Ruimte in de boekenkast

Papieren woordenboeken en encyclopedieën zijn door internet niet langer onmisbaar. De 24-delige Winkler Prins heeft plaatsgemaakt voor een gigantische digitale boekenkast.

Het zijn rare tijden voor makers en uitgevers van woordenboeken en encyclopedieën. Lang hadden zij een monopolie op een bepaald soort informatie. Wie wilde weten wat een woord betekent, hoe het gespeld of gebruikt wordt, keek dat na in een woordenboek, bijvoorbeeld in de Grote Van Dale, het boegbeeld van de Nederlandse lexicografie. Voor diepgravende informatie over onder meer landen, volkeren, geschiedenis, techniek en wijsbegeerte greep men naar een encyclopedie. Na de Tweede Wereldoorlog was er een wildgroei aan encyclopedieën, maar uiteindelijk is er in het Nederlands taalgebied maar één overgebleven die echt de moeite waard is: de Winkler Prins.

Inmiddels is het niet meer vanzelfsprekend om een woordenboek of encyclopedie uit de boekenkast te trekken. In minder dan een decennium is internet volledig ingeburgerd en daarmee heeft iedereen opeens de beschikking over een gigantische digitale boekenkast. Daarin is veel meer informatie te vinden dan ooit in papieren naslagwerken voorhanden was. De kwaliteit van de informatie loopt uiteen van slecht tot zeer goed, maar internet is als bron hoe dan ook actueler dan cd-roms of naslagwerken op papier. Voor makers van woordenboeken en encyclopedieën is dat een zeer ingrijpende ontwikkeling. Met de dag wordt hun monopolie verder aangetast, en uiteindelijk zullen alleen die uitgevers overblijven die adequaat op deze ontwikkeling inspelen.

Wat hebben ze tot nu toe gedaan? In de eerste plaats is het goed om te weten dat er op dit veld slechts weinig spelers zijn. De markt voor Nederlandstalige digitale woordenboeken en encyclopedieën wordt beheerst door Van Dale Lexicografie, Elsevier en (in veel mindere mate) Het Spectrum. Koenen maakt deel uit van het Van-Daleconcern en is nog niet digitaal beschikbaar; Verschueren – de Vlaamse tegenhanger van Van Dale – speelt geen rol van betekenis.

Tot nu toe was Elsevier het alertst. De laatste papieren editie van de Winkler Prins, de negende druk, verscheen tussen 1990 en 1993, maar sinds 1997 verschijnt ieder najaar een nieuwe editie van de WP op cd-rom onder de titel Encarta/Winkler Prins. De eerste jaren werd steeds meer van de papieren editie overgebracht op cd, zodat nu ongeveer zeventig procent van het boek is gedigitaliseerd. Meer zal het niet worden, want volgens de uitgever is het belangrijkste nu overgebracht. Vergeleken met de Encarta/Winkler Prins 2000 heeft de recent verschenen editie 2001 er dan ook nauwelijks nieuwe artikelen bij gekregen. De redactie heeft zich vooral geconcentreerd op het toevoegen van beeldmateriaal en het actualiseren van artikelen. De luxe-editie omvat onderhand drie cd's, maar gelukkig kun je de encyclopedie op je harde schijf zetten, hoewel dit wel 1,2 gigabyte geheugen kost.

Om een voorsprong op internet te houden voegt de uitgever bij iedere editie meer toeters en bellen toe: virtuele rondleidingen, `interactiviteiten', filmpjes, geluidsfragmenten, jaarboeken, van alles en nog wat. Begin dit jaar liet Elsevier een onderzoek doen naar de positie van de Encarta/Winkler Prins in de markt. Uitkomst: gebruikers vonden internet belangrijker als informatiebron maar ook veel chaotischer, en op de vraag of een encyclopedie iets achterhaalds is, antwoordden zij hartgrondig `nee'. ,,We proberen de concurrentie met internet aan te gaan door een steeds sterkere integratie met internet'', aldus uitgever Sander Bekkers. En dus zijn op de encyclopedie steeds meer koppelingen met internet te vinden en kun je maandelijks updates downloaden. Het is zelfs de bedoeling om op de website tweewekelijks korte, nieuwe encyclopedische artikelen aan te bieden over actuele zaken.

Vooralsnog heeft Elsevier succes met deze aanpak: iedere nieuwe editie van de Encarta/Winkler Prins staat maandenlang in de non-fictietoptien. Jaarlijks worden er zo'n 40.000 van verkocht – precieze cijfers wil de uitgever niet geven.

De grootste en beste woordenboekuitgever van ons land, Van Dale Lexicografie in Utrecht, is veel minder alert. Weliswaar is een paar maanden geleden de Grote Van Dale op cd-rom verschenen, maar de zoekmogelijkheden zijn beperkt, en – veel belangrijker – inhoudelijk is het nog steeds een woordenboek van papier. Voor een papieren editie is het logisch om kort en bondig te zijn, voor een digitale versie is dat onnodig. Wie nu in de elektronische Van Dale RSI opzoekt, krijgt als enige toelichting `Repetitive Strain Injury'. Dan weet je natuurlijk nog niks. Opmerkelijker is dat Van Dale nog geen concrete plannen heeft om de opnamecriteria aan te passen. Het hoofdcriterium is nu dat een woord minstens drie jaar in het hele Nederlandse taalgebied moet voorkomen om voor opname in het woordenboek in aanmerking te komen. Bij een digitaal product zou je net zo goed kunnen zeggen dat je woorden en afkortingen die veel in kranten worden gebruikt meteen opneemt, en dat je ze later weer verwijdert als blijkt dat ze in onbruik zijn geraakt. Nu zul je in de Grote Van Dale tevergeefs zoeken naar woorden en afkortingen als ASDL, autodaten, B2B, boxenstelsel, carrier select, dotcom, e-book, fulltext, pre-paid, SMS of UMTS. Het is nog gekker: hoewel er ieder najaar een nieuwe editie van de elektronische Grote Van Dale zal komen, is het volgens de uitgever voorlopig niet de bedoeling om nieuwe woorden, afkortingen, betekenissen en dergelijke toe te voegen; eerst wordt voorrang gegeven aan meer grammatica en woordgeschiedenis (etymologie).

Daarmee dwing je kopers van je product bijna om meer van internet gebruik te maken, waar je met eenvoudige vragen als `wat is RSI' of `wat is UMTS' binnen een paar seconden op een Nederlandstalige pagina zit waar het allemaal duidelijk wordt uitgelegd (met als zoekmachine bijvoorbeeld http://nl.altavista.com/).

Vooralsnog hebben grote woordenboeken en encyclopedieën als de Van Dale en de Encarta/Winkler Prins natuurlijk het voordeel dat ze een grote hoeveelheid goed gestructureerde informatie aanbieden. Maar dat is ook het geval in de Encyclopaedia Britannica, zonder twijfel de beste encyclopedie ter wereld, en die is gratis op het net te raadplegen. Daarnaast zijn er duizenden woordenboeken en naslagwerken op internet te vinden die veel kleiner zijn, maar die goede, specialistische informatie geven. En het zal de meeste gebruikers worst zijn of ze een woord opdiepen uit een groot of een klein bestand, als de informatie maar goed is. Zo kun je voor verklaringen van begrippen op het gebied van internet, mobiele telefonie, kernenergie en nog talloze andere technische onderwerpen veel betere informatie vinden op internet dan in Koenen, Van Dale, Verschueren en alle andere papieren woordenboeken bij elkaar (voor de nieuwste dingen heeft ook de Encarta/Winkler Prins trouwens niet veel te bieden).

Betekent dit dus dat het nauwelijks nog de moeite loont om naslagwerken op cd aan te schaffen? Nee, voor echte heavy users, zoals vertalers, journalisten en wetenschappers kunnen zulke naslagwerken hun geld nog waard zijn, want met producten op cd voorkom je wachttijden op internet, en voor bijvoorbeeld vertalers is het natuurlijk belangrijk om met een groot bestand te werken waarin de informatie onderling is afgestemd. Desondanks is de concurrentie van internet echt moordend aan het worden. De atlassen van Encarta en Wolters-Noordhoff zijn goed, maar op de site van bijvoorbeeld Rand McNally is een atlas te vinden die aan de eisen van de meeste gebruikers zal voldoen. De vertaalwoordenboeken van Van Dale zijn uitstekend, maar voor het eenvoudige werk zullen sommigen genoeg hebben aan www.kramerswoordenboeken.nl/ (waar gratis elf vertaalwoordenboeken te raadplegen zijn). De Encarta/Winkler Prins is een uitmuntende encyclopedie, en doordat je fulltext kunt zoeken kun je allerlei onverwachte verbanden leggen, maar voor wie niet speciaal naar Nederlandse onderwerpen zoekt en voor wie Engels geen probleem is, heeft de Britannica-online ook heel veel te bieden. Enzovoorts, enzoverder.

Zoals gezegd: het zijn rare tijden voor makers en uitgevers van woordenboeken en encyclopedieën.