Chaos in Suriname komt door ontbreken van een echte elite

Vandaag herdenkt Suriname dat het 25 jaar geleden onafhankelijk van Nederland werd. Er is weinig te vieren, vindt W.R.W. Donner. Suriname is een land van mogelijkheden en zal voorlopig een land van mogelijkheden blijven.

Suriname verkeert in een deplorabele staat. Bestuurlijk, economisch en financieel is het land er slechter aan toe dan toen het vijfentwintig jaar geleden de onafhankelijkheid verwierf. Dit ondanks geldtransfusies van meer dan vier miljard gulden. Vermoedelijk het hoogste bedrag per hoofd van de bevolking in de wereld. De verborgen werkloosheid is groter dan ooit. De ambtenarij is verworden tot een soort werkverschaffing, waar duizenden mensen aan het werk worden gehouden.

Overheid en inwoners zijn verslaafd geraakt aan hulp. Zonder overheids- en particuliere schenkingen uit het buitenland kunnen land en volk zich nauwelijks bedruipen. Elke maand staat de regering weer voor de zware opgave geld bijeen te schrapen om de lopende uitgaven te voldoen. Gaten worden met gaten gevuld. Schulden worden afgelost uit de opbrengst van nieuwe leningen. Het drukken van bankbiljetten biedt slechts tijdelijk soelaas. Het prijsniveau past zich simpelweg aan bij de grotere geldhoeveelheid. Er moeten steeds meer bankbiljetten in circulatie worden gebracht. Geldzendingen en voedselpakketten van in het buitenland verblijvende Surinamers moeten achtergebleven verwanten voor de hongerdood behoeden. De economische vooruitzichten zijn mistig. Binnenlandse ondernemers zinnen op vertrek; buitenlandse ondernemers staan niet echt te trappelen om er iets te beginnen. De toekomst ziet er dus duister uit.

De veel gehoorde mening is dat de onafhankelijkheid te vroeg kwam. Er had een langere incubatieperiode moeten zijn ingelast, zegt men. Is dat wel zo? Zou een voortgezet regent- en voogdijschap van Nederland wel tot een betere uitkomst hebben geleid? Ik betwijfel dat. De fout die destijds werd gemaakt, en die gegarandeerd weer gemaakt zou worden als de toekenning van de onafhankelijkheid pakweg vijfentwintig jaar zou zijn uitgesteld, was niet de toekenning van de onafhankelijkheid an sich. Onjuist was dat men zich bij de beantwoording van de vraag of het land wel rijp genoeg was om op eigen benen te staan, had blindgestaard op het economische potentieel en geweigerd had de andere determinanten voor een levensvatbare staat in de beschouwingen te betrekken. Met voldoende geldinjecties, dacht men, zou de economische `take-off' kunnen worden bewerkstelligd. Dan zou het land `airborne' zijn en zichzelf vervolgens wel kunnen bedruipen.

De ervaring leert dat de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen geen voldoende voorwaarde vormt voor een succesvolle economische ontwikkeling van een land. Veel landen kwamen tot grote bloei zonder noemenswaardige bodemschatten. Het blijkt dat de aanwezigheid van een regentenklasse, een creatieve burgerij en culturele homogeniteit (of de aanwezigheid van een dominante cultuurgroep) doorslaggevender variabelen zijn voor de vorming van een gezonde staat dan economische potentie. Juist aan deze determinanten werd geen enkele aandacht besteed; met fataal gevolg. Het is zinvol bij de herdenking van het vijfde lustrum van de Surinaamse onafhankelijkheid hierbij stil te staan.

Een mens wordt gevormd door interactie met de andere leden van de verbanden waarbinnen hij zich beweegt. Van het gezin, de familie, de straat, de school, het dorp, de stad, de stam, het land. Hij draagt de waarden en normen, de zeden en gewoonten van die samenlevingsverbanden met zich mee. Van hem wordt verwacht dat hij zich niet afwijkend gedraagt. Zolang het individu dezelfde mensen of dezelfde soort mensen tegenkomt in zijn handel en wandel zal of kan het sociale verkeer soepel verlopen omdat overeenstemming bestaat omtrent het gedrag, de waarden en normen, kortom de way of life. Voor relaties met leden uit andere circuits dienen echter standaarden te worden vastgesteld.

Er is veel gezegd en geschreven over het karakter van de Surinaamse samenleving. De voorouders van de huidige Surinamers kwamen uit verschillende continenten. Zij werden niet gerecruteerd uit de beste elementen. Op zichzelf is dat niet zo erg. Erg is wel dat het land nooit een aristocratie heeft bezeten met een uitstraling; met waarden, normen en gedragingen waaraan de samenleving zich zou kunnen optrekken. Degenen die door het moederland daarheen werden gestuurd werden niet gerecruteerd uit gegoede kringen. Priesters en fraters kwamen uit boerengezinnen uit Brabant en Limburg, adellijke figuren of academici van uitzonderlijk gehalte gingen er niet heen.

Daardoor kon de Surinaamse `elite' geen mensen leveren om de leiding van de staat over te nemen toen de tijd daarvoor was aangebroken. In haar gelederen bevonden zich geen mensen die daarvoor geprogrammeerd waren, die van jongs af aan waren geïndoctrineerd met ideeën over verantwoordelijkheid jegens land en volk, juiste gezagsuitoefening, juiste omgangsvormen en burgerplicht.

De leiders die in het vacuüm naar boven schoten hadden en hebben niets te bieden aan land of volk. Ze zijn weinig bereisd, weinig belezen, weinig onderlegd. De afstand tot de volgelingen is te klein. Degenen die als academici naar het land terugkeren kunnen niet in de leemte voorzien. Zij sluiten zich tijdens de studie in het buitenland niet aan bij personen die hen een verfijnde levensstijl of een maatschappelijk ethos zouden kunnen bijbrengen maar klitten aan elkaar.

Het geringe inzicht bij de leiders inzake datgene wat de wereld te bieden heeft, wordt duidelijk gemanifesteerd en gereflecteerd in hun benoemingsbeleid. Zelden komt iemand op de juiste plaats terecht.

Het idee van the right man in the right place is er onbekend. In de afgelopen decennia belandde een monetair econoom, gepromoveerd op het bankwezen, op het departement van Landbouw. Tegelijkertijd werd een econoom die op de hoogte was van de economische planning, president van de centrale bank. Een man die was gespecialiseerd in de bosbouw werd belast met de economische planning.

Een geoloog werd voorzitter van de Rekenkamer en een accountant chef van de geologisch mijnbouwkundige dienst. In andere regionen wordt altijd een top-econoom belast met het beheer over de financiën. Men denke aan mensen als Lieftinck, Zijlstra, Zalm, Witteveen, Duisenberg. In Suriname benoemde Johan Adolf Pengel zichzelf tot minister van Financiën en nam eventjes nog drie andere ministeries mee. Chirurgen, wiskundigen, natuurkundigen, men kan het niet zo gek bedenken, worden president of minister-president. Men heeft geen enkele notie omtrent het vakkenpakket van academici. Zij mislukken daardoor bij de vleet, hetgeen het respect voor een academische graad alleen maar doet afnemen.

Elke willekeurige Surinamer acht zichzelf daardoor in staat als minister op te treden omdat hij met gemak namen van academici kan opnoemen die het niet goed gedaan hebben. Elke Surinamer acht zich daardoor in staat in debat te treden met wie dan ook over welk onderwerp dan ook. Op de Antillen zegt men over deze eigendunk: God weet alles, maar de Surinamer weet meer. Is het te verwonderen dat er niets van het land is terecht gekomen?

Om de voorwaarden te scheppen voor de vorming van een levensvatbare geciviliseerde staat gebaseerd op recht, orde, maatschappelijk welzijn en harmonische intermenselijke betrekkingen, zal de hoogste prioriteit gegeven moeten worden aan het wegnemen van die belemmeringen die de vooruitgang van het land in de weg staan.

Het gehele onderwijsstelsel zal daartoe op de helling moeten. Er zullen regels moeten komen voor het maatschappelijke verkeer die door de meerderheid van het volk gedragen en begrepen worden. Het Nederlandse onderwijsstelsel blijkt in Suriname niet te voldoen. In Nederland gaat men er vanuit dat de opvoedingstaak thuis in de gezinnen plaatsheeft. De school behoeft zich daarom niet in te laten met onderwerpen als juiste omgangsvormen, gezagsaanvaarding en correcte gezagsuitoefening. Dat nu is in Suriname niet mogelijk. Als men zijn zin niet krijgt gaat men in staking, zich daarbij niets aantrekkend van de ontwrichtende werking daarvan op de functionering van de staat. In een debat komt degene als overwinnaar uit de arena die het hardst kan schreeuwen. De debatten in het parlement dragen daarom vaak het karakter van een Poolse landdag met fatale gevolgen voor de volksopvoeding.

Suriname is een land van mogelijkheden en zal een land van mogelijkheden blijven, zo is eens gezegd. De juistheid van deze uitspraak zal wel blijken bij voortgaande veronachtzaming van de niet-economische bepalende factoren voor de economische vooruitgang.

Dr.W.R.W. Donner is oud-hoogleraar economie en was enige tijd

verbonden aan de Universiteit van Suriname.