`Miltvuur kun je overal bestellen'

De wereld is niet voorbereid op biologisch terrorisme, zegt de Amerikaanse epidemioloog Donald Henderson. Maar de kans op moedwillige verspreiding van ziektekiemen is groot. Dinsdag spreekt hij in Washington op een congres over `bioterreur'.

`Er was een tijd dat ik liever niet in het openbaar over het onderwerp praatte, bang om mensen op rare ideeën te brengen. Toen besloten we eens op Internet rond te kijken om te zien wat je daar allemaal tegenkomt. Nou, ik kan u zeggen, de kans dat je mensen nog op nieuwe gedachten brengt is heel klein. Alles is er te vinden, tot en met methoden om biologische wapens te maken. Zoek je een voorraadje miltvuurbacillen? We vonden zesenveertig laboratoria die ermee adverteerden. Eén ervan boekte succes met een variant die resistent is tegen antibiotica. `Wij beschikken over speciale, zeer interessante bacteriestammen', meldden ze op hun homepage. Op hun homepage, nota bene!'

``Dus maken wij de situatie erger door te waarschuwen voor mogelijke aanslagen? Ik denk het niet. Je kunt de samenleving nu eenmaal niet voorbereiden zonder over de gevaren te vertellen. Je kunt het eenvoudigweg niet in het geheim doen.'

Donald Ainsly Henderson (72) spreekt dinsdag op een congres over `bioterrorisme' in Washington. Henderson is een epidemioloog met een klinkende reputatie. Jaren werkte hij voor de Centers for Disease Control and Prevention (CDC), het onderzoekscentrum dat voor de Amerikaanse overheid besmettelijke ziekten in de gaten houdt. Lange tijd leidde hij de School of Public Health van de gerespecteerde Johns Hopkins University in Baltimore. Maar zijn grootste wapenfeit blijft zonder twijfel de wereldwijde uitroeiing van de ooit zo gevreesde pokken. Van 1966 tot 1977 leidde hij de geslaagde poging van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om Variola major, het dodelijke pokkenvirus, van de aardbodem te doen verdwijnen.

Na zijn pensionering van de universiteit, tien jaar geleden, diende Henderson in het Witte Huis onder oud-president Bush. Maar in 1995 keerde hij terug naar Johns Hopkins. Als directeur van het nieuwe Center for Civilian Biodefense Studies leidt hij sindsdien opnieuw een taai gevecht, door zijn land voor te bereiden op een mogelijk catastrofale aanslag met biologische wapens.

Volgens Henderson wordt het door zijn centrum georganiseerde bioterrorismecongres – het tweede in de gesciedenis – een poging om de meest prangende gevaren te identificeren en te bedenken wat eraan valt te doen.

``In mijn Witte-Huisperiode maakten we ons veel zorgen over de dreiging van massavernietigingswapens', vertelt Henderson. Achter hem, aan de muur van zijn nieuwe kantoor in het centrum van Baltimore, hangen grote oorkonden met de handtekeningen van Ronald Reagan en George Bush. ``Kernwapens waren in onze ogen het belangrijkste gevaar, gevolgd door chemische wapens, zeker na de metroaanslag, in 1995, van de Japanse sekte van Aum Shinrikyo.'

``Maar in de jaren daarna is er veel veranderd. Van Russische overlopers vernamen we over een uitgebreid productieprogramma voor biologische wapens, opgezet na ondertekening van het verdrag dat ze moest uitbannen. Het programma omvatte pogingen nieuwe, nog dodelijker virussen te construeren. Een schoonzoon van Saddam Hussein kwam met bewijzen voor biologische wapenprogramma's in Irak, oneindig veel uitgebreider dan inspecteurs van de Verenigde Naties hadden gezien of zelfs voor mogelijk hadden gehouden. En we hoorden dat Aum Shinrikyo al jaren voor de beruchte aanslag met zenuwgas minstens negen pogingen had gedaan miljoenen Japanners met miltvuurbacteriën en botulisme-gif te besmetten. Sekteleden reden rondjes door de binnenstad van Tokio, in een vrachtwagen met daarop een grote vernevelaar om bacillen in onzichtbare, reukloze wolken te verspreiden. Gelukkig hadden ze de verkeerde bacteriestam.

``Twee dingen werden ons duidelijk: op het gebied van biologische wapens gebeurt veel meer dan we ons realiseren, maar het is moeilijker op te sporen dan bij nucleaire of chemische wapens. Bovendien hebben we spelers op het wereldtoneel die tot doel hebben zoveel mogelijk mensen te doden – zoals Shinrikyo, of de groep die probeerde beide torens van het World Trade Center in New York op te blazen.

``Sommige mensen kijken naar het verleden, en zeggen: er is nog niets gebeurd, kennelijk is het moeilijker dan we denken. Zij achten kans op een ernstige aanval daarom minimaal. Tegen hen pleeg ik te zeggen dat voor 1941 Pearl Harbor nog nooit was gebombardeerd.

``Aan de andere kant heb je mensen die de zaak oversimplificeren, door te zeggen dat werkelijk iedereen een biologisch wapen kan maken. En het is waar, het is betrekkelijk eenvoudig. Maar voor wie het goede organisme wil isoleren, kweken en verspreiden zijn er wel degelijk barrières.

``Mijn schatting is dat, voor iedere stad afzonderlijk bekeken, de kans op een biologische aanval in de komende tien jaar niet erg groot is. Maar de kans dat er in die periode ergens ter wereld iets zal gebeuren, is in mijn ogen zéér groot. Het probleem met dit soort voorspellingen is alleen dat, als er vanavond op een vliegveld iemand met een fles pokkenvirus wordt aangehouden, vanaf morgen elke schatting drastisch gewijzigd is. Niet dat de kans groot is dat we zo iemand zouden vinden, trouwens. Een collega van me heeft veel lezingen over bioterrorisme gegeven. Om het probleem te illustreren nam hij altijd iets mee wat er in alle opzichten uitzag als een fles miltvuurbacteriën. In zijn handbagage droeg hij apparatuur die de bacteriën via de lucht kon verspreiden. Nog nooit is hij op een vliegveld aangehouden of ondervraagd.'

Wat stelt u zich voor bij een terroristische aanval met een biologisch wapen?

``In theorie zou zo'n aanval kunnen leiden tot een catastrofe even ernstig als een ontploffende kernbom, met honderdduizenden doden onder de burgerbevolking. Het Office of Technology Assessment van het Congres schatte in een scenariostudie dat het verspreiden van honderd kilogram miltvuurbacillen boven Washington tussen de 130 duizend en drie miljoen doden zou kosten.

``Maar mijn ervaring met besmettelijke uitbraken zegt me dat er veel minder nodig is om een situatie te bereiken waarin de autoriteiten de controle geheel verliezen. Vijftig gevallen van pokken zijn, volgens onze inschatting, al genoeg om een stad in chaos te dompelen. Vette krantenkoppen zouden melding maken van de eerste raadselachtige ziektegevallen. Niemand zou weten waar de ziekte kon toeslaan, autoriteiten zouden niemand gerust kunnen stellen en geen idee hebben wat ze moesten doen. Binnen de kortste keren zou de ziekte zich beginnen te verspreiden, raakten voorraden vaccin uitgeput en belandden we in zeer, zéér ernstige toestanden.

``Het lijkt mij niet meer dan verstandig om maatregelen te nemen die de kans op zo'n catastrofe kunnen verminderen. En die ons, mocht het toch gebeuren, de kans geven in ieder geval íets te doen.'

Wat voor maatregelen zouden we kunnen nemen?

``Onze strategie zou allereerst zijn om te zorgen dat je zo snel mogelijk ontdekt dat er een aanslag gaande is. Want in de praktijk blijven veel uitbraken van besmettelijke ziekten onopgemerkt. Een klassiek geval was een uitbraak van diarree in Milwaukee, in de staat Wisconsin. Niemand had iets door, totdat duidelijk werd dat in de hele stad de anti-diarreemiddelen waren uitverkocht. Er kwam een onderzoek, en uiteindelijk bleek het drinkwater vervuild met een bacterie, Cryptosporidium. Uit reconstructies bleek dat vierhonderdduizend inwoners diarree hadden gehad, terwijl de stad rustig door draaide. Het geldt ook voor besmette voedingsproducten: we weten zeker dat we grote aantallen uitbraken van voedselvergiftiging missen, simpelweg omdat niemand nauwkeurig kijkt.

``Niet dat ik denk dat het bij een aanval met miltvuur of pokken erg lang zou duren. In 1979 ontsnapten in Sverdlosk, in Rusland, miltvuurbacteriën uit een geheim laboratorium voor biologische wapens. Onderzoekers van Harvard hebben die uitbraak later gereconstrueerd. Binnen twee dagen klopten de eerste ernstig zieke twintigers en dertigers bij ziekenhuizen aan, om een of twee dagen later te overlijden. Al na zes, zeven gevallen trokken artsen bij de autoriteiten in Moskou aan de bel. Binnen een week had de lijkschouwer de diagnose gesteld, ook al had niemand ter plaatse ooit eerder miltvuur gezien. Uiteindelijk zijn 68 mensen overleden.

``Wat we om te beginnen dus kunnen doen is personeel in ziekenhuizen wijzen op de symptomen van ziekten die het grootste risico vormen: miltvuur, pokken, pest, botulisme. Werken aan hechtere relaties tussen artsen en gezondheidsautoriteiten. Zorgen dat laboratoria in de buurt de spullen in huis hebben om weefselmonsters te testen. Teams paraat hebben die getraind zijn in het analyseren van uitbraken. Op die manier zouden we één of twee dagen eerder kunnen ontdekken dat er iets gaande is. Dat lijkt niet veel, maar die twee dagen kunnen geweldig belangrijk zijn.

``Daarnaast is onderzoek nodig op allerlei terreinen. Betere diagnostische tests zouden helpen, of snuffelpalen die organismen oppikken uit de lucht. Medicijnen die werken tegen een breed spectrum infectieziekten, vooral virusziekten, waar we nog bijna niets tegen hebben.

``Voor sommige ziekten hebben we voorraden nodig: tegen pokken helpen pokkenvaccins, tegen miltvuur helpen antibiotica. De ervaring, bijvoorbeeld uit Sverdlosk, leert dat een deel van de ziektegevallen is te voorkomen door de bevolking snel preventief te behandelen. Dat hoeft niet heel veel geld te kosten: de order voor veertig miljoen pokkenvaccins is inmiddels de deur uit. In de vrieskist kunnen we die in theorie eindeloos bewaren, als een soort verzekeringspolis. Met antibiotica kun je het regelen zoals ze het in Zwitserland doen: niet als overheid zelf een voorraad aanleggen, maar fabrikanten subsidiëren om in hun distributiesysteem grote voorraden te onderhouden.

``Voor het grootste deel berust onze strategie op het versterken van bestaande procedures tegen uitbraken van alle infectieziekten, of het nu gaat om biologische wapens of niet. Op die manier gooien we zeker geen geld in het water. Want de laatste jaren duiken in hoog tempo nieuwe infectieziekten op, en dat zal waarschijnlijk alleen maar meer worden.'

Al die aandacht voor bioterrorisme kan ook problemen veroorzaken: sinds enkele jaren kennen de VS naast bommeldingen ook dreigementen met biologische wapens.

``Dat klopt, en het gaat vaak gepaard met vreselijke taferelen. Hele gebouwen worden ontruimd, de mensen volledig uitgekleed en op de parkeerplaats door in plastic gehulde brandweerlieden afgespoten; overal loeiende politiewagens en tv-camera's achter gele afzettingslinten.

``Zulke incidenten maken juist duidelijk waarom opleiding hoognodig is, ook van hulpdiensten als politie en brandweer: ze hebben vaak geen idee hoe ze moeten handelen, omdat hun handboek biologische aanvallen vrijwel negeert. Dus doen ze alsof iedereen is bedekt met chemicaliën. Wat ze moeten doen is: het verdachte pakketje in een plastic zak laten vallen en de handen goed wassen. Klaar. Vaak weten hulpdiensten ook niet wie ze kunnen bellen voor advies. Daar zijn we nu, samen met de CDC, mee bezig: zorgen dat elke regio een telefoonnummer krijgt dat hulpdiensten 24 uur per dag, zeven dagen per week kunnen bellen.

``Het probleem is ook niet nieuw: elke dag uiten mensen allerlei bedreigingen. In mijn tijd bij de CDC belde iemand die zei dat hij botulismegif in het waterreservoir van Los Angeles zou gooien. Wat doe je dan? Alarm slaan? Iedereen aanraden water te koken? Uiteindelijk sloegen we aan het rekenen en concludeerden dat voor een dodelijke dosis uit de kraan enorme hoeveelheden toxine nodig zouden zijn, en dat het dreigement dus vals moest zijn. Maar we hielden onze adem in, want wanneer er toch iets gebeurt, kan iedereen je na afloop vertellen wat je fout hebt gedaan.'

U bent nu een jaar of vijf bezig. Is de kans op een goede respons verbeterd?

``Hier in de Verenigde Staten zijn we nog maar net begonnen – in 1999 trok het Congres voor het eerst 160 miljoen dollar uit. Veel staten zijn nauwelijks een half jaar aan de gang. Het zou veel sneller moeten gaan, al is het nog altijd meer dan wat er in de meeste andere landen gebeurt.

``Het rare is: als Aum Shinrikyo niet had geblunderd in Tokio, dan zaten we hier nu niet te keuvelen over wat we allemaal zouden kunnen doen. Iedereen zou tot over zijn oren in het werk zitten om op zulke aanslagen te kunnen reageren. En het scheelde niet veel, voorzover we achteraf kunnen nagaan. In Shinrikyo's sekte werkten gepromoveerde microbiologen, maar vreemd genoeg niet aan de biologische wapens.

``Het geeft je het gevoel dat we uiteindelijk toch een of meer uitbraken zullen meemaken. Dan zullen er heel wat mensen zijn die roepen: `waarom heb je ons nooit verteld hoe verschrikkelijk het zou zijn.' Ik denk dat zelfs wij er tegen die tijd flink van langs zullen krijgen. Omdat we, dan terugkijkend, toch niet genoeg blijken te hebben gedaan.'