Alleen eten, slapen en wachten in de crèche

Wat doen baby's en peuters op een kinderdagverblijf de hele dag? Zelf spelen, eten en slapen. De `pedagogische leegte' in de kinderopvang.

Ze studeren pedagogiek en werken regelmatig als invalster op kinderdagverblijven. Zouden ze later zelf hun kinderen naar een crèche brengen? Nou, nee. Dat wil zeggen: eerst heel goed zoeken.

Dit zijn hun ervaringen: ,,Veel baby's zitten uren in zo'n wipstoeltje zonder dat er naar hen wordt omgekeken'', zegt Susanne Buitink. ,,De leidsters hebben eigenlijk nooit tijd om gewoon even te zitten en te knuffelen'', zegt Marion van der Laarse-Verhaar. ,,Ik maakte mee dat een kind iets met dozen wilde bouwen, maar dat mocht niet, want dat paste niet in ... ja in wat eigenlijk niet?'', zegt Perola Goncalvez.

En Celeste Goncalvez stond ooit in haar eentje voor een peutergroep – onopgeleid, want net klaar met de middelbare school. Haar zus Perola viel ooit in op een groep waar de vaste leidster een huilbaby in een apart kamertje had gelegd omdat het toch alleen maar huilde en ze er niet de hele dag mee kon rondlopen. ,,Mag ik jullie pedagogisch plan eens zien?'', vroeg Marion van der Laarse-Verhaar in het begin nog wel eens. ,,Dan werd het even stil: `ons wat?'''

De goede niet te na gesproken, over het algemeen volgen kinderdagverblijven volgens de studentes een ritme van eten, verschonen, slapen en verder wachten tot de dag voorbij is. Als de kinderen 's avond maar weer met een schone luier en een afgepoetste neus heelhuids aan de ouders kunnen worden overhandigd.

,,Ik noem dat pedagogische verwaarlozing'', zegt Annemiek Huisingh van de Stichting Pedagogiekontwikkeling. ,,Kinderen krijgen niet wat hen toekomt. De leidsters doen ontzettend hun best, maar krijgen van niemand steun hoe ze het moeten aanpakken.''

De stichting is van mening dat de overheid te weinig aandacht heeft voor de pedagogische kwaliteiten die een kinderdagverblijf zou moeten hebben. In de nieuwe Wet Basisvoorziening Kinderopvang komt weliswaar te staan dat kinderdagverblijven ,,een pedagogisch plan'' moeten hebben, maar wat dat dan precies inhoudt blijft een raadsel. ,,Iedereen kan zomaar een kinderdagverblijf opzetten'', zegt Huisingh. Er worden alleen eisen gesteld aan de accomodatie, niet aan de pedagogische kwaliteiten van de directeur. Op basisscholen heeft de directeur een pedagogische achtergrond en lopen remedial teachers rond voor kinderen met leerproblemen, maar bij veel kinderdagverblijven staat aan het hoofd een manager en komen daaronder meteen de leidsters. Huisingh: ,,Kinderdagverblijven worden niet gevoed door pedagogische inzichten, omdat zij in eerste instantie zijn opgezet voor de opvang, niet voor de opvoeding.''

Intussen schieten in Nederland – vooral in de grote steden – de kinderdagverblijven als paddestoelen uit de grond. ,,Staatssecretaris Vliegenthart wil het aantal crèches verdubbelen. Ik hou mijn hart vast'', zegt Huisingh. Het gaat nu eens niet om de opvang van probleemkinderen, maar om de doorsnee generatie Nederlanders die hier wordt gevormd.

,,Een gemiste kans'', zegt hoogleraar kinderopvang M. Riksen-Walraven. ,,We klagen met z'n allen dat de mens steeds egoïstischer wordt. Nou, dit is dé plek om loyaliteit te kweken.'' Samen met de stichting pedagogiekontwikkeling vindt zij dat op elk kinderdagverblijf een pedagoog moet rondlopen die op een informele manier de kinderen observeert en de leidsters ondersteunt. ,,We roepen altijd: kinderen leren zoveel van elkaar. Maar is dat wel zo? We weten eigenlijk niets van wat kinderen meemaken op een kinderdagverblijf. Spelen ze wel met elkaar?''

Een student van Riksen-Walraven maakte voor haar scriptie een video-opname van een beetje angstig meisje in een woelige peutergroep. ,,Je ziet hoe dat meisje de hele dag met haar knuffel tegen de wand staat geplakt. Maar de leidsters hebben het veel te druk met kinderen die wel aandacht opeisen. Als je dat ziet, jeuken je handen.'' Een pedagoog zou dat opvallen, zegt Riksen-Walraven. ,,Die zou dan een paar rustige, veilige kinderen om haar heen kunnen verzamelen. Of een ouder meisje dat graag moedert aan haar koppelen. Als je er nu niet op ingaat, is de kans groot dat zo'n kind later op de basisschool wordt uitgestoten. Of juist heel agressief wordt.'' Volgens Riksen-Walraven geven veel leidsters zelf ook aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning.

Het beeld dat de kinderopvang niet meer is dan een bewaarplaats wekt grote ergernis bij directeur J. van Gennip van de ondernemersorganisatie voor de kinderopvang VOG. Volgens hem is er ,,ondanks dat er veel energie uitvloeit naar uitbreiding, gigantisch veel aandacht voor kwaliteit''. Het voorstel om aan ieder kinderdagverblijf een pedagoog toe te voegen, vindt hij overdreven. ,,Hoe ver ga je met het toevoegen van disciplines aan deze tak van sport? In hoeverre moet de kinderopvang de pedagogische functie van de ouders overnemen?'' Van Gennip is van mening dat gekwalificeerde leidsters voldoende zicht hebben op de kinderen om bij probleemgedrag door te verwijzen naar een instantie die daarvoor is bedoeld. ,,Die kennis hoef je niet zelf in huis te hebben.''

En het meisje dat de hele dag tegen de muur plakt maar niemand tot last is? Van Gennip: ,,Ik kan mij voorstellen dat deskundigen zeggen: je kunt veel meer uit die kinderen halen. In theorie is dat natuurlijk ook zo. Alleen – het produkt kinderopvang is nu al aardig duur, elke voorziening extra drijft de kostprijs natuurlijk enorm op.''

    • Onique Snoeijen