Wapenaar `betrapt' op hoestdrank

Doelman Harald Wapenaar van FC Utrecht is bij een dopingcontrole betrapt op het gebruik van efedrine. De controle had plaats na afloop van de wedstrijd FC Utrecht-Cambuur op 2 april van dit jaar. De doelman vertelde dat hij voor de wedstrijd een hoestdrankje gebruikte om een verkoudheid te bestrijden.In het urinemonster troffen de controleurs tweemaal de toegestane hoeveelheid efedrine aan. Efedrine zorgt voor een verhoogde stofwisseling.

Aanvankelijk werd een schikking getroffen. De openbare aanklager stelde Wapenaar een schorsing van twaalf wedstrijden in het vooruitzicht, waarvan acht voorwaardelijk. Maar de doelman was het daarmee niet eens en liet het aankomen op een zitting. Donderdag 30 november zal zijn zaak voor de tuchtcommissie van de KNVB komen. Wapenaar heeft een advocaat in de arm genomen. De zaak-Wapenaar lekte deze week uit. Tegen het Utrechts Nieuwsblad zei de doelman: ,,Ik loop hier al zeven maanden mee en had gehoopt het stil te houden. Ik heb grote morele bezwaren tegen dopinggebruik en hoop te bewijzen dat mijn geval op onwetendheid berust.''

Wapenaar is de tweede profvoetballer die positief is bevonden sinds de bond in 1996 steekproefsgewijs op doping controleert. In mei 1997 werd Maikel Aerts van FC Den Bosch betrapt op cocaïnegebruik. Aerts werd in 1997 voor een jaar geschorst, waarvan negen maanden voorwaardelijk.