Etiketten

Het lijkt mij erg onbeleefd om mensen die aan je deur bellen weg te sturen met een bijbeltekst. Toch ging ik deze week op bezoek bij nieuwe kennissen die onder de deurbel een sticker hadden geplakt met het opschrift: `Bezoek van Jehovah Getuigen niet gewenst. Deuteronomium 18: 21-22.' Gelukkig behoorde ik niet tot de doelgroep van de sticker en mocht ik binnenkomen, maar de begroeting zette me wel aan het denken.

Waar zou je zulke stickers kunnen kopen, dacht ik, en hoeveel verschillende versies zijn er in de handel? Misschien wordt er ergens een catalogus uitgegeven met een ruim aanbod van bijbelteksten, waarmee je het bezoek op de man af kunt regelen. Je kunt je zelfs voorstellen dat er varianten bestaan op de bekende Ja/Nee-stickers: `Ja, ik wil bezoek van rekkelijken/ Nee, ik wil geen bezoek van preciezen'. Beleefd is zo'n ideologische discussie via de deurpost misschien niet, maar ze heeft het voordeel van moderne efficiëntie.

Er is nog een voordeel verbonden aan stickers die uitdrukking geven aan je diepste overtuigingen: ze werken niet alleen wanneer je ze ergens opplakt, ze hebben ook effect als je ze ergens niet opplakt. Ik herinner me hoe EO-directeur Andries Knevel enige jaren geleden in een vraaggesprek uitlegde waarom hij geen vis op zijn auto plakte. Met een een vis op zijn bumper zou hij herkenbaar zijn als gelovig christen, en dat achtte hij niet wenselijk zolang hij nog de behoefte had om 's avonds met een snelheid van 160 km/u naar huis te racen.

Deze strategie leek me in moreel opzicht het ei van Columbus. Zo hoeven we niet langer gebukt te gaan onder het juk van onze principes: als we maar zorgen dat geen enkel teken die principes verraadt. Doe de stickers van Amnesty International de deur uit en je kunt voortaan rovend en brandstichtend langs de straten. Gooi het linnen tasje met de opdruk van het Wereld Natuur Fonds in de vuilnisbak en we kunnen met goed fatsoen de nijlpaarden uitroeien. En denk eens aan de vele mogelijkheden die zich aandienen wanneer we besluiten dit jaar de NOVIB-kalender niet op te hangen.

Al dit plakken en niet plakken kan misschien uitkomst bieden in de discussie die onlangs is losgebarsten over het moreel relativisme. Parlementariër André Rouvoet van de ChristenUnie (RPF en GPV) zette in deze krant de aanval in op de postmoderne Westerse cultuur, omdat die heeft geleid tot ,,het ontbreken van een omvattend richting- en zingevend perspectief betreffende cultureel-ethische vraagstukken'. Een universele waarheidsethiek is nodig, dacht Rouvoet, om moreel verval tegen te gaan. Nu zou ik als nutteloze toeschouwer menen dat de morele problemen elders in de wereld groter zijn dan in onze relativistische samenleving. Maar het waren dan ook niet de gevaren van oorlog, terrorisme, honger en armoede die Rouvoet bezighielden; hij vroeg vooral aandacht voor de grote dreiging van het homohuwelijk.

De angst van Rouvoet voor moreel verval, denk ik nu, is niet nodig. Ook aanhangers van een universele waarheidsethiek kunnen hun morele problemen gemakkelijk oplossen met behulp van stickers: is het niet door ze onder de deurbel te plakken, dan is het wel door ze niet onder de deurbel te plakken. Geen vis op de bumper: dan komt zelfs voor de meest fervente tegenstander het homohuwelijk wel binnen bereik. En als er mensen zijn die toch liever leven aan de hand van inhoudelijke overtuigingen dan met behulp van etiketten: schuif uw principes onder de bank als er wordt aangebeld, verberg uw fatsoen in de kast en gooi uw idealen de kelder in. Je weet maar nooit wie er op de stoep staat.