Albanezen ontvluchten Z-Servië

Zo'n 1.600 Albanezen zijn de afgelopen dagen het geweld in het zuiden van Servië ontvlucht. Dit heeft de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in het nabijgelegen Kosovo gezegd.

Het geweld begon vorige week, met een aanval van Albanese opstandelingen op Servische checkpoints. Drie Servische agenten werden daarbij gedood. Hun lichamen zijn dit weekeinde aan de Servische autoriteiten teruggegeven. Bij de schermutselingen werd een Albanees gedood.

Het is al enige tijd onrustig in het zuiden van Servië, in de grensregio met Kosovo, waar 70.000 Albanezen wonen. In de streek is een gewapende organisatie van Albanezen actief, onder de naam `Bevrijdingsleger van Preševo, Medvedja en Bujanovac' (UÇPMB). De organisatie zou banden hebben met het voormalige bevrijdingsleger van Kosovo, UÇK, maar dat wordt door oud-leiders van dit bevrijdingsleger ontkend.

Wel worden de Albanese opstandelingen bevoorraad vanuit Kosovo. Zo confisqueerden Amerikaanse leden van de vredesmacht KFOR de afgelopen week een vrachtwagen met mijnen en andere explosieven op de Kosovaarse grensovergang.

Eerder dit jaar greep het UÇPMB de macht in het dorp Dobrošin, gelegen in de vijf kilometer brede gedemilitariseerde zone tussen Kosovo en Servië. Nu zouden ze ook de dorpen Lucane en Konculj hebben ingenomen. De nieuwe president van Joegoslavië, Vojislav Koštunica, heeft Ibrahim Rugova, de belangrijkste leider van de Kosovo-Albanezen, opgeroepen met hem te praten over het toenemende geweld. Rugova heeft nog niet gereageerd. Koštunica bezoekt het gebied vandaag.

Ook de internationale gemeenschap heeft zich bezorgd getoond. De secretaris-generaal van de NAVO, George Robertson, schrijft in een brief aan Koštunica het geweld ,,volledig te veroordelen''. Robertson vraagt ook om terughoudendheid door de Servische politie.

Die politie heeft het UÇPMB tot vanavond de tijd gegeven de wapens neer te leggen, maar een van de Servische co-ministers van Binnenlandse Zaken heeft al gezegd de problemen liever samen met KFOR op te lossen dan door gewelddadig ingrijpen.