VERMEER

Naar aanleiding van het artikel over de werkwijze van de schilder Vermeer ('Betwiste lijnen', W&O, 4 november) zou ik het volgende willen opmerken. Het als `correct' perspectief voor de stoof gepresenteerde beeld (`Het Melkmeisje', figuur 5), geldt alleen voor een stoof die onder 45 graden met het tafereel staat. Waarom in dit geval zou moeten gelden dat de stoof onder 45 graden gestaan zou hebben is echter niet hard te maken lijkt me.

Voor 45 graden is de juistheid van de door u genoemde regel eenvoudig in te zien: als de stoof precies op de loodlijn door het centraal oogpunt staat (dus midden voor de schilder) en onder 45 graden, dan hebben uit symmetrieoverweging de lijnen van de beide zijden verdwijnpunten op gelijke afstanden ter weerszijden van het oogpunt. Aangezien een verdwijnpunt geldt voor alle evenwijdige lijnen, gelden deze dus ook voor een stoof onder 45 graden elders in de ruimte. Zouden we de stoof echter iets rechtsom draaien, dan schuiven zowel het linker als het rechter verdwijnpunt naar rechts. Hierdoor schuift het midden van deze twee verdwijnpunten dus ook naar rechts en dus weg van het oogpunt (dat natuurlijk blijft liggen)!

Er hoeft in dit opzicht dus niets fout te zijn met het perspectief van Vermeer. Wel zou kunnen blijken dat de verdwijnpunten anderszins niet goed liggen (voor een haakse stoof), maar dat vergt dan een kwantitatieve redenering.