Klimaatakkoord was zo dichtbij

Een schrale troost: er komt een vervolgconferentie over het klimaat. Maar zullen de partijen ooit nog zo dicht tot elkaar komen als in Den Haag?

Zelden hebben succes en mislukking zo dicht bij elkaar gelegen als afgelopen zaterdag op de VN-klimaatconferentie in Den Haag. Maar na twee weken onderhandelen op het scherp van de snede verlieten de deelnemers het Haagse Congresgebouw uiteindelijk toch met lege handen.

De afgevaardigden uit 180 landen konden het er niet over eens worden hoe ze in de praktijk de uitstoot van broeikasgassen moeten verminderen, zoals ze in 1997 in het Japanse Kyoto al in beginsel hadden afgesproken. Zelfs een politiek akkoord op hoofdlijnen bleek niet haalbaar.

,,We zijn de slachtoffers en zullen de slachtoffers blíjven van de negatieve gevolgen van een klimaatsverandering'', sprak de Nigeriaanse minister Sani Daura somber namens de G77, een groep van ruim 130 ontwikkelingslanden. Juist zij zullen naar algemene verwachting de meeste last ondervinden van veranderingen in het klimaat in de vorm van verwoestijning en overstromingen.

Een schrale troost voor de circa 7.000 deelnemers in Den Haag is dat de klimaatconferentie vergadertechnisch gesproken slechts is geschorst. Binnen een half jaar zal er waarschijnlijk in Bonn een vervolgconferentie komen om enkele hoopgevende ontwikkelingen van `Den Haag' alsnog te verzilveren.

,,We zien daar een kans op succes'', aldus minister Pronk (Milieubeheer), die de conferentie voorzat. Mocht er bij die gelegenheid serieuze vooruitgang worden geboekt, dan gaan er wellicht voldoende landen tot ratificatie van het Kyoto-protocol over, zodat dit in 2002 in werking kan treden.

De doelstellingen van Kyoto zouden dan nog net zijn te realiseren, meent Pronk. In Japan zegden de EU-staten toe hun uitstoot met 8 procent te zullen verminderen ten opzichte van het ijkjaar 1990, terwijl de VS hun emissies met 7 procent moeten terugbrengen vergeleken met 1990.

Het is echter de vraag of de bijeenkomst in Bonn alsnog in het door velen gewenste akkoord zal uitmonden. Het is immers heel wel mogelijk dat er tegen die tijd een regering-Bush in Washington zetelt, die minder warm loopt voor de klimaatkwestie dan die van Bill Clinton. ,,Veel mensen op deze conferentie zijn daarvan onvoldoende doordrongen geweest'', erkende een teleurgestelde Pronk zaterdagavond.

Met weemoed zal er tegen die tijd wellicht worden teruggedacht aan afgelopen zaterdagochtend. Toen waren de machtigste partijen op de conferentie - de Verenigde Staten en de Europese Unie - vlakbij een akkoord over een van de heetste hangijzers: de vraag of landen het CO2 absorberend vermogen van hun bossen en landbouwgronden mogen aftrekken van hun verplichting de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Met het protocol van Kyoto in de hand, hamerden de VS, Canada en Japan op het meetellen van zulke `sinks'. De EU bleef hier echter tot op het laatst zeer huiverig voor, met voorop de Duitse milieuminister Jürgen Trittin en achter hem ook de Franse minister Dominique Voynet, die namens de EU sprak.

Een Brits compromisvoorstel, dat de kloof tussen de VS en de EU leek te kunnen dichten en waarover premier Blair volgens sommige bronnen speciaal met president Clinton belde, stuitte echter opnieuw op weerstand binnen de EU. Het voorstel zou onvoldoende zijn doorgerekend.

Daarmee was het lot van de conferentie feitelijk bezegeld. Na een nieuwe langdurige EU-sessie stormde Britse delegatieleider, John Prescott, plotseling uit de vergadering naar zijn hotelkamer. ,,Er is geen akkoord'', brieste hij. ,,Het is bijzonder jammer. Ik ben er kapot van.'' Gisteren voegde Prescott hier voor de Britse televisie nog aan toe dat Voynet te moe was geweest om de EU goed te vertegenwoordigen. Ook het gebrekkige Engels van de Franse minister zou haar parten hebben gespeeld.

,,We konden niet meer concessies doen'', verklaarde echter Trittin, die toegaf dat een akkoord binnen handbereik had gelegen. Voynet bleef er gisteren op haar beurt in een Franse zondagskrant bij dat het voorstel van Prescott een slechte deal zou zijn geweest. ,,Het zou verkeerd zijn geweest om ons daarniet tegen te verzetten.''

Toen de Amerikaanse delegatieleider Frank Loy vervolgens zaterdagmiddag een laatste poging wilde wagen een akkoord te bereiken, bleken de EU-staten daarin tot zijn diepe teleurstelling niet langer geïnteresseerd. Naar verluidt lagen ditmaal onder meer Zweden, Spanje en Italië dwars, waardoor de EU-onderhandelaars niet over een mandaat konden beschikken.

De EU-ministers probeerden na afloop de onderlinge verdeeldheid zoveel mogelijk te verdoezelen en weigerden bijzonderheden te geven over de laatste cruciale fase van de onderhandelingen. ,,De milieuministers van de EU zijn meer gewend om hard met elkaar te onderhandelen dan om dat als gezamenlijke groep met de buitenwereld te doen'', sprak een woordvoerder uit een EU-staat. ,,Ze hebben de zaak te weinig met een strategische blik bekeken.''

Volgens staatssecretaris Benschop (Buitenlandse Zaken), onderhandelaar namens Nederland, waren er overigens wel meer onopgeloste problemen overgebleven. Hij noemde de vraag hoeveel van de reductie van de CO2-uitstoot de landen via maatregelen in eigen land moeten verwezenlijken en hoeveel ze via goedkopere maatregelen in minder ontwikkelde landen mogen realiseren. Andere bronnen meldden echter dat dit geen voornaam breekpunt meer was.

De niet-gouvernementele milieu-organisaties beoordeelden de uitkomst op hun eigen wijze. ,,Het is een schandaal om geen akkoord te sluiten als je zo dicht tot elkaar bent gekomen'', stelde Sible Schöne, klimaatexpert van het Wereld Natuur Fonds. Hij beschuldigde de EU en in het bijzonder Trittin ervan slecht te hebben onderhandeld.

Greenpeace, dat alle compromisvoorstellen van welke partij ook als onvoldoende van de hand had gewezen, oordeelde dat economische belangen ten onrechte zwaarder hadden gewogen dan klimaatbescherming. De organisatie meent dat de Haagse klimaatconferentie ,,de geschiedenis ingaat als de meest contraproductieve tot nu toe.''

Dat blijft overigens te bezien. Op een aantal punten wisten de congresgangers overigens wel degelijk vooruitgang te boeken. Zo werden ze het in principe eens over de oprichting van twee fondsen om de ontwikkelingslanden te helpen bij het opvangen van de gevolgen van een verandering in het klimaat. Voynet hoopt nog binnen een paar maanden met nieuwe voorstellen te komen, waardoor de kwestie van de `sinks' alsnog met de VS kan worden geregeld.