`In '75 geen druk op Paramaribo'

Oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking Pronk bestrijdt dat hij in 1975 samen met toenmalig premier Den Uyl de onafhankelijkheid van Suriname heeft doorgedrukt.

Volgens Pronk is de onafhankelijkheid destijds tot stand gekomen op verzoek van een democratisch gekozen meerderheid in Suriname en was hierover binnen het kabinet Den-Uyl geen onenigheid, zo zei Pronk gisteren in het tv-programma Buitenhof.

Pronk reageerde op kritiek van de vroegere ministers Lubbers en Van der Stee. Beide toenmalige KVP'ers beweren in een boek over het Nederlandse dekolonisatiebeleid dat er bij de PvdA sprake was van ,,een heilige drang'' om Suriname onafhankelijk te maken en dat er sprake was van een `tweemans-show' van Den Uyl en Pronk. Volgens Pronk had het streven van het kabinet ook de steun van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, de anti-revolutionair De Gaay Fortman, die verantwoordelijk was voor Surinaamse zaken.

Pronk vindt overigens nog altijd dat Nederland `te laat' was met het verlenen van onafhankelijkheid aan de voormalige kolonie. Hij benadrukte dat Suriname in de jaren zeventig een van de weinige landen in de wereld was die nog geen onafhankelijkheid hadden verworven. Hij zei dat het de ambitie was van de Nederlandse regering om de onafhankelijkheid van Suriname beter te laten verlopen dan de soevereiniteitsoverdracht aan de vroegere kolonie Indonesië, eind jaren veertig. Dat in Suriname in de jaren na de onafhankelijkheid ernstige problemen ontstonden, noemde Pronk ,,een historisch onafwendbaar proces'', waar het land ,,doorheen moet om volwassen te worden''.