Licht uit, zintuigen aan

James Levine is o.m. chef-dirigent van de Münchner Philharmoniker. Woensdag maakt de Amerikaanse sterdirigent een, laat, debuut in Nederland.

,,Welkom, reuzenbaby!'' De duistere gangen van de Münchner Philharmonie zijn behangen met een lange reeks artikelen over James Levine, bonvivant onder de sterdirigenten en sinds vorig seizoen de nieuwe chef van de Münchner Philharmoniker. Het is een regenachtige dinsdag, net na de eerste ochtendrepetitie. Levine droogt zijn zweet af met de handdoek die voor, tijdens en na het dirigeren altijd om zijn nek hangt, en wijst lachend op zijn Duitse koosnamen. ,,Beertje, knuffelbuik, baby - Mensen vinden dat soort dingen leuk. Dus waarom zou ik me erover opwinden?''

James Levine (Cincinnati, 1943) begon zijn carrière als wonderkind op de piano en bewandelt sindsdien een zeldzaam zonnige, onconventionele en veelzijdige dirigentenloopbaan. Hij leefde jarenlang in een woongroep, verdiende miljoenen met het dirigeren van De Drie Tenoren (José Carreras, Plácido Domingo, Luciano Pavarotti) en werd in 1971 muzikaal directeur van de Metropolitan Opera in New York. Verbintenissen aan de muziekfestivals van Bayreuth (1982-1998) en Salzburg (1975-1993) en gastdirecties bij de Berliner en Wiener Philharmoniker maakten hem tot de meest succesvolle operadirigent ter wereld.

,,Zonder muziek ga ik dood,'' zegt Levine. ,,Toen ik als kleuter een spraakgebrek ontwikkelde, vroeg de dokter mijn ouders wat ik graag deed. Rammelen op de piano! Ik kreeg pianoles en stotterde nooit weer. Sindsdien is muziek mijn lust en mijn leven.''

Levine's komst naar de Münchner Philharmoniker zaaide aanvankelijk verdeeldheid door de hoogte van het geëiste honorarium. Pas toen de aanstelling beklonken was en de opschudding bekoeld, sloot München 'Jimmy' Levine in het hart. ,,Levine's kwaliteit ligt in de onomwonden manier waarop hij muziek benadert,'' vindt Bernd Gellerman, intendant van het orkest. Sinds de dood van Levines voorganger Sergiu Celibidache, van 1979 tot 1996 de eigenzinnige en gezaghebbende Generalmusikdirektor in München, was het orkest op zoek naar een nieuwe chef. Levine was de eerste keus. Hij dirigeert nu een kwart van de honderd concerten die de Philharmoniker jaarlijks geven. De kaartverkoop steeg met zesentwintig procent. ,,Levine is een alleskunner, zijn repertoire is ongelooflijk breed,'' verklaart Gellerman. ,,Dat was precies wat het orkest na het tijdperk Celibidache nodig had. Celi's repertoire was beperkt, Levine vult de hiaten op. De klassieken, Mahler, eigentijdse muziek, alles. Ik kan alleen maar zeggen dat we hopen dat hij nog lang aanblijft.''

Voor de tweede ochtendrepetitie zijn de vierentwintighonderd stoelen van de Philharmonie zonder uitzondering onbezet. ,,Jimmy kan soms fel uithalen als hij opeens een toeschouwer ontwaart!'' waarschuwt een violiste sissend. Maar het valt mee. Levine heeft alleen aandacht voor de Zesde symfonie van Tsjaikovksi, die meegaat op de tiendaagse tournee die het orkest vanavond in Madrid begint. Woensdag is hij met zijn orkest voor de allereerste keer in het Amsterdamse Concertgebouw te beluisteren in een programma met werken van Brahms, Strauss en Bártok. Levines benadering van het orkest is uitbundig en direct. Langzaam begint het martiale Scherzo onder zijn handen te stralen en Levine straalt met de noten mee. ,,Wat een potent stuk is dit toch!'' Hij kneedt, zingt uit volle borst voor, verbetert, strooit complimentjes rond in brokkelig Duits en schept zo een sfeer die onverzettelijke discipline paart aan ongedwongenheid.

Zes uren repeteren

,,Repeteren is voor mij extreem belangrijk, daarin lijkt mijn werkwijze op die van mijn voorganger Celibidache. Alles staat of valt met de details.'' Na zes uur repeteren op één dag heeft Levine zich teruggetrokken in zijn ruime werkkamer. Hij heeft zijn handdoek afgelegd en drinkt in enkele teugen vijf flesjes water leeg. ,,Ieder uitvoerend kunstenaar moet uitvinden hoe hij het beste functioneert. Ik hou van lang en veel repeteren. Alleen dan kun je de maximale expressie uit een orkest halen, en alleen dan maak je een redelijke kans dat een concert buitengewoon wordt. Daar komt in dit geval bij dat het orkest en ik nog maar een jaar samenwerken. Repetitietijd is er om die relatie te verdiepen.''

James Levine is in vele opzichten een dirigent van het oude stempel. In de vorm, omdat hij uitgaat van veel repetities en weinig gebaren. In de inhoud, omdat hij staat voor een ademende, theatrale benadering van de melodiek, waarin ook gulle strijkersglissandi niet worden geschuwd. ,,Ik houd niet van nieuwe trends als het gaat om de kwaliteit van een orkestklank en het dirigeren,'' zegt hij stellig. ,,Toen ik opgroeide, hadden vrijwel alle orkesten een herkenbaar, eigen karakter. Die eigenheid ontbreekt nu vaak. Dat vind ik jammer. Vervlakking is een slechte zaak. De affaire in Berlijn, waar ze de Deutsche Oper en de Staatsoper willen laten fuseren, vervult mij met gruwel. Zowel bij de Metropolitan Opera als hier bij de Münchner Philharmoniker is het mijn eerste streven een unieke klankkleur te creëren. Om dat te bereiken, moet je als dirigent je eigen talent laten versmelten met de kwaliteiten van de musici. Wanneer je op autoritaire wijze je visie aan de musici oplegt, behandel je hen als één apparaat. Ik wil dat iedere individuele musicus begrijpt waarom ik vraag wat ik vraag. Alleen dan kunnen ze mijn visie vanuit zichzelf tot leven brengen. Wanneer je een orkest behandelt als een podium vol solisten, oogst je beduidend meer dan de som der delen.''

Levine spreekt snel, gretig en bescheiden. Roem? Daar kan een dirigent maar beter niet aan denken. De Drie Tenoren? Gewoon hele lieve jongens, die klassieke muziek voor een breed publiek toegankelijk maken. De grens tussen populaire muziek en klassieke muziek? Onzin. ,,Als Simon Rattle met de Berliner Philharmoniker een nieuw publiek wil aanboren door meer populaire muziek te dirigeren, is dat zijn goed recht. Ik vind het hele debat over hoge kunst versus lage kunst onzinnig. In mijn jeugd traden klassieke topartiesten met circusacrobaten op in één televisieshow. Prima! Zo maak je duidelijk dat klassieke muziek geen elitaire aangelegenheid is.''

Over zijn rol als dirigent uit Levine zich in zeer bescheiden termen. Dienstbaarheid, bescheidenheid. ,,Mensen hebben mijn uitspraken daarover vaak fout begrepen,'' zegt hij aarzelend. ,,Ik hamer er altijd op dat het overbrengen van de bedoeling van de componist voor mij het hoogste doel is. Maar dat betekent geenszins dat ik vind dat een stuk altijd hetzelfde moet klinken. Het idee! Een goed begrip van het stuk is een voorwaarde voor een goede uitvoering, that's all. Er zijn veel teveel dirigenten die onbegrip met `visie' maskeren. Natuurlijk is elke interpretatie subjectief, maar er is een verschil tussen het accepteren of het opdringen van die subjectiviteit. Alleen wanneer de notentekst zelf steeds mijn uitgangspunt is, groeit mijn visie. De hand van God, inspiratie - het zijn noodzakelijkheden voor een goede uitvoering, maar wanneer je je erop blind staart, slibt je visie vast in loze ijdelheid.''

Muziekliefde

De hand van God? Levine glimlacht bedachtzaam. ,,Ik ben niet gelovig, wel `religieus'. Het is toch een wonder dat muziek doet wat zij doet? Dat componisten zich voor hun scheppend werk vaak terugtrokken in de natuur is geen toeval, maar noodzaak. Als dirigent herken ik mij in een dergelijke, aardse religiositeit. Muziek heeft te maken met gevoel, menselijkheid, interactie tussen ons en de wereld die ons omringt. Dat klinkt zweverig, maar zeg eens eerlijk: Uw liefde voor muziek komt toch ook niet alleen voort uit de mathematische kant van muziek? In de concertzaal ondergaan wij heidenen onze meest overweldigende en roerende ervaringen.''

Het contrast tussen Levines gebaren op een concert en het klinkend resultaat is opvallend groot. Hij tikt de maat, hij oogst een panoramische veelkleurigheid. Levine grinnikt besmuikt. ,,Vergeef me de analogie, maar het is als met seks. Zodra het licht dooft, ontvlammen de zintuigen pas goed! Zo is het ook op een concert. De gebaren van een dirigent mogen nooit de aandacht van de muziek afleiden. Mijn wensen moeten tijdens de repetities zijn ingestudeerd, en niet ad hoc op een concert worden uitgedokterd. Dirigenten die als mimespelers het verloop van de muziek kneden, vind ik akelig. Daarom heb ik ook besloten mijn gastdirecties om te zetten in één chef-dirigentschap. In een duurzame relatie bereik je meer met minder, omdat je elkaar gaat aanvoelen.

,,Het is de vraag hoe de Münchner Philharmoniker zich zullen ontwikkelen. Ik heb een bepaald klankideaal in mijn hoofd, en dat naderen we sneller dan ik had verwacht. Maar het blijft afwachten. Een slecht orkest opbouwen tot een middelmatig orkest is makkelijk. Een goed orkest opbouwen tot een fantastisch orkest is verduiveld moeilijk. Bij het orkest van de Metropolitan Opera ben ik er bijna. Daar leef ik voor. Maar waar die kwaliteit dan uit bestaat. Het heeft te maken met onuitsprekelijke nuances. Ik kan het met de beste wil van de wereld niet duidelijk omschrijven, hoezeer mij dat - de lieve lezers indachtig - ook spijt!''

Woensdag dirigeert James Levine de Münchner Philharmoniker in de Grote Zaal van het Concertgebouw, Amsterdam. Aanvang: 20.15 uur. Res.: (020) 6718 345