Marco Paul Rolla en Paul Nassenstein

De zure lucht van bedorven wijn en rot fruit komt je tegemoet zodra je de deur van Galerie Loerakker in Amsterdam opentrekt. Op de vloer ligt een roodgeblokt picknickkleed met daarop de resten van een uitbundige feestmaaltijd: omgevallen wijnglazen, afgekloven kippenbotjes, vissengraten, bananenschillen en brokken chocoladetaart. De barbecue lijkt nog na te smeulen, maar van de eters is geen spoor meer te bekennen.

Zouden dit de overblijfselen zijn van een performance of een uit de hand gelopen openingsfeestje, vraag je je in eerste instantie verwonderd af. Maar bij nadere beschouwing blijkt het tafereel tot in detail in scène gezet. De picknickresten vormen een uit de kluiten gewassen stilleven, uitgevoerd in keramiek. De nonchalant verspreide appeltjes, de verfrommelde servetten, ja zelfs de vliegen allemaal zijn ze geboetseerd in klei en nauwelijks van echt te onderscheiden. Alleen de wijn is echt: die wordt iedere dag door de galeriehoudster over het geglazuurde kleed gegoten en zorgt voor de penetrante geur.

De Braziliaanse kunstenaar Marco Paulo Rolla (1967) maakte zijn installatie tijdens een verblijf van drie maanden in het Europees Keramisch Werkcentrum in Den Bosch. Het is niet de eerste keer dat Rolla met keramiek werkte: ook tijdens zijn studie aan de Rijksakademie experimenteerde hij met dit materiaal. Vorig jaar liet hij op zijn eindpresentatie een prachtige serie porseleinen beelden van barokke herders en herderinnetjes zien. Hun hoofden waren aan diggelen geslagen, zodat onder de kitscherige schil plotseling macabere skeletten tevoorschijn kwamen. Gedenk te sterven, was de boodschap die de Braziliaan het publiek toen meegaf.

Ook Picknick is doortrokken van deze vanitas-gedachte. Als een zeventiende-eeuwse fijnschilder heeft Rolla zijn stilleven voorzien van symbolen die ons herinneren aan de vergankelijkheid van ons bestaan. De wijnglazen hebben de vorm van doodskoppen, en de etensresten zijn half verteerd, zoals ook ons lichaam uiteindelijk zal ontbinden. De boodschap ligt er duimendik bovenop.

Met zijn drang om de levensmiddelen zo natuurgetrouw mogelijk na te bootsten zelfs tussen de kieren van het aangesneden brood is de structuur van het graan nog te zien is Rolla de mist in gegaan. Het is allemaal net iets te perfect, te serieus, en te gelikt. Waren zijn verbrijzelde rococo-sculpturen nog grappig en, in de geest van Jeff Koons, een beetje camp, nu lijkt de humor plaatsgemaakt te hebben voor bittere ernst.

Lichtvoetiger zijn de assemblages van Paul Nassenstein (1966), die in de achterruimte van de galerie te zien zijn. Ook hij maakt gebruik van keramiek, maar op een manier die vergeleken bij Rollas perfectionisme haast onbeholpen aandoet. Als een kind dat dammetjes bouwt op het strand, boetseerde Nassenstein bakstenen muurtjes en torentjes uit klei. Samen met een leger plastic soldaatjes en een handvol speelgoedindianen plakte de kunstenaar de bouwwerken op zijn schilderijen. En ondanks de knullige werkwijze ontstaat er op zijn doeken een verbluffende ruimtelijke werking.

De werken van Nassenstein brengen je even terug in je kinderjaren, toen je met playmobielpaarden en ossen het idyllische boerenleven nabootste. De landschappen van Nassenstein zijn echter minder vredig. Op het schilderij Scharrelland (2000) staan de plastic varkens, paarden en koeien bijeengedreven tussen een keramieken omheining. Aan de horizon gloort de goudgelen M van McDonalds, de plaats waar het vee uiteindelijk als hamburger zal eindigen.

Marco Paulo Rolla en Paul Nassenstein. T/m 9 dec in Galerie Loerakker, Keizersgracht 380, Amsterdam. Wo t/m za 13-17u30, zo 3 dec 14-17u.

    • Sandra Smallenburg