Koštunica als een dief in de nacht

Het optreden van de nieuwe, democratisch gekozen president van Joegolsavië op de Balkantop in Zagreb was weinig feestelijk te noemen.

De Joegoslavische president Kostunica kwam en ging in Zagreb als een dief in de nacht. Hij kwam als één van de laatsten en ging als eerste weer weg. Uit angst voor aanslagen lieten de Kroatische autoriteiten een lege auto met Joegoslavische vlaggetjes rond rijden. De president mocht niet opvallen. Hij werd met opzet in een auto zonder vlaggetjes vervoerd. Honderden agenten vormden een ondoordringbare haag tussen het hotel waar de Zagreb-top zich afspeelde en het handjevol Kroatische demonstranten dat tegen Koštunica kwam betogen. Niets werd aan het toeval overgelaten.

Het optreden van de nieuwe, democratisch gekozen president van Joegolsavië in Zagreb was weinig feestelijk te noemen. Hij stelde in zijn rede voor de regeringsleiders van de EU en de zogeheten westelijke Balkan dat het oude Balkanliedje van geweld en etnische zuivering nog lang niet voorbij is. Met nadruk wees hij op Kosovo waar het geweld tegen Serviërs en gematigde Kosovo Albanezen deze week weer oplaaide. ,,Kosovo is het enige gebied in de regio waar de terreur gewoon doorgaat en een hele volk van zijn geboortegrond verdreven wordt.'' Volgens Koštunica is Kosovo Europa's probleem nummer één: ,,Kosovo kan andere schijnbaar sluimerende conflicten doen oplaaien, niet alleen in de Balkan maar ook daarbuiten.''

De Fransman Kouchner die namens de internationale gemeenschap tijdelijk het bestuur voert over Kosovo reageerde in Zagreb ronduit gealarmeerd op de nieuwe golf van geweld. ,,Ik maak me enorme zorgen, ik hoop dat ik er helemaal naast zit maar ik maak me echt enorme zorgen.'' De status van Kosovo stond formeel niet op de agenda in Zagreb. Kouchner maakte echter uitgebreid van de gelegenheid gebruik om te pleiten voor zijn plan om de Kosovo Albanezen volgend voorjaar een eigen parlement te laten kiezen. Aanvankelijk had dat plan de steun van de internationale gemeenschap. Maar sinds Miloševic formeel van het toneel verdwenen is en Koštunica aan de macht is, deinzen verschillende landen voor zo'n drastische stap terug omdat het de Serviërs in Kosovo definitief buiten spel zou zetten.

Ook de Montenegrijnse president Djukanovic hanteerde in Zagreb een geheel eigen agenda. Terwijl de Europese regeringsleiders spraken over eenheid en samenwerking en de leiders van de landen die uit het voormalige Joegoslavië voortkwamen braaf knikten zette Djukanovic de zaak op scherp. ,,De internationale gemeenschap moet Servië en Montenegro erkennen als twee onafhankelijke landen. Pas daarna kunnen we van samenwerking gaan spreken.'' In de eerste helft van 2001 wil Djukanovic een referendum uitschrijven en de Montenegrijnen zelf over hun toekomst laten beslissen.

Koštunica en hierin wordt hij gesteund door de internationale gemeenschap – is fel tegen een verder opbreken van de Joegoslavische federatie. Tijdens de conferentie waren Koštunica en Djukanovic met opzet naast elkaar geplaatst maar tot veel chemie leidde dat niet. De Montenegrijnse president loopt na een auto-ongeluk nog steeds in een nek-brace en keek steevast de andere kant op terwijl Koštunica vermoeid voor zich uit staarde.

Premier Kok lijkt zich echter niet veel zorgen te maken over de dreigementen van Montenegro. Informeel blijkt Djukanovic er een veel genuanceerder standpunt op na te houden, aldus Kok die tijdens de lunch ,,geheel toevallig'' met Djukanovic en Solana aan tafel zat. Montenegro staat volgens de premier onder grote internationale druk om ,,een nieuw Kosovo'' te voorkomen.

Kok wees Koštunica op de wenselijkheid van samenwerking met het VN tribunaal in Den Haag. In bilateraal gesprek is onder andere een vestiging van het tribunaal in Belgrado aan de orde gebracht. Kok liet aan afloop weten bij de Joegoslavische president een `open oor' gevonden te hebben en niet de indruk te hebben dat Koštunica zich van zijn verantwoordelijkheden wil afwenden.