Strengere dioxinenorm treft visindustrie Europa

Afgelopen donderdag werd een verscherping van de dioxine-norm voorgesteld. Dat zou grote gevolgen hebben voor de visserij in Europese wateren.

Afgelopen donderdag stelde het Wetenschappelijk comité voor voedsel van de Europese Commissie voor om de geldende dioxine-norm aan te scherpen. Volgens de op dit moment geldende norm mag een Europeaan per dag tussen de 1 en 4 picogram (een miljoenste van een miljoenste gram) dioxine per kilogram lichaamsgewicht binnenkrijgen. De nieuwe norm die donderdag door het comité is voorgesteld, ligt op 7 picogram per kilogram lichaamsgewicht per wèèk. De gemiddelde, wekelijkse dioxine-inname van een Europeaan schommelt op dit moment tussen de 8,4 en 21 picogram per kilogram lichaamsgewicht. Boven de nieuwe adviesnorm dus. Loopt de gezondheid van een hele hoop Europeanen nu gevaar?

De geldende EU-norm is met name op basis van dierproeven tot stand gekomen. Bij ratten die hoge doses dioxines kregen toegediend, daalde het aantal spermacellen. De afweer van hun nakomelingen functioneerde slechter dan normaal. Bij rhesusapen die hoge doses dioxines kregen toegediend ontwikkelden zich goedaardige gezwellen in het baarmoederslijmvlies. Ook ging hun leervermogen iets achteruit. Omgerekend zou een mens 12 tot 30 picogram dioxine per dag binnen mogen krijgen, en dat gedurende een periode van 20 tot 30 jaar. Dat is de concentratie waarbij zich bij de mens net geen ziekteverschijnselen voordoen. Nogmaals, dat is op basis van met name dierproeven. Bij de mens kan het natuurlijk net even anders liggen. Daarom heeft men dat getal met een factor tien verkleind. Als extra veiligheid. Daarmee kwam de EU-norm van 1 tot 4 picogram tot stand.

Het wetenschappelijk comité voor voedsel heeft nu geadviseerd om aan de onderkant van die norm te gaan zitten. Als een extra, extra maatregel. Om het zekere voor het onzekere te nemen. Het wetenschappelijk onderzoek naar de lange-termijn risico's van dioxine-inname bij de mens is nog maar pas gestart. Resultaten zijn nu nog niet te geven. Bovendien zijn er in de huidige berkeningen veel onzekerheden. De verschillende landen van de EU voeren hun berekeningen vaak op een andere manier uit, ze verzamelen andere gegevens, en doen dat op verschillende tijdstippen. Vanwege deze onzekerheden, zo schrijft het comité in haar rapport, ,,moet het overwogen worden om de laagste grens, 1 picogram per dag, als een tijdelijke drempel te nemen.'' De aanbevelingen van het comité hebben met name betrekking op het verzamelen van betere gegevens.

Accepteert de Europese Commissie de geadviseerde grens als norm, dan heeft dat waarschijnlijk ingrijpende gevolgen voor de productie van vee- en visvoer. Van de dioxines krijgt de mens 90 procent via zijn voedsel binnen. De belangrijkste bronnen zijn vis, vlees en melk(producten). Maar het hangt er sterk vanaf waar de vis is gevangen of waar de koe heeft gegraasd. Vis uit Europese wateren bevat tien keer zoveel dioxines, dan vis uit de wateren rond Chili en Peru. Ook gekweekte vis bevat veel dioxines, omdat hun dieet veel visvoer bevat. Maar bij carnivore vissen, zoals zalm, paling en forel, bestaat een veel groter deel van het dieet uit visvoer dan bij herbivore vissen.

Carnivore vissen bevatten daarom meer dioxines dan herbivore vissen. Hetzelfde geldt voor koeien die in de buurt van een vuilverbrandingsinstallatie grazen. Drie weken geleden publiceerde het wetenschappelijk comité voor diervoeding van de Europese commissie een rapport over de problemen rond dioxines in veevoer.

Het comité stelt voor om vismeel en visolie van vis uit Europese wateren te vervangen door minder vervuilde ingrediënten. Bovendien zou de productie van veevoer beter gecontroleerd moeten worden. Ook de boer zou extra veiligheidsmaatregelen moeten nemen om dioxinebesmetting tot een minimum te beperken. Hij zou bijvoorbeeld kunnen verhuizen naar een gebied waar weinig industrie is.