Opnieuw geen zegen Bloemendaal

De ploeg die dit seizoen nog slechts op papier doet denken aan de geoliede kampioensformatie van weleer, hield gisteren een dubieuze traditie in stand. Bloemendaal, na zes speelronden de risee van de Nederlandse hockeycompetitie, verspeelde andermaal een voorsprong, om na zeventig minuten tot de conclusie te komen dat het in en tegen Den Bosch uiteindelijk blij mocht zijn met een punt: 3-3.

Maar aan zelfvertrouwen geen gebrek bij de ploeg die zich tot dusverre als een grijze muis door de hoofdklasse worstelt. ,,We weten dat we voldoende klasse en kwaliteit in huis hebben om het tij te keren'', verwoordde doelman André Morees de ogenschijnlijk uitgelaten stemming. Om daar meteen aan toe te voegen dat ,,de alarmbel wel is afgegaan, want wij zijn natuurlijk ook niet gek''.

Dat mag ook wel, want zelden beleefde de trotse familieclub zo'n dramatische competitiestart als dit seizoen, waarin het elftal van coach Bert Bunnik geen ontzag meer inboezemt bij de concurrentie. Drie nederlagen, twee gelijke spelen en slechts één zege, op degradatiekandidaat Pinoké, hebben de kampioen van de afgelopen twee jaar doen afglijden naar de achtste plaats op de ranglijst. De achterstand op koplopers HGC, Oranje Zwart en Amsterdam bedraagt negen punten.

Maar van paniek is (nog) geen sprake, zo benadrukte Bunnik gisteren. ,,Pas als iedereen een hekel aan elkaar heeft en de trainingen niets meer voorstellen, maak ik me zorgen. Het probleem is dat we tegenslag op tegenslag te verduren krijgen, met als logische gevolg dat het mentaal gaat knagen bij die jongens. Maar topsport is nooit uitzichtloos'', doceerde de coach, die niettemin moet vrezen dat zelfs hekkensluiter Kampong zondag een geduchte opponent is.

Want het duel tegen Den Bosch gaf voldoende aanleiding tot een kritische zelfanalyse. In de herhaling van de finale van het afgelopen jaar gaf Bloemendaal tot twee keer toe, in beide gevallen op knullige wijze, een voorsprong uit handen. Waarmee het waarachtig leek alsof het dolende elftal het afscheidsfeestje van doelman Ronald Jansen voor de afgezwaaide international van Den Bosch was gisteren een heuse vipbox ingericht niet wilde verstieren.

Bunnik wond zich vooral op over de eerste treffer van Den Bosch, een tip-in van de stick van Timo Bruinsma. Die zou volgens hem niet de vlakke maar de bolle kant hebben gebruikt. Maar tot al te zware beschuldigingen aan het adres van de scheidsrechters liet hij zich niet verleiden. Al zo vaak heeft de Bloemendaal-coach de arbitrage onder vuur genomen dat hij zich ditmaal voor de verandering op de vlakte hield.

Meer zorgen zou Bunnik zich moeten maken over de geringe mentale weerbaarheid van zijn selectie, die dit seizoen niet in staat is om een voorsprong vast te houden. Al in vier van de zes duels liet Bloemendaal, gisteren gehandicapt door de afwezigheid van international Diederik van Weel (schouderblessure), de tegenstanders langszij komen. Gisteren vormde geen uitzondering op die regel. Amper twintig seconden nadat Remco van Wijk de beslissende treffer leek te hebben aangetekend, werd doelman Morees al weer gepasseerd, door een tip-in van Dennis Dijkshoorn.

Na de gelijkmaker verzaakte Den Bosch om de genadeklap uit te delen. Karel Klaver, de opvolger van de opgestapte Jaap Derk Buma, geldt in eigen kring als een groot talent, maar van meeverdedigen heeft de van Hurley overgekomen spits nog nooit gehoord. Zijn directe tegenstander, rechtsachter Gijs Volders, mocht vlak voor tijd zomaar oversteken naar de andere kant van het veld. Zo geschrokken van de vrijgeleide was Volders dat hij vervolgens hoog over schoot en Bloemendaal alsnog met de schrik vrij kwam.

Als verzachtende omstandigheid voor de povere reeks van de laatste weken wees Bunnik gisteren op het zware programma. In de eerste speelronden had zijn elftal het moeten opnemen tegen de nummers twee tot en met zes van vorig seizoen. Wat volgens Bunnik ,,geen toeval'' was en riekte naar ,,een menselijke interventie''. Kortom, een onhandige zet van de bond. ,,Want als ze dan toch een interventie plegen, bescherm dan in elk geval de internationals.''

Uitgerekend die laten het tot dusverre afweten en zij onderstrepen bijna wekelijks dat het olympisch goud een krachtenverslindende onderneming is geweest, zowel mentaal als fysiek. Zo is Teun de Nooijer geen schim meer van de speler die zijn ploeg vorig jaar bij de hand nam in de race om de landstitel. Voor Remco van Wijk geldt hetzelfde. Beiden probeerden de hardnekkige vormcrisis gisteren te bezweren met een (over)dosis werklust. Van Wijk zag die volharding beloond met een treffer, De Nooijer moest zich tevreden stellen met een assist en een spaarzaam technisch hoogstandje.