VROEGTIJDIG ONTSLAG VOETBALCOACH HELPT ELFTAL NIET VOORUIT

Afgelopen maandag was het eindelijk zover: de eerste voetbalcoach in de eredivisie van dit seizoen vloog de laan uit. Een dag na het 1-0 verlies in de uitwedstrijd tegen RKC, de vijfde nederlaag op rij, kreeg trainer Rob McDonald van De Graafschap van het bestuur van de Doetinchemse vereniging te horen dat hij was ontslagen. Daarmee is hij de vijfde coach in drie jaar die de club uit de Achterhoek voortijdig verlaat.

Helpt het? De Groningse econometrist Ruud Koning (tevens lid van de werkgroep Voetbal & Statistiek) heeft alle gevallen van weggestuurde voetbalcoaches in de seizoenen 1993/94 t/m 1997/98 bestudeerd, van Ab Fafié van FC Utrecht tot Wim Rijsbergen van FC Groningen. Steeds ging hij na wat het effect was op de prestaties van de betreffende clubs. Zijn conclusie: op het eerste gezicht lijken de competitieresultaten na het ontslag te verbeteren, maar bij nadere beschouwing blijft van dit voordeel bar weinig over. Een publicatie hierover is aangeboden aan een vaktijdschrift.

Doorgaans wordt een voetbalcoach vroegtijdig ontslagen omdat de resultaten tegenvallen. Na de zoveelste nederlaag beginnen de media zich te stevig te roeren en eisen supporters op steeds luidere toon het vertrek. Meestal geeft het bestuur toe. Het idee is dat wegzenden bij de spelers een schokeffect teweeg brengt, waardoor de nieuw aangestelde coach beter dan zijn voorganger in staat is het team te motiveren.

In de vijf seizoenen die Koning naliep zijn in totaal 28 coaches vroegtijdig weggestuurd. De Groningse onderzoeker keek naar het gemiddelde aantal punten dat zowel de oude als de nieuwe coach in het betrokken seizoen per wedstrijd binnensleepte (volgens de nu geldende regels). Ook ging hij na hoeveel goals er per wedstrijd werden gemaakt, en hoeveel tegentreffers er te incasseren waren. De resultaten zijn verzameld in de tabel. Onmiddellijk valt op dat het ontslag het gewenste effect lijkt te sorteren: gemiddeld haalt de nieuwe coach meer overwinningen, komt zijn team vaker tot scoren en weet de defensie het aantal tegengoals te verkleinen.

Er zit echter een adder onder het gras: de oude en nieuwe coach troffen niet dezelfde tegenstanders. De oude coach kreeg zijn congé na een serie slechte resultaten. Het is heel goed mogelijk dat die te wijten zijn aan het feit dat toevallig een serie sterke tegenstanders op rij is getroffen. En als de oude coach al tegen de hooggeplaatste clubs in het strijdperk is getreden kan het niet anders dan dat zijn opvolger op relatief makkelijke tegenstanders stuit. Geen wonder dat hij het beter doet.

Om deze hypothese te toetsen hield Koning in zijn analyse ook rekening met de kracht van de tegenstander. De uitkomst was nu dat van verbetering nauwelijks nog sprake was, ook niet tijdelijk. Het `nieuwe-coacheffect' verdween als sneeuw voor de zon. Het enige positieve dat valt op te merken is dat de defensie na de wisseling beter presteert. Maar dan kan ook komen doordat de nieuwe coach uit angst voor nog meer nederlagen het accent sterker dan zijn voorganger op de verdediging gooit. Samengevat: de trainer ontslaan lucht op, maar helpt bitter weinig.