LEIDENAREN TRACEREN DE GEBOORTEPLAATS VAN WEGLOOPSTERREN

De meeste sterren draaien met ruwweg dezelfde snelheden in dezelfde richting rondom het centrum van het melkwegstelsel. Maar op sommige punten zijn sterren te zien die veel sneller en in heel andere richtingen bewegen. Achterwaartse verlenging van hun banen laat altijd zien dat zij afkomstig zijn uit gebieden waar betrekkelijk kort geleden grote aantallen sterren zijn ontstaan. Astronomen van de Leidse Sterrewacht hebben nu langs deze weg twee objecten weten te traceren waaruit zulke `wegloopsterren' zijn ontstaan, zo melden zij in de Astrophysical Journal Letters van 1 december.

De eerste wegloopsterren werden in het begin van de jaren vijftig ontdekt door de Nederlandse astronoom Adriaan Blaauw en zijn Amerikaanse collega William Morgan. Die opperden ook al dat zulke sterren oorspronkelijk de lichtere component van een dubbelster waren geweest waarvan de zwaardere component aan het einde van zijn leven was geëxplodeerd. De begeleider was toen zijn aantrekkende centrum kwijtgeraakt en weggevlogen. Een andere ontstaansmogelijkheid doet zich voor als twee dubbelsterren elkaar op korte afstand passeren en er door het uitwisselen van bewegingsenergie twee componenten in tegengestelde richting worden weggeslingerd.

Bij hun terugrekening maakten Blaauw en Morgan gebruik van zowel de zeer nauwkeurig door de Europese Hipparcos-satelliet gemeten beweging aan de hemel van de betrokken objecten als hun snelheid in de ruimte. Het pad van de wegloopster Zèta Ophiuchus moet ongeveer een miljoen jaar geleden dat van een bekende neutronenster hebben gekruist. Een neutronenster is het overblijfsel van een zware, geëxplodeerde ster en die had in dit geval blijkbaar een begeleider die door de explosie zonder aantrekkend centrum kwam te zitten en dus zijn eigen weg moest gaan.

De astronomen vonden verder dat de paden van twee andere wegloopsterren, AE Aurigae en Mu Columbae – die nu aan de hemel ruim 60° van elkaar staan – elkaar ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden kruisten in een punt waar zich toen ook de zware dubbelster Iota Orionis bevond. Dit wijst er op dat de twee wegloopsterren zijn ontstaan tijdens een ontmoeting van twee dubbelsterren.

Wegloopster

In het stukje over `wegloopsterren' (pagina 2 van W&O, 25 november) stond vermeld dat het terugrekenen werd verricht door Blaauw en Morgan. Dit werd echter gedaan door R. Hoogerwerf, J. de Bruijne en P. de Zeeuw.