Winst en verlies

Relatief

Het is waar. Aan het eind van de rit doet het er in wezen niet toe hoe een rendement behaald is. Alleen het absolute bedrag telt. Toch moet een doe-het-zelfbelegger die serieus is zijn ogen open durven houden voor de risico's die hij loopt. In absolute zin; dus: wat is de kans dat hij per saldo een verlies moet incasseren als hij op een zeker moment zijn portefeuille te gelde moet maken (liquideren). En in relatieve zin: hoe doet zijn eigen portefeuille het in vergelijking met het gemiddelde van de markten waarin hij belegt. Als het een belegger is die heel Europa als zijn `werkterrein' ziet, moet hij zijn eigen rendement vergelijken met een Europese index. Zo'n index geldt dan als `benchmark'. Dat is dus het ijkpunt of referentiepunt voor de belegger.

Als die Europese beleggers daarvoor de veelgevolgde MSCI Europa zou nemen, die tussen eind oktober 1999 en eind oktober jongstleden 25 procent opliep, dan mag hij pas tevreden zijn als zijn eigen portefeuille meer dan 25 procent koersrendement maakte. Zo'n index geeft namelijk weer wat het rendement zou zijn als je als belegger geen specifieke keuze zou maken uit de honderden Europese bedrijven.

De meeste beleggers hebben een bepaalde visie. Ze beleggen in aandelen waarvan ze verwachten dat die kansrijker zijn dan andere. Als een selectie slechter rendeert dan een portefeuille waarvoor geen specifieke keuze is gemaakt, dan heeft de belegger dus geen waarde toegevoegd, maar vernietigd.

Goed rendement?

Het schijnt dat er maar weinig particuliere beleggers zijn die ooit serieus uitrekenen hoeveel rendement zij op jaarbasis op hun effectenportefeuille maken. Ergens wel begrijpelijk. Want zeker als er regelmatig op een beleggingsrekening wordt bijgestort, of juist wordt opgenomen, is het bijna ondoenlijk om die rendementscalculatie te maken. Je raakt eenvoudigweg het overzicht kwijt. Het kan ook zijn dat men alleen maar door de oogharen naar de vermogenspositie kijkt omdat de precieze cijfers niet interessant worden gevonden. Deze mensen zijn misschien wel te benijden, want geobsedeerd zijn door geld is geen eigenschap die het leven prettiger maakt.

Anderzijds, wie ooit de beslissing nam om zijn spaargeld (deels) in aandelen om te zetten, deed dat om een rendement te maken dat hoger is dan die karige vier procent die geld op een deposito opbrengt. Om te weten of dat lukt en hoe goed, moet er periodiek toch een beetje gerekend worden.

Laten we eens het geval nemen van iemand die aan die vervelende opgave begint. Drie jaar geleden begon hij met twee ton. De helft liet hij op een spaarrekening staan tegen vier procent. Dat bedrag is aangegroeid tot ruim 112 duizend gulden (gemakshalve negeren we de fiscus en zien we af van bijstortingen en onttrekkingen). De andere ton stopte hij in Nederlandse aandelen. Die tweede honderdduizend, zo stelt hij vast, is nu aangegroeid tot 133 duizend gulden. Teruggerekend is dat tien procent per jaar aan koerswinst plus dividendrendement (gemiddeld is dat 1,5 à 2 procent). Zijn conclusie is dat hij dik tevreden kan zijn. De beslissing om deels in aandelen te gaan, heeft 21 duizend gulden opgeleverd.

Inderdaad, zo kun je er tegenaan kijken. Maar op de tevredenheid over zijn eigen beleggingsprestaties valt wel wat af te dingen.

Ten eerste: door in aandelen te gaan is hij meer risico gaan lopen. Per saldo zijn de beurzen de laatste drie jaar flink omhoog gegaan, maar dat had ook anders kunnen lopen. Wie een paar maanden geleden, toen de AEX tegen de 700 punten aan hing, in aandelen was gestapt, zou nu op verlies staan, zonder enige zekerheid dat dit op korte termijn wordt ingehaald.

Het tweede punt is dat deze belegger in de betreffende periode (okt. 1997 tot okt. 2000) waarin Nederlandse aandelen gemiddeld ongeveer 20 procent koerswinst per jaar boekten, minder dan 10 procent koersrendement maakte. Als hij het beheer van zijn geld had uitbesteed aan een beleggingsfonds dat zich op Nederlandse aandelen richt, had hij waarschijnlijk dus het dubbele jaarrendement gehaald. Bij twintig procent rendement zou die tweede ton aangegroeid zijn tot 173 duizend gulden. Heeft deze belegger met zijn acties dus 21 duizend gulden extra verdiend, of 40 duizend gulden (173 min 133) verloren?