Maartens loopjes

Een heer in een volle stad. Het jaar is 1971. Of 1978. Of 1987. De heer verlaat zijn huis aan de Herengracht, loopt naar de de rand van het water en zwaait naar de eerste verdieping. Hij loopt de Herengracht af richting Raadhuisstraat en Leidsestraat, steekt die over en steekt rechtsaf door naar de Keizersgracht, die hij linksaf opgaat. Daar stopt hij even verder voor een voormalig bankgebouw, waar hij binnengaat.

Die wandeling is, met sporadisch optredende variaties, waarschijnlijk het vaakst gelopen loopje uit de Nederlandse letterkunde. Het leidt van de woning van Maarten Koning naar het gebouw van het A.P. Beerta Instituut en werd door de hoofdpersoon van de vorige week afgesloten romancyclus Het Bureau bijna twintig jaar lang dagelijks gelopen. Opvallend genoeg ontbreekt het in Wat doe jij in mijn stad? Een literaire wandeling door het Amsterdam van J.J. Voskuil van de dichter en publicist Onno-Sven Tromp.

Maarten Konings dagelijkse wandeling wordt wel genoemd in het boekje, maar maakt geen deel uit van de drie Voskuilroutes waarlangs de lezer op stap wordt gestuurd. Op die routes valt trouwens wel iets aan te merken: vooral de eerste is een dusdanig slalommende route door het westelijk deel van de Amsterdamse grachtengordel en de omgeving van het voormalige Binnengasthuis, dat de wandelaar even goed een advies had kunnen krijgen: `Loop wat willekeurige straten in: er is altijd wel iets te vinden wat te maken heeft met het oeuvre van Voskuil.'

De aardigheid van het boekje – de titel is ontleend aan een opmerking van Maarten Koning tegen een kennis van de Werkgemeenschap voor Dorps- en Streekgeschiedenis – zit dan ook niet in de routes, maar in de soms aardige fragmenten die Tromp uit Het Bureau en Bij nader inzien heeft uitgezocht.

Zoals het moment in 1974, waarop hij bij het oversteken van de Raadhuisstraat na enige aarzeling besluit door rood licht te lopen. Zo werd hij `een man die door rood stoplicht liep, die het gat van de Raadhuisstraat kende, een kerel die van wanten wist.' Dat mooie citaat wordt ondersteund door een in 1973 genomen foto van het desbetreffende kruispunt.

Er staan veel mooie foto's in Wat doe jij in mijn stad. Een groot deel komt uit de verzameling van Voskuil zelf, een aantal ervan heeft hij zelf gemaakt: mistige grachten, een leeg besneeuwd uitzicht uit zijn eigen raam. Die zijn zo sfeervol en verstild dat ze één ding duidelijk maken over het Amsterdam van de schrijver: het bestaat niet meer.

Onno-Sven Tromp: Wat doe jij in mijn stad? Een literaire wandeling door het Amsterdam van J.J. Voskuil. Bas Lubberhuizen, 112 blz. ƒ24,50