Nooit iets misdaan en toch niet mogen dansen

Veel `donkere' mensen worden geweigerd door discotheken. Waarom?

Het overkomt Annelot (28) vier van de vijf keer. Wil ze met haar Marokkaanse vriend gaan dansen, wordt ze aan de deur van de discotheek geweigerd. ,,Je ziet portiers kijken naar zijn krullen, zijn Marokkaanheid.'' Dan is het ineens té vol binnen.

Het verhaal van Annelot is dat van bijna alle Marokkaanse, Turkse, Molukse en Zimbabweaanse jongeren in de zaal. Deze week gingen ze in debat met portiers, horeca-ondernemers en de politie over het `deurbeleid' in het Utrechtse uitgaansleven. Aanleiding was de klacht van een groep Marokkaanse jongens die begin dit jaar de toegang zou zijn ontzegd in de Utrechtse discotheek De Dansfabriek. Hun zaak kwam voor bij de Commissie Gelijke Behandeling, die volgende week uitspraak doet.

,,Als ik met mijn Turkse vriend ga, kom ik nergens in'', zegt een Marokkaan, ,,Alleen wel.'' ,,Als ik ergens ben geweigerd, ga ik er nooit meer heen'', zegt een Molukker. Hij zoekt nooit ruzie met een onwillige portier. ,,Ik wil maar één ding: dansen.'' ,,Je went eraan en je gaat minder uit'', zegt Annelot.

Dat is het ergste, vindt Cyriel Triesscheyn van het actiecomité anti-discriminatie Radar. ,,Het aantal aangiften valt mee – in Rotterdam zijn het er twee tot vijf per jaar – maar jongeren die worden geweigerd gaan daar vrij pragmatisch mee om. Ze besparen zichzelf nog een nederlaag en bezoeken bepaalde tenten niet meer.''

Dit jaar deed Radar samen met leden uit de Rotterdamse gemeenteraad onderzoek naar discriminatie in Rotterdamse discotheken. Bij vijf van de zes deuren werden `donkere paren' – van wisselende samenstelling – geweigerd, terwijl `blanke paren' werden toegelaten. Grootste overtreder is volgens Triesscheyn de Baya Beachclub; twee maanden na de opening waren al vijftig aangiften van discriminatie geregistreerd. Burgemeester Opstelten schrok zo dat hij alle disco-eigenaars dreigde hun horecavergunning in te trekken.

Zo erg is het probleem in Utrecht niet, vindt Bert Goselink, wijkchef politie binnenstad. Er zijn weliswaar veel raddraaiers – voetbalsupporters, geweigerde Marokkaanse jongens – maar sinds twee jaar wordt er gepraat: met de deurbewaarders en met buitengesloten allochtonen. ,,Portiers en agenten waren altijd elkaars vijanden'', zegt Goselink, ,,De vraag was: van wie is de straat en wie mag er slaan? Alleen de politie natuurlijk, maar we konden pas ingrijpen als raddraaiers zich misdroegen. Dankzij de portiers weten we nu wie er in hun zaak komen en wat er gebeurt. We zijn er voordat het misgaat.''

,,Ik word altijd geweigerd en ik heb nog nooit wat misdaan'', zegt George Seremwe (29) uit Zimbabwe. Hij diende twee jaar geleden een klacht in bij de eigenaar van het Utrechtse Grandcafé Broers nadat hij door een portier was tegengehouden en op de grond geduwd. ,,Er kwam net een agent langs, die zei: `ga morgen maar naar het politiebureau'. Ik heb van de aangifte nooit meer wat gehoord.'' Wijkchef Goselink antwoordt: ,,Als zoiets nu gebeurt, zou de portier onmiddellijk meegaan naar het bureau of hij moet zich de volgende ochtend om zes uur melden.''

Vraag aan de negen portiers in de zaal: Waarom wordt de een geweigerd en de ander niet? ,,Teveel gedronken of een gefrustreerde blik in de ogen'', zegt Tivoli-portier Wouter Bakker. ,,Gefrustreerde blik, wat is dat?'', vraagt de Zimbabweaan. Bakker: ,,Dan is er thuis wat mis, ik zie het meteen.''

,,Je moet à la minute selecteren'', zegt Paul Westra, ex-portier en horeca-ondernemer in Utrecht. ,,Er passeren duizend of tweeduizend mensen op een avond. Discotheken hebben veel problemen met Marokkaanse jongens. Ik laat ze wel toe, maar we kijken twee keer.''

Westra introduceerde in 1989 de huisregel `geen entree op sportschoenen'. ,,Ik wist dat raddraaiers meestal op sportschoenen liepen. Toen ze hun gympen massaal verwisselden voor leren schoenen, ging ik op petjes selecteren. Je wordt inventief.''