Akkoord EU over belasting op spaargeld

De Europese Unie (EU) heeft vandaag een akkoord bereikt over de belasting op buitenlandse spaartegoeden. De problemen met Spanje, Oostenrijk en vooral Luxemburg, die vanmorgen nog bezwaren hadden tegen met name de voorgestelde tarieven, zijn rondom het middaguur opgelost.

Dit heeft het ministerie van Financiën van Frankrijk, dat nu voorzitter is van de EU, vanmiddag gezegd. Minister Gretchen (Economische Zaken) van Luxemburg, vanmorgen nog de belangrijkste dwarsligger, sprak vanmiddag van ,,een goed resultaat voor heel financieel Europa''en ,,acceptabel compromis''. De Franse minister Fabius (Financiën) zou naar verwachting later vandaag met een officiële verklaring komen over de bronbelasting.

De Europese ministers van Financiën hebben afgelopen nacht en vanmorgen vergaderd over de uitwerking van een raamovereenkomst, die deze zomer op de Eurotop in het Portugese Feira is gesloten. Een akkoord over belastingheffing op buitenlandse spaartegoeden is nodig om te voorkomen dat spaarders uit de lidstaten hun tegoeden massaal onderbrengen in het land met de laagste belasting. Het kabinet van Luxemburg vergaderde vandaag nog in eigen land over het voorstel, waarover ook Spanje en Oostenrijk vanmorgen nog reserves hadden.

De ministers zijn overeengekomen, dat vanaf 2003 drie jaar lang een belasting van 15 procent zal worden geheven op de spaartegoeden. Vanaf 2006 zal vier jaar lang een tarief van 20 procent gelden tot het einde van de overgangsperiode in 2010. Het land dat de belasting int sluist 75 procent van de opbrengst naar het land van de spaarder, zodat het innende land 25 procent van de geheven belastingen zelf mag houden. Na de overgangsperiode, in 2010, moet er een eenduidig systeem van informatie-uitwisseling zijn in de Unie.

Deze overeenkomst is een afzwakking van het oorspronkelijke voorstel van Frankrijk. De Fransen wilden buitenlandse spaartegoeden vanaf 2003 aanvankelijk tegen 25 procent en belasten en vervolgens 90 procent van de opbrengsten terug laten sluizen naar het land van de spaarder. Voor Luxemburg ging de afzwakking nog niet ver genoeg. Premier en minister Junker (Financiën) maakte vannacht bezwaar tegen het tarief van 20 procent in de laatste vier jaren, omdat dit te hoog zou zijn.

Tijdens de afgesproken overgangsperiode zullen twee regimes gelden: enkele lidstaten gaan al bronbelasting heffen over spaargeld van buitenlandse spaarders, andere lidstaten verschaffen slechts informatie over de totale hoeveelheid spaartegoeden van buitenlandse spaarders, waarna het land zelf de belasting van zijn ingezetenen heft.

Luxemburg is altijd falikant tegen het opheffen van het bankgeheim geweest. Vanaf 1 januari 2001 hebben de lidstaten van de Unie twee jaar de tijd om ook een aantal landen buiten de EU zover te krijgen hun bankgeheim op te heffen. Pas als deze groep van derde landen, waaronder Zwitserland en de Verenigde Staten, meedoet, zal ook Luxemburg in 2003 de benodigde informatie over de spaartegoeden gaan verstrekken. Staatssecretaris Bos (financiën) erkende afgelopen nacht dat ``de onzekerheden van de raamovereenkomst van Feira hierover blijven bestaan.''