Documentaire die veroordeelde vrijpleitte

,,Documentaires kunnen mensen dieper raken dan speelfilms'', vindt de Britse regisseur Michael Apted. ,,Speelfilms zijn subtieler.'' Apted heeft dit jaar de toptien gemaakt, die het IDFA elk jaar door een beroemde documentairemaker laat samenstellen. Doordat hij behalve documentaires ook speelfilms maakt, heeft hij een pragmatische kijk op het verschil tussen de beide genres en haalt hij vragen over vorm en inhoud niet door elkaar. Apted (1941) is zowel verantwoordelijk voor de documentaireserie 7 up, waarin sinds 1964 elke zeven jaar dezelfde 14 Britten over hun leven worden ondervraagd, als voor de nieuwste James Bondfilm, The World is not Enough. Over de vermeende moord op twee FBI-agenten door een Indiaan maakte hij in 1992 zowel een speelfilm als een documentaire, Incident at Oglala en Thunderheart.

Een van de films die Apted selecteerde voor zijn toptien is The Thin Blue Line van Errol Morris. ,,Ik ben jaloers op Morris'', zei Apted zaterdag in een openbaar gesprek met Simon Field, directeur van het Rotterdams filmfestival. ,,Het is de droom van elke documentairemaker om echt invloed te hebben op de werkelijkheid. Morris heeft iemand uit de dodencel gekregen. Dat is mij niet gelukt.'' Morris kreeg een tot levenslang veroordeelde gevangene in Dallas vrij door onwaarheden in de getuigenverslagen op te sporen.

The Thin Blue Line (1988) maakt veelvuldig gebruik van reconstructies. Apted heeft dat in zijn eigen documentaires ook gedaan. Het is een lastig gebied volgens de regisseur, maar er moet niet al te moeilijk over worden gedaan. ,,De eerlijkheid van een film hangt af van de kwaliteit en de moraal van de regisseur, van documentaires en van speelfilms.''

Van Errol Morris draait op het festival de nieuwe serie Errol Morris' First Person. Voor deze tien interviews van elk 25 minuten maakte hij gebruik van de Interrotron, een door Morris zelf ontworpen instrument waarbij interviewer en geïnterviewde elkaar op een televisiescherm zien en tegelijkertijd door een verborgen camera daarin gefilmd worden. Door de Interrotron, die Morris ook al gebruikte voor Fast, Cheap, and Out of Control, lijkt het alsof de spreker de kijker aankijkt.

Morris heeft het in First Person voor elkaar gekregen om een oude, vaak verguisde vorm te verfrissen. Het oogcontact met de talking heads wordt doorspekt met fragmenten uit oude speelfilms die te maken hebben met het verhaal dat zij vertellen. Hij spreekt onder meer met een vrouw die verliefd is op een seriemoordenaar en een vrouw die huizen schoonmaakt waarin iemand dood is aangetroffen. Zij vertelt over honden die hun baas opeten en de ongelooflijke hoeveelheid bloed die uit sommige mensen kan komen. Morris' sensatiezucht is in First Person fijnzinnig en geestig uitgewerkt.

First person is nog te zien op woensdag 29 nov, 16 uur en 19.20 uur.