hij zich met zulke ideeën in het hart van alle belangrijke debatten. Over de literatuur, over de literaire kritiek en over het literatuuronderwijs aan de universiteit dat een revolutie doormaakte. Ondanks die volledige baan vond hij de tijd voor beschouwingen, literatuurgeschiedenissen, toneelstukken, tv-scenario's en gemiddeld één roman per tien jaar. Voor iemand die vond dat ,,fictie belangrijker is dan het dagelijks leven'', was het te weinig. Hij had nog drie romans in voorbereiding, zei hij. Die komen er nu niet, maar hij laat veel na.