Geweld luwt niet na bellen met Barak

Op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook is het gisteren opnieuw tot ernstige botsingen gekomen tussen het Israëlische leger en de Palestijnen. Daarbij vielen acht doden, vijf Palestijnen en drie Israëliërs.

De confrontaties vonden plaats ondanks de afspraak tussen premier Barak van Israël en de Palestijnse leider Arafat om de zogenoemde verbindingskantoren op de Westoever en in de Gazastrook gebieden te heropenen. De verwachting was dat heropening van de donderdag gesloten kantoren het geweld zou temperen, maar die kwam gisteren niet uit.

Barak vertelde op de Israëlische tv dat hij met Arafat had gesproken, omdat ,,het noodzakelijk is het geweld te verminderen en te stoppen''. ,,We hebben elkaar echter duidelijk gemaakt dat alleen het resultaat telt en niet het uitspreken van intenties die we al zo lang horen'', voegde hij er aan toe.

Het telefonische contact tussen Barak en Arafat kwam tot stand na bemiddeling van de Russische president Poetin die gisteren de Palestijnse leider op bezoek had. Het was voor het eerst sinds geruime tijd dat Moskou zich openlijk in het opgelaaide conflict in het Midden-Oosten mengde. Rusland is weliswaar samen met de Verenigde Staten co-sponsor van het vredesproces, maar het hield zich de afgelopen tijd op aan de zijlijn. Zo ontbrak Moskou vorige maand tijdens het (mislukte) spoedberaad tussen Israël en de Palestijnen in Sharm el-Sheikh, waaraan wel werd deelgenomen door hoge vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, de Europese Unie en buurland Egypte present waren.

Volgende week maakt Israëls minister van Buitenlandse Zaken Shlomo Ben Ami zijn opwachting in het Kremlin. Arafat dringt al langer aan op een grotere rol van Rusland en de Europese Unie in het vastgelopen vredesproces in het Midden-Oosten als tegenwicht voor de in zijn ogen pro-Israëlische opstelling van de belangrijkste bemiddelaar, de Verenigde Staten.

Het dodental sinds het begin van de tweede Palestijnse intifada bijna acht weken geleden is gisteren opgelopen tot 267. Het gaat veelal om jonge Palestijnen.