BOON

Paardenbonen, die Marita Mathijsen in haar column (W&O, 11 november) noemt, zijn tuinbonen. Mijn vader, geboren in Groningen-stad in 1905, gebruikte dat woord wel eens. Zijn ouders waren middenstanders, hijzelf was leraar oude talen. Hier in het Zuid-Limburgse heb ik het woord paardenboon nooit horen gebruiken.

    • M.H.E. Siemers Wylre