Grondrechten moeten gewaarborgd zijn

Op 4 november stond op deze pagina het ontwerp-Handvest van de grondrechten van de Europese Unie afgedrukt alsmede een oproep aan de lezers voorstellen te doen voor een Europese grondwet. Vorige week zaterdag werd een eerste selectie van de bijdragen afgedrukt. Vandaag een tweede selectie.

Hoofdstuk 1. Structuur

Artikel 1. Functionele Scheiding

De wetgeving van de Europese Gemeenschap is gericht op:

a. onafhankelijke rechtspraak zonder aanzien des persoons;

b. scheiding van wetgevende macht en uitvoerende macht;

c. eerbiediging van een ieders culturele identiteit en het onafhankelijk van staatsmacht kunnen functioneren van een pluriform cultureel leven;

d. het kunnen functioneren van een economie in geest van samenwerking, verdraagzaamheid en respect voor het leven in zijn meest ruime zin;

e. scheiding van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke overheid. De overheid kan geen eigenaar zijn van onroerend goed zonder publieke bestemming.

Toelichting Deze beginselen van functionele scheiding beogen machtsconcentraties te voorkomen en een constructief verdeel-en-heers te vestigen. Sub a en sub b zijn bekend als Montesquieu's `trias politica'; de scheiding van wetgeving en bestuur kent de Nederlandse Gronwet niet, met alle woekering aan regelgeving die daaraan kan worden toegeschreven. Sub c is ontleend aan de `trias organica' van Rudolf Steiner, deze loskoppeling kan mijns inziens een belangrijke bijdrage aan de wereldvrede betekenen daar het de kortsluiting tussen staat en cultuur — in de vorm van nationalisme, fascisme of fundamentalisme — tegengaat. Sub d staat, voorwaardescheppend, tgov. het gangbare strijdmodel. Sub e dient ter eliminatie van ons grootste kartel: de overheid als grootgrondbezitter, bestemmer en speculant tegelijk.

Artikel 2. Grondrechten

1. De Grondwet formuleert vrijheidsrechten ter eerbiediging van een staatsvrije sfeer en gelijkheidsrechten, gebaseerd op het beginsel dat een ieder voor de wet gelijk is. De wetgever kan aan deze rechten een prestatieplicht rustend op de overheid verbinden.

2. De Grondwet formuleert gelijkheidsrechten, gebaseerd op het beginsel dat eenieder voor de wet gelijk is. De wetgever kan aan deze rechten een prestatieplicht rustend op de oveheid verbinden.

3. De Grondwet garandeert het recht op vrije bestembaarheid van althans een deel van althans sommige verplichte belastingen, voor sociale of culturele doelen, zoals onderwijs, kunsten, wetenschappelijk onderzoek, gezondheidszorg. maatschappelijk werk en -opvang, en de bescherming van cultuurhistorische en natuurhistorische waarden.

4. De grondrechten gelden eveneens voor vreemdelingen, asielzoekers daaronder mede begrepen.

Toelichting Het 1e lid is ter fundering van art. 1. sub c. De beoogde scheiding betekent dat onderwijs, kunst, enzovoort langs pluriforme weg gefinancierd moet worden; vandaar het 3e lid. Hier ligt een taak voor de ondernemingsraad m.b.t. de vernnootschapsbelasting. Verder valt bij het 3e lid te denken aan de successiebelasting en de kansspelbelasting, door de beoogde constructie wordt hinderlijke reclame via sponsoring teruggedrongen. In termen van de Franse revolutie en Grondwet kan men het recht van het 3e lid een voorbeeld van een broederschapsrecht noemen. Vgl. art. 4, 2e lid.

Artikel 3. Legaliteitsbeginsel

1. In de Europese Gemeenschap geldt het legaliteitsbeginsel waaraan de uitvoerende mcht gebonden is in die zin dat elk bestuurlijk optreden dient te steunen op de formele wet.

2. Bestuursbesluiten zijn gebaseerd op daarbij geformuleerd beleid, ruimtelijk beleid daaronder mede begrepen, doch de besluiten hebben slechts gelding voor het betroffen geval.

3. Wetgevende organen kunnen het vertrouwen in het bestuursorgaan van hetzelfde bstuursniveau, of in individuele bestuurders daarvan, opzeggen.

Toelichting De zogenoemde `pseudo-wetgeving' wordt door het 2e lid teruggebracht tot een status vergelijkbaar aan die van jurisprudentie. Gevolg is dat bestuursbesluiten vaker aan de rechter voorgelegd zullen worden; daar staat m.i. een betere inspraak vanuit de samenleving tegenover. Het ruimtelijk beleid wordt met opzet als voorbeeld genoemd omdat de starheid en het detaillisme van onze bekende bestemmingsplannen een extreem voorbeeld ervan zijn hoe elke fantasie aan de basis wordt gefrustreerd.

Merk op: Het moderne legaliteitsbegrip stelt dat de `belangrijkste' normen in de wet moeten staan. Dit acht ik een uit oogpunt van rechtszekerheid gevaarlijke omkering: een formeel beginsel wordt afhankelijk gemaakt van een materiële inhoud.

Artikel 4. Demarcatiebeginsel

1. In de Europese Gemeenschap geldt het demarcatiebeginsel waaraan de wetgevende macht gebonden is. Het demarcatiebeginsel begrenst de staatsmacht in materiële zin zodanig dat een onbelemmerde ontwikkeling op cultureel gebied mogelijk wordt.

2. Onder de in het eerste lid bedoelde bescherming van het demarcatiebeginsel valt elk terrein waar de burger de vrijheid toekomt die keuzes te maken die als essentieel ervaart door de ontplooiing van zichzelf en de samenleving, zoals dat met name zijn op het gebied van onderwijs, kunst, wetenschap, levensbeschouwing, gezinsleven, opvoeding van zijn kinderen, het definiëren van de eigen gezondheid, sport en communicatie.

3. Burgers kunnen in elke staat van enig geding aan de Grondwetgever om een prejudiciële beslissing ten aanzien van de demarcatie vragen. De rechter komt deze bevoegdheid ambtshalve toe.

Toelichting Dit artikel is een uitwerking van art. 1 sub c. Bedenkt hij het 2e lid dat het accent hier ligt op vrijwaring en niet op financiering zoals in art. 2, lid 3. Merk op: Thans is het legaliteitsbeginsel een huis zonder bodem in een immer uitdelend heelal van regelgeving. Het 3e lid is een aanvulling op art. 2 lid 1.

Artikel 5. Algemeen kiesrecht

1. Organen van de wetgevende macht, waaronder mede begrepen lagere regelgevende organen, worden op grondslag van evenredige vertegenwoordiging samengesteld door middel van algemene, vrije en geheime verkiezingen.

2. De uitvoerende macht, waaronder mede begrepen de hoofden van lagere bestuursorganen, stelt zelf zijn bestuur samen en hij kan ambtenaren voor zover deze onmiddellijk onder hem ressorteren, vrijelijk benoemen en ontslaan.

Toelichting 2e lid: Niets staat eraan in de weg dat bestuurders door politieke partijen gesteld worden, doch eenmaal gekozen dient hun partijlidmaatschap te worden bevroren voor zolang als hun regeer/bestuursperiode duurt. Hogere ambtenaren, feitelijke machthebbers achter de schermen, belanden in een vrij beroep. Art. 3 en 5 zijn uitwerkingen van art. 1 sub b.

Mr. V.P. Loosjes is boekdrukker.

Correctie

In de bijdrage over de Europese grondwet van Vincent Loosjes (NRC Handelsblad, 25 november) stonden enkele verschrijvingen. Hieronder de juiste tekst.

Art. 2, 1e lid: ,,De Grondwet formuleert vrijheidsrechten ter eerbiediging van een staatsvrije sfeer.

Dit zijn klassieke grondrechten waarop een ieder zich in elke staat van enig geding rechtstreeks kan beroepen.'

Art. 5 bestaat uit drie leden; het weggevallen 2e lid luidde: ,,De uitvoerende macht, waaronder mede begrepen de hoofden van lagere bestuursorganen, wordt op persoonlijke titel gekozen middels algemene, vrije en geheime verkiezingen.'

In de bijdrage Rechten van dieren moeten beschermd (NRC Handelsblad, 2 december) had moeten staan dat konijnen in glazen kooien zonder stro gefokt en gemest worden. Voorts dat de CO2-02-bedwelmingsmethode voor pluimvee de voorkeur verdient, boven de elektrische bedwelmingsmethode.

Het gaat namelijk om een mengsel van koolzuurgas en zuurstof waardoor de dieren zonder stress en verstikkingsverschijnselen buiten bewustzijn raken voor zij worden geslacht.

Bij de huidige elektrische methode worden de kippen verlamd.

    • Mr. V.P. Loosjes