Europese grondwet 6

In de Europese grondwet moet het recht op `funderend onderwijs' gegarandeerd zijn, alsmede op toegang tot beroepsopleiding en bijscholing. Met funderend onderwijs wordt bedoeld wat in de verouderde terminologie van art. 23 van de Nederlandse grondwet algemeen vormend lager onderwijs, algemeen vormend middelbaar onderwijs respectievelijk voorbereidend hoger onderwijs heet, en thans bekendstaat als primair en voortgezet onderwijs. Door deze nadere bepaling wordt het begrip onderwijs scherper afgebakend ten opzichte van de begrippen beroepsopleiding en bijscholing.

Voorts is iedereen tussen het vierde en achttiende levensjaar verplicht tot deelname aan funderend onderwijs gedurende ten minste 18.000 uur. De lidstaten waarborgen dat de kosten van het voldoen aan deze verplichting volledig worden gecompenseerd.