Buitenlander of Jorritsma als coach hockeyploeg

Vóór 15 december hoopt de hockeybond een nieuwe mannenbondscoach te presenteren. In eigen land is de spoeling dun. Of is Hans Jorritsma bereid terug te keren op het oude nest?

Een mysterieuze glimlach verscheen op zijn gezicht, toen hem onlangs werd gevraagd of hij reeds was gepolst door het bondsbureau in Bunnik. Ties Kruize wist het niet, zei Ties Kruize. Waarna het voormalige strafcornerkanon grijnzend verder lurkte aan zijn sigaar, om niet veel later een symbolisch rookgordijn op te trekken.

De geschiedenis herhaalt zich. Bijna twee jaar na het plotselinge vertrek van Roelant Oltmans is de Nederlandse hockeybond (KNHB) opnieuw op zoek naar een bondscoach, nadat Oltmans' opvolger en voormalige rechterhand, de in onmin geraakte Maurits Hendriks, vorige maand mocht inrukken. Ondanks het prolongeren van de olympische titel en, vier maanden eerder, winst in het prestigieuze toernooi om de Champions Trophy.

Kruize staat, samen met HCKZ-coach Joost Bellaart, hoog op het verlanglijstje dat de internationals bij de bond hebben ingediend. Verrassend is dat niet, want reeds in Sydney, dus nog ruim voor het gedwongen vertrek van Hendriks, liet een aantal spelers de namen vallen van het gelouterde duo uit Den Haag. Gesteund door een vakbekwame trainer en een joviale maar daadkrachtig manager zou Bellaart of Kruize de aangewezen `vaderfiguur' zijn om de hockeyers weer te voorzien van datgene waar het twee jaar naar eigen zeggen aan heeft ontbroken: spelvreugde.

Maar vraag is of Kruize wel de juiste man op de juiste plaats is. Ervaring op het hoogste niveau heeft de huidige voorzitter van HCKZ niet of nauwelijks, al zat hij eind jaren tachtig twee seizoenen als technisch hoofdverantwoordelijke op de bank bij zijn geliefde club. Bellaart daarentegen staat al langer langs de lijn en kent, als voormalig manager van de nationale ploeg, het klappen van de zweep.

Al zal zelfs hij moeite hebben met de huidige geest die rondwaart binnen de nationale ploeg: een sfeer die deels wordt bepaald door financiële verlangens en verplichtingen. Hendriks werd de voorbije twee jaren vaker dan hem lief was geconfronteerd met spelers die tijdens oefenstages drukker waren met premies en contracten dan met speltechnische details. Zijn opvolger heeft in dat opzicht het voordeel dat het KNHB-bestuur inmiddels heeft ingestemd is met een bonussysteem voor de internationals.

Veel haast lijkt de hockeybond overigens niet te hebben met het vinden van een geschikte coach. Tijd genoeg, sprak het bestuur na de breuk met Hendriks. Maar dat, zo leert een vluchtige blik op de internationale kalender, is een misvatting. Over minder dan anderhalf jaar (maart 2002) staat het WK in Maleisië op het programma. Vijf maanden eerder voorafgegaan door het laatste examen, de strijd om de Champions Trophy in Pakistan. Het verschuiven van de geplande oefentrip naar Maleisië - van januari naar juni ongeacht de aanstelling - getuigt van eenzelfde hooghartigheid die de laatste jaren bij de door en door verwende spelersgroep de kop opstak.

In zijn speurtocht naar een opvolger voor de afgeserveerde Hendriks zou vice-voorzitter Koos Formsma, belast met de portefeuille tophockey, er verstandig aan doen de blik over de grenzen te richten. Naar een internationaal gelouterde coach die boven de partijen staat en, niet onbelangrijk, geen verleden met zich meezeult in het van oudsher kleine en benauwde Nederlandse hockeywereldje. Een keuze zoals de schaatsbond die vier jaar geleden maakte door Peter Mueller vanuit Amerika te laten overkomen.

Paul Lissek en Terry Walsh, tot vorige maand bondscoach van respectievelijk Duitsland en Australië, zijn het overwegen waard. Mentale hardheid (Walsh) en sobere spelopvattingen (Lissek) zouden het op snelheid en creativiteit geïnspireerde spel van de regerend wereld- en olympisch kampioen de dynamiek verschaffen die nodig is om zich de komende jaren te handhaven in de top van het internationale hockey.

Bij de Olympische Spelen in Sydney balanceerde de ploeg al op de rand van de afgrond. Hulp van buitenaf – de verrassende overwinning van Groot-Brittannië op Duitsland – voorkwam een roemloze aftocht van het elftal dat, gesterkt door de successen van de laatste jaren, aan chronische zelfoverschatting lijdt. Het is dat tegenstanders te veel ontzag toonden, zoals Zuid-Korea in de olympische finale, want anders was die misplaatste arrogantie al veel eerder afgestraft.

De enige Nederlandse kandidaat die, afgezien van Bellaart wellicht, die kwaal kan bestrijden, zit zich te verkneukelen in de Zeister bossen: oud-bondscoach Hans Jorritsma. Boze tongen beweren dat de voetbalmanager van Oranje niet overweg kan met bondscoach Louis van Gaal. Dat biedt perspectieven voor een hereniging. Bondsvoorzitter André Bolhuis, vier jaar geleden in Atlanta chef-de-mission van de olympische ploeg, heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor de expertise van zijn voormalige ploeggenoot, destijds werkzaam als technisch adviseur bij NOC*NSF.