Fredriksen in spoor van Griekse reders

De gouden tijden van Griekse scheepsmagnaten als Aristoteles Onassis en Stavros Niarkos lijken te herleven. Alleen is de nieuwe scheepsmagnaat dit keer een Noor. Het betreft John Fredriksen die afgelopen week het nodige opzien baarde toen zijn rederij, World Shipholding Group, haar belang in de Singaporese scheepvaartonderneming Osprey Maritime verdubbelde. Daardoor kon hij zes schepen toevoegen aan zijn vloot van ruim zestig, waarvan de helft bestaat uit supertankers.

Fredriksen werkte zich in de altijd wat schimmige wereld van de olietankvaart op in de jaren zestig en zeventig. Bang voor risico's was hij niet. Hij vestigde zijn naam en fortuin in de jaren tachtig tijdens de oorlog tussen Iran en Irak. Fredriksen nam grote risico's door onverzekerd de Perzische Golf binnen te varen, naar de olieterminal op het eiland Kharg. Vanwege het oorlogsgevaar weigerde verzekeraar Lloyds in Londen de schepen te verzekeren. Soms verloor hij bij raketaanvallen een tanker, maar aan het einde van de oorlog was hij toch miljardair geworden met zijn activiteiten in de Perzische Golf.

Fredriksen heeft enige tijd in de cel gezeten toen er een onderzoek liep naar de beschuldiging dat hij de lading van zijn klanten liet gebruiken als brandstof voor zijn tankers. Even was hij ook in Nederland in beeld. In 1996 vertelde hij dat hij Nedlloyd zou willen overnemen. Een bod is nooit gedaan. Nedlloyd had enkele jaren daarvoor de Noorse reder Torstein Hagen al de deur gewezen toen die zich opdrong.