Europese grondwet 2

Eenieder heeft recht op een schoon milieu. Een hoog niveau van milieubescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu moeten in het beleid van de Unie worden geïntegreerd en overeenkomstig het beginsel van duurzame ontwikkeling worden gewaarborgd. De Unie dient het behoud van de biodiversiteit na te streven.

Immers, tot de meest elementaire levensbehoeften behoort het ter beschikking hebben van schone lucht, water en bodem. Naast deze grondrechten behoort de erkenning een plaats te krijgen dat het gaat om waarden, in feite levensvoorwaarden. Tot die waarden behoren, behalve een schoon milieu, sinds de ondertekening van het Biodiversiteitsverdrag in 1992 ook het behoud van de biodiversiteit.