Oeuvreprijs voor `poëet' Van der Keuken

,,Een filmer is een gebrokene onder de gebrokenen. Hij ziet schoonheid en extase die eigenlijk misplaatst zijn. Hij behoort tot de paradoxale elite die de stem van een ieder tracht te verklanken.'' Met onder meer deze woorden nam Johan van der Keuken zondagavond in de Melkweg in Amsterdam de Bert Haanstra Oeuvrepijs in ontvangst. Van der Keuken (Amsterdam, 1938), is de derde die wordt bekroond met deze prijs van 100.000 gulden, die in 1996 werd ingesteld door het Nederlands Fonds voor de Film en is vernoemde naar de eerste winnaar, Bert Haanstra. In 1998 kreeg Fons Rademakers de prijs.

Van der Keuken noemde zijn bekroning zelf een keer `carrièreprijs'. ,,Zulke begrippen liggen moeilijk bij mensen die de jaren zestig hebben meegemaakt'', zei de gelauwerde toen hij zijn vergissing inzag. Van der Keuken spreekt liever over een `body of work'. ,,Dat klinkt proletarischer.''

Volgens het Fonds moest deze keer een maker van documentaires bekroond worden, die een belangrijke plaats innemen in de Nederlandse cinematografie en ook in het buitenland geroemd worden. De jury, die bestond uit Jeltje van Nieuwenhoven (voorzitter Tweede Kamer), schrijver Anil Ramdas en regisseur Pieter Verhoeff, koos voor Van der Keuken, maar geeft in het juryrapport al aan dat de term documentaire voor deze filmmaker te nauw is. ,,Met zijn oeuvre heeft hij een eigen genre geschapen dat het begrip creatieve documentaire overstijgt.'' De jury noemt Van der Keuken onder meer een `filmisch poëet' met een `associatieve stijl'. Staatssecretaris Rick van der Ploeg, die de prijs aan Van der Keuken overhandigde, plaatste hem in de grote portrettraditie van Rembrandt en Frans Hals.

Er waren veel feestredenaars in de Melkweg, onder wie Remco Campert, J.Bernlef en Lodewijk Crijns, maar Van der Keuken sprak bij deze `lof voor jaren' zelf het indringendst over zijn werk. Hij sprak onder meer over De grote vakantie, zijn laatste film, waarin het feit dat de regisseur aan kanker lijdt een grote rol speelt. In deze film kon hij nog duidelijker dan in zijn eerdere werk zichzelf laten zien als een uniek geval, dat toch gelijk is aan alle anderen. ,,De filmer is er om iets van de verwarring en de zin van het leven zichtbaar te maken.'' Tegen het einde van De grote vakantie vond Van der Keuken een nieuw medicijn tegen zijn ziekte. Zijn euforie daarover is inmiddels getemperd. ,,Ik zal geen 90 worden.'' Van der Keuken sprak zijdelings ook over zijn erkenning in Nederland, die volgens sommigen achterblijft bij die in het buitenland. ,,Als je als filmer een prijs wilt winnen moet je het niet over kunst hebben, want dan vind men je al snel arrogant en pretentieus. Vooral in Nederland.'' Film wordt hier volgens Van der Keuken gezien als `iets van de kermis'. Van der Keuken is nu erg blij met deze `financiële injectie' en de bekroning van zijn kunst.

Tijdens het Idfa zijn een aantal van Van der Keukens films uit de jaren zestig te zien. Dinsdag is er een avond over hem in De Balie.

Aanvang 20u.