Iets te vieren

Romantiek is in deze stad met succes verslagen. Als je iets te vieren hebt, een kwart eeuw liefde bijvoorbeeld, kun je geen kant op, tenzij je genoegen neemt met een etentje in een hotel, waarbij je jezelf steeds in de arm moet knijpen om te beseffen dat je niet in Zürich bent, of in Bonn. Dat zijn ook erge steden. We vertrokken dus om acht uur 's morgens richting Jaipur, zo hoog was onze nood. Want het betekent vijf uur rijden, in een lange rij achter tourbussen vol toeristen die allemaal naast een kameel zullen staan om zich te laten fotograferen. En 's avonds met dollars gooien naar de straatmuzikanten en uit de maat klappen in hun dikke handen en tere Indiase sjaals binden om hun rode nekken omdat het koud kan worden in de woestijn.

Maar ik wilde per se naar de woestijn. Waarom ik dat landschap met liefde associeer? Om dezelfde reden als Flaubert, al bleek ook hij het bij het verkeerde eind te hebben. Hij kwam uit Egypte terug met een geslachtsziekte, zo letterlijk had hij zijn vooroordelen genomen, maar de Westerse literatuur is nu eenmaal vergeven van het beeld van wellustige buikdanseresjes rond kampvuren in oasen.

Na twee uur rijden merkte de chauffeur langs zijn neus weg op dat er rechtsaf ook een aardig plekje was om te overnachten. `Rechtsaf!' riep ik, want de lengte van de rij tourbussen had serieuzere gedaanten aangenomen dan ik had verwacht.

Neemrana heette het hier, een plattelandsdorpje zoals alle andere. Hutten en plassen met poedelende zwijnen, twee winkels, grazende koeien en bewoners die je aanstaren alsof je net uit een vliegende schotel bent gestapt. Nou ja, we konden ons nog altijd weer in de rij voegen, dacht ik, maar toen zagen we het fort.

Het lag op de top van de heuvel, het zou een adembenemend uitzicht moeten bieden op de dorre, zanderige omgeving. Maar er was meer dan het uitzicht, veel meer. Bij de poort stond een man in geel Indiaas tenue met een folder voor honderd rupees. Nee dank u, wilde ik zeggen, maar het bleek verplicht. Het bouwsel dateerde uit 1464, kwamen we te weten. De rest van de tekst was geformuleerd door iemand die een strafinrichting voor ogen had. In commandotaal werden de prijzen van kamers en maaltijden genoemd, met bedreigingen voor afzeggingen en fikse toeslagen als je met een creditcard durfde te betalen. Toch maar in de rij richting Jaipur? Nee, we hadden iets te vieren en daar hoor je in dit land voor te boeten.

Eenmaal boven begrepen we waar de arrogantie van de folder vandaan kwam. Wat de eigenaar aan schrijftalent ontbeerde, werd goedgemaakt door zijn smaak voor meubels. De kamers waren voorzien van ledikanten, tapijten en schommelstoelen uit de tijd van de oude Moghuls. Er waren vijvers en zonovergoten terrasjes op tien verschillende verdiepingen, met kleurige bougainvilleas en obers die je een gekoelde fles rosé brachten voor zestig gulden. Dat was vijftig te veel, maar je kreeg er echte wijnglazen bij.

Romantiek is hier uitgevonden, overdreven mijn vrouw en ik, terwijl we grijnsden naar de snelweg in de verte en de tourbussen die elkaar wanhopig probeerden in te halen.

Vijfentwintig jaar geleden hebben wij elkaar ontmoet, precies op de dag van de onafhankelijkheid van Suriname. Zij deed mee aan de vorming van de menselijke vlag. Tienduizenden studenten zouden met groene, witte, rode en gele doekjes naar elkaar toerennen en aan prinses Beatrix het trotse symbool van de nieuwe republiek laten zien. Het was een idioot idee, in de hitte van de tropische middagzon, maar er was een medische dienst die voor reanimatie zou zorgen. Als je voor je vaderland kunt sterven, is flauwvallen wel het minste.

Vanwaar ik stond kon ik niets zien. Zo'n vlag aanschouw je vanaf de hoogte, zoals Beatrix, op het balkon van het paleis van de gouverneur, en mijn vrienden en ik stonden precies tegenover het paleis, naast een vervallen gebouw met een regenpijp die leidde naar het dak. Van daaruit bewonderden we de veelkleurige mensenmassa, met de gele ster in het midden, waar zij stond. Ik kon zweren dat we oogcontact hadden, ze was de enige in de ster met lang haar. Ik zwaaide met mijn baret, voor volk en vaderland en voor haar, maar de eerste twee zou ik later verloochenen.

We lachten om de gedachte dat zij ooit in het middelpunt van de Surinaamse natie had gestaan en we kibbelden over de vraag wie als eerste verliefd was geraakt, wie de eerste stap had gezet, wie zich het meest had uitgesloofd, waarna we een kwarteeuw later hier terechtkwamen, in een woestijn die in de ondergaande zon rood opgloeide, zover het oog kon zien. In de verte gingen kamelen huiswaarts, ongehaast – net oude mannetjes, vond ik, net kleine bootjes, vond zij. De lichten van het fort floepten aan en de groene papegaaien die verscholen hadden gezeten in de kanongaten fladderden weg.

Toen kwam Suriname ter sprake. Je kunt van Nederland naar India verhuizen, je kunt Delhi verlaten, naar een geheime plek in de woestijn van Rajasthan reizen, en je zult toch achterna worden gezeten door je land van herkomst. Herkomst drukt het niet goed uit. Het is je jeugd. De omgeving waar je je eerste indrukken opdeed. Waar je voor het eerst merkte wat het verschil is tussen zuur en zoet. Zacht en hard. Pech en geluk. Trouw en verraad. Deze eerste indrukken bepalen hoe je bent, ook als je achttienduizend kilometer verder zit.

We hadden het over de scholen die tegenwoordig zonder boeken zitten, over de bejaarden die in barakken worden opgesloten, over patiënten die doodgaan omdat er geen medicijnen zijn. Misdadigers die rijden in terreinwagens en kranten die uit amper twee pagina's bestaan. Kom je helemaal naar Neemrana, dat op de wegenkaart niet eens is aangegeven, zit je op een terras met een glas wijn en een uitzicht dat je niet kunt beschrijven, verpest het land waar je geboren bent toch je dag.