Litanie van klachten over president Wahid

De kruitdamp boven de politieke arena van Indonesië trekt op. De islamitische partijen, minus één, willen president Wahid kwijt. De twee grootste – seculiere – partijen willen dat hij nog blijft.

Tijdens de topconferentie van de Aziatisch-Pacifische Economische Samenwerking (APEC), vorige week in Brunei, keuvelde president Wahid van Indonesië met premier Mori van Japan en president Estrada van de Filippijnen. Het kan altijd nog erger, moet Wahid hebben gedacht. Binnen Jakarta's politieke elite broeit het en de onvrede over zijn presidentschap neemt met de dag toe, maar moties van wantrouwen zijn (nog) niet ingediend.

In de politieke ether klinkt al maanden een hardnekkige ruis. Voorzitter Amien Rais van het Volkscongres roept gemiddeld eenmaal per week dat Wahid tekortschiet als staatshoofd en moet aftreden. Het Volkscongres dacht daar deze zomer, tijdens zijn eerste jaarlijkse vergadering, anders over en het is dan ook niet duidelijk namens wie Rais spreekt. Zijn Nationale Mandaatpartij (PAN) kreeg in 1999 slechts 7 procent van de stemmen. Begin oktober vroeg Rais het Indonesische volk hem te vergeven dat hij Wahid vorig jaar kandidaat heeft gesteld.

De ruis wordt versterkt door luidruchtige betogers van puriteins-islamitische huize die voor het parlementsgebouw Wahids politieke zonden uitmeten en eisen dat hij zijn ambt neerlegt. Sinds kort krijgen zij weerwerk van Wahid-aanhangers – leden van diens gematigde moslimbeweging Nahdlatul Ulama (NU) – die trouw betuigen aan `hun' president. Deze week gingen de twee groepen met elkaar op de vuist.

De litanie van grieven tegen Wahid is lang. In ruim een jaar aan het roer heeft hij de roep om afscheiding in buitengewesten als Atjeh en Papoea niet doen verstommen en botsingen tussen etnische en religieuze gemeenschappen zijn aan de orde van de dag. De economie zucht nog steeds onder een grote schuldenlast en buitenlandse investeerders blijven weg. Dubieuze debiteuren met megaschulden aan de staat en plegers van malversaties uit het verleden zijn nog steeds niet bestraft. De president zou kapitaalkrachtige schurken uit de wind houden en vrienden en verwanten bevoordelen.

Binnen het parlement roert zich een groep jonge afgevaardigden, de zogenoemde `cowboys', die openlijk aanstuurt op afzetting van Wahid. Zij behoren vooral tot islamitische partijen, maar hebben medestanders binnen de twee grootste fracties, die van Megawati's nationalistische PDI-P en van Golkar, ooit het politieke vehikel van oud-president Soeharto. Zij vormen een geduchte pressiegroep die regelmatig bijeenkomt buiten het parlementsgebouw.

Een vooraanstaand partijgenoot van Megawati, Kwik Kian Gie, die in Wahid eerste kabinet coördinerend minister van Economische Zaken was, belegde op 11 november een informele bijeenkomst. Kwik behoort niet tot de `cowboys'. Hij wilde een open beraadslaging over de zorgwekkende toestand van het land, waarbij partijloyaliteit en fractiediscipline geen rol zouden spelen. Kwik stuurde uitnodigingen aan alle 700 leden van het Volkscongres, het hoogste college van staat, waarin ook de 500 parlementsleden zitting hebben. Wahids (islamitische) Partij van het Nationale Ontwaken (PKB) zag de bui hangen en verzocht haar leden de bijeenkomst niet bij te wonen. Van de 700 congresleden kwamen er 165 opdagen. De meesten gebruikten de spreektijd om hun bezwaren tegen Wahid nog eens op te sommen en de vergadering besloot – volgens Kwik geheel ongepland – in het parlement een procedure aan te spannen voor afzetting van de president. Intussen hebben 107 volksvertegenwoordigers een petitie ondertekend die aandringt op een parlementair `memorandum' aan de president, de eerste stap naar een buitengewone zitting van het Volkscongres. Alleen die kan de president naar huis sturen, mits wordt aangetoond dat hij de grondwet heeft overtreden.

De sleutel ligt bij de PDI-P en Golkar, die samen een meerderheid hebben in parlement en Volkscongres. Eind oktober verbrak vice-president Megawati haar stilzwijgen over de landspolitiek. Voor een PDI-P-vergadering in Surabaya haalde ze scherp uit naar de critici van Wahids – en haar – regering. ,,Aan al diegenen die deze regering keer op keer verwijten dat ze de problemen niet snel genoeg aanpakt, wil ik vragen: wat hebben jullie nog meer gedaan doen kritiek oefenen?'' Megawati zei dat ,,we de manoeuvres van de politieke elite tot een minimum moeten beperken en een gezond klimaat moeten creëren waarin de regering in alle rust haar werk kan doen.'' Megawati liet vorige week weten dat ze ,,niet langs ongrondwettige weg president wenst te worden''. Ze lijkt er de voorkeur aan de geven om zich tot 2004 – het einde van Wahids en haar ambtstermijn – het bestuurlijke handwerk eigen te maken, alvorens opnieuw op te gaan voor het presidentschap.

De tweede hoofdrolspeler is Akbar Tanjung, zowel voorzitter van het parlement als van Golkar. Tanjung heeft die twee rollen tot nu toe goed uit elkaar gehouden. Tijdens partijbijeenkomsten oefent hij kritiek op de feilen van de regering, maar hij laat zich niet – zoals Amien Rais – verleiden tot partizaan misbruik van zijn rol als eerste volksvertegenwoordiger. Hij vindt tussentijdse vervanging van de president ,,niet aan de orde'' en noemt Kwiks bijeenkomst ,,politiek irrelevant zolang de conclusies niet worden overgenomen door het parlement''.