Lispelende Hercules

Loenzende ogen. Bête uitdrukking. Halflang haar. Rode mantel om de tengere schouders. Een schuchtere ridder met de onderscheiding van het Gulden Vlies. Zo zie ik Karel V op achtjarige leeftijd. Het portret is vertederend en van een verbluffende eenvoud. Eerste blikvanger op de prestigieuze jubileumtentoonstelling Carolus in het Spaanse Toledo. Enkele weken geleden werd die met veel vertoon geopend ,,in het bijzijn van staatshoofden van de landen die tot het rijk van Karel V behoorden'', zoals deze krant meldde. Koningin Beatrix was ook van de partij.

De bezoeker volgt Karel (Gent 1500) aan de hand van schilderijen, beelden, wandtapijten, manuscripten en prenten. Ik maak kennis met de bleke jongeling op vijftienjarige leeftijd, in een harnas dat zijn grootvader Maximiliaan van Oostenrijk hem schonk. Hij lijkt nog niet in zijn eigen krijgshaftigheid te geloven. Hij is net meerderjarig verklaard en heer der Nederlanden.

In de komende jaren moet hij het gigantische imperium dat hem wordt nagelaten te lijf. Omringd door volgelingen uit de Lage Landen vertrekt Karel naar Spanje om de koningskroon te aanvaarden. En dan naar Aken om zich tot keizer te laten kronen over het Heilige Roomse Rijk.

De middeleeuwse onschuld – vooral van de Vlaamse meesters – zie je in de loop van de tentoonstelling plaatsmaken voor het renaissancistische beeld van de vorst. Karel is niet langer de kwestbare jongeling. Hij is gekleed in een zijden, met bont gevoerde mantel. Breeduit. Hij kijkt langs de toeschouwer heen, terwijl hij de kop van zijn hond streelt. Zijn haar is nu donker en kort. Zijn hazenlip gemaskeerd door een snor. Kin met baard steekt wilskrachtig naar voren, even nadrukkelijk als zijn – door de kleding geprononceerde – geslacht. Titiaan heeft hem zo geschilderd. Karel is gevoelig geworden voor zijn imago.

Hij is de meest geportretteerde figuur van zijn tijd. Kunst interesseert hem nauwelijks maar hij wordt zich alleszins bewust van de propagandistische macht van het beeld. Gaandeweg verandert hij van een dolende ridder in een Zwaard van de Kerk; in een Germaanse en Romeinse Caesar; in een heerser over de wereld.

Ineens sta ik oog in oog met een Azteekse watergodin. Ze kijkt me aan met een vrijpostige blik, beschadigde neus, geschonden bovenlip. Ze zit op haar hielen. Handen op haar knieën. Als een kat die klaar is voor de sprong. Ze lijkt hier verdwaald. Alleen een geïnformeerde bezoeker zal zich realiseren dat Karel nog een rijk in de schoot geworpen kreeg. Hij was amper eenentwintig toen de Spaanse conquistador Cortés het Azteekse keizerrijk (Mexico) aan zijn voeten legde. Maar afgezien van de uit lavasteen gehouwen watergodin en twee kleinere objecten (uit Mexico en Peru) gaat de tentoonstelling liever niet in op de expansiedrift van de Spanjaarden in Latijns Amerika. We zien Karel gloriëren op alle slagvelden van Europa, zonder ingelicht te worden over de bronnen van de goudstroom die zijn oorlogen voedden.

De tentoonstelling schept het beeld dat Karel zich zou wensen: de keizer als sleutelfiguur in de overgang van Middeleeuwen naar Renaissance, met Spanje als centrum in een verenigd Europa avant la lettre. Om dit imago te bevestigen moeten kennelijk enkele hoofdstukken uit de geschiedenis worden overgeslagen. Je komt Luther tegen, maar je ziet niets dat Karels antwoord op de groeiende afvalligheid van de Roomse kerk doet vermoeden. De Inquisitie en haar brandstapels ontbreken.

Het unieke van de tentoonstelling is dat de kunst zich hier meester maakt van een keizer die niet van kunst hield. Schoonheid versluiert de duistere kanten van zijn imperium, waarvan Mexico en de Lage Landen de uitersten vormden. Achter het beeld dat zijn propagandisten ons nalieten, achter de imperator, de klassieke held die Hercules in zijn stamboom liet opnemen, verschuilt zich een – ons door historici geschetste – humorloze, niet al te begaafde, lispelende man, die meende door God ver boven het overige mensdom te zijn verheven.

De beeldschone tentoonstelling, een eerbetoon aan Karel V – onder patronaat van onze staatshoofden vooruitlopend op de Europese eenwording – zou in een selectie die meer recht doet aan de werkelijkheid, een waarschuwing inhouden tegen onverdraagzaamheid, arrogantie en racisme, die het glorieuze beeld van de eenheid van Europa ontluisteren.

De tentoonstelling Carolus is tot 12 januari te zien in het Museo de Santa Cruz, Toledo, Spanje.