Wanhoop omgetoverd tot humor

,,Deze man die met liefde over bier schrijft en over de vreugde om bier te drinken, moet een heel goed mens zijn', zegt de dronken muzikant Jósef Cécil aan het begin van de documentaire Het leven is overal over zijn eerste ontmoeting met de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal (1914-1997). Behalve een van de mooiste uitspraken van het jaar is het ook een rake typering. Want Bohumil Hrabal hield van bier, van zuipen en van cafés. Het zal er wel mee te maken hebben dat hij op een bierbrouwerij is opgegroeid. Aan die schilderachtige locatie dankte hij ook zijn bijzondere gevoel voor taal, dat hij opdeed door te luisteren naar de buitenissige verhalen van de brouwers en de voermannen.

Hrabal had een grote voorliefde voor gewone mensen. In zijn boeken spelen ze altijd de hoofdrol. Hij hield van hun wereld en vooral van hun kleine verlangens, die in zijn werk meestal enorme proporties aannemen. Bovendien was hij de eerste helft van zijn leven zelf een kleine man, die baantjes had als handelsreiziger, postbode, decorknecht, verzekeringsagent, spoorwegbeamte en papierpletter. Het grappige is dat Hrabals hoofdpersonages altijd zo graag nummer 1 willen zijn, de beste in hun vak, hoe onbenullig dat vak ook is.

Behalve door bier en een idyllische jeugd werd Hrabals leven bepaald door de bewogen geschiedenis van Tsjechoslowakije. In de jaren dertig had hij rechten gestudeerd omdat zijn moeder dat zo graag wilde. Maar toen de oorlog uitbrak besloot hij met ondergeschikte baantjes de kost te verdienen en een zo onopvallend mogelijk leven te leiden.

Onder het communisme zette hij dat bestaan voort. Hij begon nu ook met schrijven, zij het dat er nooit iets in druk verscheen. Dat gebeurde pas in 1956, tijdens de periode van dooi onder Chroesjtsjov. Het publiek omarmde hem meteen. Het ene onuitgegeven boek na het andere rolde nu van de persen. Maar toen de Russische troepen in 1968 een einde maakten aan de Praagse Lente, was het afgelopen met het succes en kreeg Hrabal een publicatieverbod opgelegd.

Hij leed eronder. Hrabal wilde lezers hebben en niet voor de bureaula schrijven, zoals zoveel anderen deden. In 1975 tekende hij een loyaliteitsverklaring en mocht zijn werk onder strenge censuur weer verschijnen. Toen Hrabal zich twee jaar later niet aansloot bij de mensenrechtenbeweging Charta 77, werd hij door de dissidenten verketterd. Volgens de schrijver Milan Jankovic heeft Hrabal veel geleden onder die veroordeling. De filosoof Egon Bondy zegt in de documentaire dat Hrabal er innerlijk door gebroken is.

In Hrabals boeken zijn de oorlog en de communistische dictatuur op de achtergrond voortdurend aanwezig. De levens van zijn personages zijn erdoor bepaald, zoniet verwoest. Het mooie aan Hrabals werk is nu dat het ondanks al die ellende de sprankelende schoonheid van het leven weergeeft. Het is wanhoop omgetoverd tot humorvolle pracht. Zelden heb ik zo gelachen als bij het lezen van Ik heb de koning van Engeland gediend. En nog nooit heb ik zo'n dikke traan weggepinkt als aan het eind van de roman Kaalslag.

In Trouwpartijen thuis, een van Hrabals laatste boeken, zegt de verteller, ene dr. Hrabal, tegen zijn aanstaande bruid: ,,Eigenlijk is dat schrijven van mij weet u, nou dringt het pas tot me door, dat hele schrijven van mij is ook een soort verdediging tegen zelfmoord, net alsof ik door dat schrijven voor me uit kan blijven rennen en weg van mezelf.' De buurman die de schrijver op het einde van zijn leven nog in het ziekenhuis heeft bezocht, is er dan ook van overtuigd dat hij zelfmoord heeft gepleegd door uit het raam te springen. Hrabals vrouw was enkele jaren eerder overleden en hij had gewoon geen zin meer om verder te leven. Na zijn dood kon je in necrologieën lezen dat hij in dat ziekenhuis de duiven aan het voeren was en iets te ver over de vensterbak hing, waardoor hij zijn evenwicht verloor. Het had het slot kunnen zijn van een van zijn boeken. Maar als aan het eind van de documentaire de muzikant Cécil zegt dat de hele wereld Hrabal pijn deed, en ook de buren van de schrijver in die zelfmoord geloven, begin je te twijfelen aan die romantische versie.

De makers van de documentaire, John Albert Jansen en Chris Kijne, hebben de absurdistische wereld van Hrabal op een schitterende manier tot leven gewekt. Ze zijn bij zijn buren langs geweest en hebben zijn vrienden geïnterviewd, die als personages in zijn boeken voorkomen en in levende lijve van de pagina's lijken te zijn gestapt. Bovendien zit de film vol schitterende archiefbeelden van Hrabal. Zodra een van de buurmannen vertelt dat hem bij zijn kennismaking met Hrabal als eerste diens `toffe' trui met het embleem van de veldwachters' is opgevallen en de muzikant Cécil het liedje Pruimenbollen, die vind ik toch zo heerlijk zingt, ben je in Hrabals surrealistische universum beland. De documentaire heeft dan ook iets van een verfilmd boek van Hrabal en kan zo in de boekenkast staan als een postuum verschenen deel van het verzameld werk. Voor een schrijversdocumentaire is dat een groot compliment.

Het uur van de wolf: Het leven is overal, zondag, Ned.3, 19.28-20.28u.