`Ik wil chaos suggereren'

In Ruigoord speelt het bovennatuurlijke een grote rol, maar een new-age drama is het volgens regisseur Carina Molier zeker niet. Hippiegoeroe Gerardjan Rijnders zorgt voor verlichting.

,,Ruigoord gaat niet over Ruigoord'', zegt regisseur Carina Molier (41), ,,De voorstelling gaat wel over de teloorgang van een kunstenaarskolonie en van zijn gedachtegoed. Ik voel wel zielsverwantschap met de Ruigoorders.'' Met video- en geluidskunstenaars en met acteurs van Toneelgroep Amsterdam maakt Molier een `multimedia tweeluik'. Het eerste deel, Ruigoord: de geboorte, gaat vanavond in Amsterdam in première. Over drie weken volgt het tweede deel: Ruigoord: een virtuele dood. De delen, beide handelend over een goeroe en zijn volgelingen, kunnen los van elkaar worden bekeken.

Molier en haar acteurs lieten zich bij het maken van de voorstelling inspireren door Ruigoord, een kunstenaarsdorp bij Amsterdam dat dreigt te verdwijnen door de uitbreiding van de westelijke havens. Ze baseren zich vooral op het boek Wintervlinder, een leven als mysticus van de Ruigoordse schrijver Gerben Hellinga, waarin hij zijn bovennatuurlijke ervaringen beschrijft.

Molier: ,,Wij hebben drie weken gerepeteerd in de tochtige kerk van Ruigoord. Gerben kwam vaak langs om verhalen te vertellen. Toen we vastzaten heeft hij I-Tsjingkaarten voor ons gelegd.''

Ruigoord gaat over reïncarnatie. In deel één laat goeroe Clifford A. Pickover, een mooie grappige rol van Gerardjan Rijnders, zien hoe tijdens zijn geboorte de ziel van een verongelukte automobilist in hem voer. In het tweede deel snijdt de goeroe het brein van zijn moeder (Celia Nufaar) in plakjes om ze te uploaden in zijn computer. Molier: ,,Het upload-idee roept vragen op als: wat is de mens? Wat is het zelf? Waar blijf je als je gedachten naar een computer worden overgebracht?''

Het reïncarnatiegegeven ontleende Molier aan een verhaal van Hellinga: ,,Gerben ging een keer naar reïncarnatietherapie en stuitte op drie vorige levens. In één van die levens was hij soldaat David Rubenstein, die sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog. Later, tijdens de zonsverduistering, kwam hij langs Verdun waar hij deze Rubinstein in een oorlogsarchief vond. Gerben vertelt heel nuchter over dit soort dingen. Hij besluit vaak met: `Ik weet niet of het waar is, maar het is in ieder geval gebeurd'.''

In Ruigoord komen nogal wat bovennatuurlijke zaken aan bod: ,,We begeven ons in gebieden die een rol spelen in de werkelijkheid maar die moeilijk te benoemen zijn. Ik bedoel zaken als: uittreding, zielsverhuizing en de toekomst voorspellen. Gerben noemt dat de superwerkelijkheid.'' Om de ongelovigen in het publiek niet af te schrikken, heeft de voorstelling een ironische ondertoon. Als Rijnders met een bril en een rode hippiepruik op wijsheden mompelt over de `snarentheorie' en het gebrekkige medium `tijd' kun je daar serieus over nadenken, maar je kunt er ook hartelijk om lachen. Molier: ,,Ik wil het duidelijk tongue in cheek houden. Het moet geen new age-drama worden.''

Net als in haar kleine zaal-producties, over popzangers als Lou Reed, Nico en Patty Smith, vertelt Molier geen rechtlijnig verhaal, maar maakt ze een collage van teksten, muziek en videobeelden. Bij deel één zit het publiek nog gewoon op tribunes naar een toneelstuk te kijken. Voor deel twee bouwt Molier in de zaal een groot poppenhuis volgestouwd met camera's en computers, waar de goeroe met zijn commune woont. De toeschouwers mogen rond het huis lopen en overal naar binnen kijken. Om het huis is gaas gespannen waarop beelden worden geprojecteerd.

Molier: ,,Ik werk vanuit improvisaties. Tijdens de repetities speelden we dat de goeroe op reis was – Rijnders was inderdaad naar een congres toe – en dat hij een opdracht voor ze had achtergelaten. Vervolgens onthulde ik een stukje van het verhaal, waarop zij verder improviseerden. Als ik ze het hele plot in één keer had verteld waren de improvisaties minder fris geweest. Alles werd op video vastgelegd en uit de vele uren materiaal stellen we de voorstelling samen.

,,Wat de kijker krijgt te zien is een nagespeelde versie van dat proces. Alles ligt precies vast maar het moet de schijn hebben van een losse spontane gebeurtenis. Daar worstel ik steeds mee: hoe bewaar ik de suggestie van chaos, met al die mooie ruismomenten, zonder dat het een troebele soep wordt? Zoals Patty Smith ooit zei: `I want to express the inexpressible'.''

Ruigoord: de geboorte (deel 1) van Toneelgroep Amsterdam/FACT t/m 9/12 in het Transformatorhuis, Westergasfabriekterrein Amsterdam.

Ruigoord: een virtuele dood (deel 2) aldaar vanaf 18/12 t/m 30/12. Inl. 020-5327800, www.clifcam.com.