Voskuil

Als redacteuren van het Cultureel Supplement allemaal zo graag een nieuwe Voskuil willen bespreken, verwacht ik dat degene die de eer te beurt valt voor het laatste deel erg zijn of haar best doet om er iets moois van te maken. Naar mijn mening heeft Joyce Roodnat dat niet gedaan (Boeken 17.11.00). Haar woordkeuze (kaboem, boobytrap, papieren pik) vind ik wel heel ongelukkig. Het Bureau is, wat je er verder ook allemaal uit mag halen, zorgvuldig en fijntjes formulerend geschreven, de hoofdpersoon is op zijn manier bezig de waarheid van meerdere kanten te benaderen en de schrijver lijkt veel ruimte open te laten voor allerlei interpretaties. Het is een logisch gevolg dat die interpretaties er dan ook komen, en dat is iets wat ik recensenten niet kwalijk neem, mits zij dat met enige voorzichtigheid doen. Ik neem mevrouw Roodnat de stelligheid kwalijk waarmee zij haar waarheid over het boek rondkraait. Misschien is het leuk om dat tussen vrienden aan de borreltafel te doen, het Beerta-instituut vergelijken met een vampachtige minnares, maar dat deze opvatting een eigen leven gaat leiden in een recensie in hijgerige stijl, dat komt niet te pas. Dat je serieus opschrijft dat Nicolien haar aandacht voor baby's heeft verbeten en dat ze nu niet meer op Maarten zit zich te wachten, geeft degenen die Het Bureau zien als een soap voor hen die zich intellectuelen noemen, wel weer een goed wapen in handen.

Een slecht geschreven recensie zegt meer over de recensent dan over het boek, en zo ben ik meer te weten gekomen over mevrouw Roodnat, die liever een film ziet dan een boek leest (Der Blaue Engel), dan mij lief is.