Debat

Een paar weken geleden vertelde ik dat ik in de nacht dat de Amerikanen geen president kozen de Aristocrat Deli Gourmet aan de West 23ste straat binnenkwam op het ogenblik dat het intellectueel debat daar zijn hoogtepunt naderde. Klanten van alle standen en kleuren stonden hard tegen elkaar te praten, allemaal tegelijk, zodat ze elkaar niet meer konden verstaan. Het deed me denken aan de samenscholingen op de Nieuwezijds Voorburgwal na het sluiten van de stembus, als aan de gevels van de krantengebouwen de uitslagen bekend werden gemaakt: met krijt op borden geschreven. Ook daar het intellectuele debat. Wie het hardst kon praten en dat het langst volhield, had het gewonnen. Meestal was het een communist. Het kon lang duren. De verkiezingen werden in mei gehouden. Je ging naar huis door lege straten, terwijl de eerste vogels al aan het kwinkeleren waren.

Toen kwam de televisie. De mensen bleven thuis, de stad lag er godverlaten bij, het publiek debat was gedoofd. In de jaren zestig leefde het weer op. De provo's, de PSP en D'66 hadden hun intrede gedaan. En het bier ging een rol spelen. Nu werden de meningsverschillen uitgesproken in kleine zaaltjes als dat van de Pieterspoort. De sprekers zaten onder leiding van een voorzitter achter de tafel, tegenover een zaal met mensen die voornamelijk waren gekomen om één bepaalde politicus zoveel mogelijk dwars te zitten. Er waren er die daarvan hun specialiteit hadden gemaakt. Ik noem een voorbeeld: Hans Hofman, een dikke jongen die ook fotograaf was en die het vooral had gemunt op de liberalen. Mr. J.W. Geertsema trad in het strijdperk tegen Hans van Mierlo. Hans Hofman was vroeg gekomen, op de eerste rij tegenover de voorman van de VVD gaan zitten. Hij had een grote papieren zak op zijn knieën. De voorzitter opende de vergadering, Geertsema was het eerst aan de beurt. Hofman stak zijn hand in de zak, liet het papier hard kraken en bracht een plastic bak, gevuld met gehaktballen in satésaus tevoorschijn. Terwijl de liberaal sprak, haalde hij met zijn vingers een bal uit de saus en begon te eten, d.w.z. met open mond langzaam te kauwen terwijl hij de spreker strak aankeek.

Geertsema was iemand die zich niet van de wijs liet brengen, Hofman een volhouder. Zo ging daar een dozijn gehaktballen naar binnen. Ik weet het nog goed omdat ik daar toevallig de voorzitter was. Moest het gehaktballen eten verboden worden? Nee, want dan had Hans Hofman geïnformeerd of dit geen vrij land meer was en of de liberalen misschien op een gehaktballenverbod uit waren. Dat had de linkse fractie in de zaal tot het uiterste geactiveerd, en Hans van Mierlo moest ook nog aan het woord komen.

Dit was de bekende vergadering van `het pistool op de borst'. Van Mierlo verklaarde het credo van D'66. Geertsema vroeg: ,,Maar als ik u het pistool op de borst zet, kiest u dan voor de liberalen of de socialisten?'' Het podium bestond uit vier grote verhuiskisten. Die waren door de heftige bewegingen van de sprekers wat gaan schuiven, waardoor een kleine ruimte onder de achterpoten van de stoel van de voorzitter was ontstaan. Op het ogenblik dat Van Mierlo zijn antwoord gaf, zakte hij achterwaarts weg zodat dit historisch antwoord hem ontgaan is.

Waarom vertel ik dit? Deze week was ik op een avondje intellectueel debat in Felix Meritis. Als er één gebouw in Amsterdam is waarvan je zou willen dat de muren er konden spreken, dan dit. Het was een aardig avondje, het verliep beschaafd en, zoals dat meer gebeurt, het echte debat kwam pas los nadat het officiële gedeelte was afgelopen. Degenen die het in de koffiekamer met elkaar aan de stok kregen, merkten meteen dat ze het òf met elkaar eens waren, òf dat nooit zouden zijn.

Moeten we intellectuelen debatten laten houden? Behalve een beroepsnadenker is een intellectueel ook vaak iemand die niet met wie dan ook in debat hoeft te gaan omdat zij/hij weet: ik heb altijd gelijk. Dat moet je opschrijven; niet over praten met mensen die van zichzelf hetzelfde vinden. Het debat is voor mensen op straat, na de verkiezingen. Daar wil eigenlijk iedereen een eindeloze hertelling van de stemmen. Het is een pleziertje van het leven om dat tegen elkaar te vertellen tot de volgende zonsopgang. Of het werkelijk een debat mag worden genoemd? In ieder geval heeft de televisie er al heel lang geleden een domper op gezet, en het paars van de consensus hier het smoorproces voltooid.

PS Van bevoegde zijden heb ik verscheidene reacties op mijn stukje over de jet lag gekregen. Ik kom erop terug.