Nederland met nieuwe wet uniek in wereld

Na een kwart eeuw discussie heeft de Tweede Kamer gisteren ingestemd met een wet die euthanasie onder voorwaarden toestaat.

Een juridisch monstrum, uniek in Nederland en waarschijnlijk in de wereld: plegers van een misdrijf die op basis van een simpele, eigen, niet door justitie getoetste verklaring ontkomen aan strafvervolging. Toch is dit precies wat er gebeurt met de artsen die euthanasie toepassen of die helpen bij zelfdoding, zo betoogden deze week de fracties van ChristenUnie en SGP tijdens het debat over het wetsvoorstel dat artsen onder bepaalde voorwaarden uitsluit van strafvervolging bij euthanasie en hulp bij zelfdoding.

Beide blijven in het Wetboek van Strafrecht gehandhaafd, met straffen van twaalf respectievelijk drie jaar cel. Maar als de arts medisch zorgvuldig handelt, te beoordelen door een toetsingscommissie met een medicus als een van de drie leden, blijft de arts gevrijwaard van vervolging.

Ook de regeringspartijen wezen aan het slot van het debat op het unieke karakter van de wet. Maar zij zijn er juist mee ingenomen dat Nederland met een wet die een euthanasie plegende arts vrijwaart van strafvervolging enig is in de wereld. D66, PvdA en VVD toonden zich voldaan: er komt een voorlopig einde aan een lange discussie. ,,Eindelijk neemt na 25 jaar discussie de overheid zijn verantwoordelijkheid op dit terrein. Een lang gekoesterde wens gaat in vervulling'', aldus D66.

Een groot deel van het debat, waar de Tweede Kamer deze week ruim twintig uur aan besteedde, ging over de uitleg van de wet. Zoals over de criteria waaraan de arts moet voldoen wil hij `zorgvuldig' handelen: hoe rekkelijk of precies moeten deze door toetsingscommissies worden geïnterpreteerd. De christelijke partijen en de SP, tegenstanders van de wet, opteerden voor precisie. D66, PvdA en VVD namen een wat pragmatischer standpunt in - al bleven ook de laatste twee fracties bang om alleen op het oordeel van de commissies te varen. De Kamer had in het debat de handicap dat de ministers Borst (Volksgezondheid) en Korthals (Justitie) niet alleen verschillen van opvatting toonden, maar ook dat Korthals overstapte van het `precieze' naar het `rekkelijke' standpunt. Borst toonde zich, niet alleen overigens op dit punt, nog `soepeler' dan Korthals. Zij vindt dat het de taak van de commissies is om, met de criteria voor ogen, in alle redelijkheid na te gaan of het optreden van de arts als `zorgvuldig' kan worden beoordeeld. Een standpunt dat Korthals aan het slot van het debat uiteindelijk ook omarmde.

Mag de mens over zijn leven beschikken en hoever reikt dan die zelfbeschikking; dat vormde de kern van de discussie die de Tweede Kamer diep verdeelde. Aan de ene kant waren er de twee kleine christelijke partijen die het leven als door God gegeven zien. Daar stonden partijen als D66 en, in mindere mate, VVD en PvdA tegenover die vinden dat de mens ,,de teugels van het eigen leven in handen heeft'' (D66).

Toch legden deze partijen die eigen vrijheid aan banden. Van zelfbeschikkingsrecht kon in hun opvatting geen sprake zijn omdat het de arts is die bepaalt of de wens het leven te beëindigen wordt ingewilligd. Hoe groot diens invloed is blijkt uit de cijfers: tot dusver wordt eenderde van de verzoeken om euthanasie of hulp bij zelfdoding ingewilligd. Als het aan de PvdA ligt zal dat ook niet veel anders worden, zo zei het Kamerlid Swildens. ,,Wij willen het zelfbeschikkingsrecht bij euthanasie en hulp bij zelfdoding - voor zover wij dat überhaupt willen - niet zover laten gaan dat daar geen arts meer aan te pas komt.''

Volgens ChristenUnie en SGP is door de zelfbeschikking als uitgangspunt te kiezen de geest uit de fles. De erkenning van de menselijke autonomie als essentieel element in de discussie over euthanasie en zelfdoding leidt volgens deze fracties onontkoombaar naar een individueel keuzerecht met betrekking tot het leven. Het Kamerlid Rouvoet (ChristenUnie) stelde dat daardoor ,,alle waarborgen en begrenzingen die nu in de wet worden opgenomen, vroeg of laat zullen verdampen''. Hij en zijn collega Van der Vlies (SGP) zagen daar nu al voorbeelden van, zoals de opleving van de discussie over de `pil van Drion', een dodelijk middel waarover oudere mensen zouden moeten kunnen beschikken om zelf een einde aan hun leven te maken als zij vinden dat het hun tijd is. De `pil' is een voorstel in de jaren tachtig gedaan door oud-raadsheer Drion.

Rouvoet kon tijdens het debat meteen testen of zijn stelling nu al opgeld deed. De recente uitspraak van de Haarlemse rechtbank over de hulp bij zelfdoding door de oud-senator Brongersma hing als een wolk boven het debat. En was ook een belangrijk element in de discussie. De rechtbank sprak de arts die de oud-senator Brongersma bij diens zelfdoding had geholpen vrij. Brongersma besloot daartoe nadat hij herhaaldelijk had aangegeven `klaar met zijn leven' te zijn. De uitspraak vormde voor de verschillende fracties een goede casus om aan te geven tot hoever de reikwijdte van het wetsvoorstel moet gaan. Een meerderheid (de oppositie plus PvdA en VVD) van de Kamer vindt vooralsnog dat het enkele feit dat iemand `levensmoe' of `klaar met het leven' is onvoldoende reden voor straffeloze euthanasie of, wat meestal het geval zou zijn, hulp bij zelfdoding.

Dit vindt ook Korthals - al zou met enige goede wil de casus-Brongersma ook nog wel onder de criteria (uitzichtloos én ondraaglijk lijden) kunnen worden gebracht die volgens de minister onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Voor D66, dat wel ruimte ziet voor levensbeëindiging door mensen die met dat leven klaar zijn, is de zaak daarmee niet afgedaan.

D66-minister Borst zei gisteren dat zij wel een discussie wil entameren over hoe om te gaan met de stervenswens van mensen die `levensmoe' of `klaar met het leven' zijn ,,als daar behoefte aan zou zijn''. Daarbij wilde zij dan ook de `pil van Drion' betrekken - waarover ze in de Kamer zei dat zij over de verstrekking ervan ,,nog aan het begin van het debat met mijzelf'' stond. De discussie is dan ook niet beëindigd.