Leven van de kunst

Het stereotiepe beeld bestaat nog steeds: kunstenaars kunnen niet met geld omgaan en doen hun best niet om het te leren. Maar dat idee raakt snel achterhaald. Kunstenaars gaan zich meer en meer als cultureel ondernemer opstellen. Er is een trend om meer over producten en marketing te praten; over sponsors, projecten, bedrijven. Over hoe je je werk te gelde moet maken.

Mijn accountant – die ik op uw advies heb genomen omdat ik van mijn financiën altijd een zootje maak en heb gemaakt (ik ben artiest van beroep) – stuurt mij iedere keer weer een rekening. Dit is nu al vier keer gebeurd. Dat schrijft Theodor Holman in Ik heb je net als liefde steeds weer nodig, een boekje over geld dat twee jaar geleden verscheen als relatiegeschenk voor financieel adviesbureau voor `creatieven' de Manie Groep. Hij beschrijft de lotgevallen van een kunstenaar die niet begrijpt waarom hij altijd zoveel schulden heeft. `Wat ik binnenkrijg, gaat per ongeluk meestal op', zegt hij schuldbewust tegen zijn deurwaarder. Die wuift het weg. `Het schijnt bij artiesten vaker voor te komen, ik weet het...'

Het stereotiepe beeld bestaat nog steeds: kunstenaars kunnen niet met geld omgaan en doen hun best niet om het te leren. Maar dat idee raakt snel achterhaald. Arjo Klamer, hoogleraar economie van kunst en cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam spreekt van een `kentering'. ,,Kunstenaars gaan zich meer en meer als cultureel ondernemer opstellen. Er is een trend aan de gang om meer over producten en marketing te praten; over sponsors, projecten, bedrijven. Over hoe je je werk te gelde moet maken.''

Ook de gespecialiseerde financieel adviseurs die kunstenaars bijstaan merken de verandering op. ,,Vroeger werd het door artistieke talenten als vies beschouwd om commercieel te zijn'', zegt literair agent Paul Sebes. ,,Dat heb ik wel snel zien veranderen in de acht jaar dat ik nu in het boekenvak zit.'' Dick Molenaar van All Arts, een Rotterdams adviesbureau dat vooral podiumartiesten onder zijn hoede heeft, en Jan Berkelder van de Manie Groep in Arnhem, bevestigen het beeld. ,,De meeste jonge kunstenaars zijn zich er heel erg van bewust dat ze rekening moeten houden met een laag inkomen, en dat ze dus voorzichtig moeten zijn, dat ze moeten plannen, dat ze niet alles gratis moeten doen. Ik krijg ook prachtige boekhoudinkjes van mijn jongeren'', vertelt Berkelder.

De oudere kunstenaars voldoen nog wel aan het clichébeeld. Die zijn opgegroeid met het idee dat geld vies is en ondernemen eigenlijk gelijkstaat aan zakkenvullen, aldus Berkelder. Klaas Gubbels is een goed voorbeeld van die generatie. ,,Ik hou alles bij, ik zorg dat het draaiende blijft'', vertelt zijn vrouw Heleen. ,,Hij houdt er helemaal niet van, alles opschrijven en bijhouden, al die bonnetjes. Ach, het is zo gegroeid. Ik was 22 toen we trouwden en toen begonnen we met een belastingschuld van 900 gulden – dat was toen heel veel. Ik dacht, dat moet nooit meer gebeuren. Hij is er heel blij mee, dat ik het allemaal regel.''

Oudere kunstenaars die niet zo'n toegewijd iemand aan hun zijde hebben, lijken ook nu nog op de financiële stuntel zoals Holman die in zijn boekje schetst. Volgens de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars (WIK) kunnen kunstenaars een beroep doen op 70 procent van een normale bijstandsuitkering, maar zonder sollicitatieplicht. Ze moeten dan wel bijverdienen door kunst te maken. Dat mag vrij tot 125 procent van de normale bijstand. Wat ze daarboven verdienen moeten ze terugbetalen. Jongeren willen in het algemeen snel veel verdienen zodat ze uit de WIK kunnen, vertelt Berkelder. Ouderen niet – die streven er zelfs naar niet boven die 125 procent uit te komen. Dat lijkt misschien gehaaid, maar het is heel gevaarlijk, aldus Berkelder. ,,Want die regeling geldt maar voor vier jaar. Daarna hebben ze weer niks.''

Volgens Berkelder houden de kunstacademies het groeiend financieel besef van jonge kunstenaars nog niet bij; daar geldt nog de beroepsopvatting dat geld verdienen vies is. Logisch, omdat het vaak de wat oudere kunstenaars zijn die les geven op de academies. Monumentaal vormgeefster Heloise Valk, die twee jaar geleden afstudeerde aan de kunstacademie in Den Haag, bevestigt dat er niet veel wordt gedaan om kunstenaars op hun toekomstige financiële zaken voor te bereiden. ,,We kregen alleen een stoomcursus BTW en dergelijke aan het eind van de opleiding. Waar ik niet veel van heb opgestoken trouwens. Dat was toen nog helemaal niet aan de orde.''

Dat is precies het probleem, legt Jeroen van der Eijnde uit. Hij is hoofd in- en externe betrekkingen van de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem. ,,Tijdens de studie krijgen zakelijke cursussen weinig aandacht van de studenten zelf. Ze luisteren maar met een half oor, vinden hun eindexamencollectie belangrijker. En daarna krijgen we de kritiek dat we er te weinig aandacht aan hebben besteed.'' De academie in Arnhem heeft nog een vrij uitgebreid project voor laatstejaars: het Basplan, bedacht door de kunstenaar Servaas, waarbij studenten stage lopen in een `bedrijfsmatige omgeving' – ,,van detectivebureau tot kapperszaak'', aldus Van der Eijnde. ,,Twee meisjes die zich traditioneel met beeldhouwen bezighielden, zagen in het modelleren van haar hun nieuwe materie. Ze zijn zelf verder gegaan als kunstkappers en hebben nu een kleine, goedbetalende klantenkring.''

Maar het kan altijd beter, vindt Van der Eijnde ook. ,,We zijn nu aan het kijken of we postacademisch financiële cursussen kunnen aanbieden, dat is misschien een beter moment.'' Overigens ziet het ernaar uit dat staatssecretaris Van der Ploeg juist op de tweede-fase-kunstopleidingen wil gaan bezuinigen.

Zakelijke kennis is van belang voor de jonge kunstenaars, want met bewustzijn alleen kom je er natuurlijk niet. En het kunstenaarschap is nog steeds geen vetpot – dat is iets wat nog niet is veranderd ten opzichte van pakweg twintig jaar geleden. Op een enkele uitzondering na dan. De Amsterdamse beeldend kunstenaar Willem Verburg (33) bijvoorbeeld. Hij maakt vrolijke, stripachtige werken die heel goed in de markt liggen. ,,Van het een komt steeds het ander, exposities, decormateriaal... Ik heb echt het idee dat ik het allemaal maar cadeau krijg.'' Verburg kan het zich dan ook veroorloven om, zoals hij zelf zegt, ,,een totale nitwit met geld'' te zijn. Dat komt goed uit, want hij is blij dat hij verder niet over geld hoeft na te denken. ,,Geld maakt onze hele wereld eigenlijk massaal kapot. Meestal doe ik alles in goed vertrouwen. Een zakelijke bespreking is voor mij met drie man een kratje bier wegzetten op zaterdagmiddag.''

Maar voor de meesten is het sappelen, schrapen. Dat geldt het sterkst voor beeldende kunstenaars, zegt Dick Molenaar van All Arts. ,,Een heel grote groep zit er gewoon naast, naast de subsidies en de leuke opdrachten. Maar het kan altijd ineens ophouden. Dat je als bassist in een paar leuke groepen zit en dat dat dan ineens allemaal stopt, dat je in de bijstand terechtkomt. Dat kan heel hard gaan.''

Er zijn ook zat kunstenaars die ermee stoppen omdat ze het niet redden, of gewoon omdat ze er genoeg van hebben om armoedig te moeten leven, vertelt Molenaar. ,,Vaak als ze tussen de dertig en veertig zijn, zeker als ze gaan trouwen of samenwonen of kinderen krijgen. Een grove schatting is dat de helft van de mensen van in de twintig die van de kunst probeert te leven er weer mee ophoudt.''

De meesten van hen blijven wel iets doen wat aan de kunst raakt. Molenaar noemt een zanger die tentoonstellingen is gaan inrichten, een schrijver die nu bij een filmmaatschappij werkt, een gitarist die stage manager in Paradiso is geworden. Het blijft altijd trekken, beaamt Jan-Chris de Koeijer, ex-zanger van Gorefest. Toen de band stopte en er ook nog een hypotheek betaald moest worden, begon hij een klussenbedrijf. Inmiddels is hij gescheiden. Hij werkt weer in de horeca en is een nieuwe band begonnen. ,,In Amerika zeggen ze dat je in between jobs bent; ik ben af en toe in between bands.''

Een kwart van de kunstenaars heeft er gewoon een baantje bij. Het werd vroeger als een afgang gezien als je dat nodig had, zegt Molenaar. ,,Maar als een baantje voor twee dagen in de week maakt dat je financieel rustiger kunt leven, blijkt dat je in die vijf dagen evenveel doet als voorheen in zeven.'' Dat is precies de manier waarop Heloise Valk het aanpakt. Ze werkt drie dagen in een restaurant en maakt vier dagen mooie dingen. ,,Subsidies aanvragen, daar gaat zoveel tijd en energie inzitten. En ik vind het ook niet fijn als ik, terwijl ik iets maak, moet denken of het verkoopbaar is. Ik heb een keer een lamp gemaakt met dia's erin; daarvan vroegen mensen, kun je er één voor mij maken met de geschiedenis van ons bedrijf in die dia's? Maar ik heb dan misschien nog een beetje die academische arrogantie: je kunt dit werk kopen of niet. Anders word je een soort ambachts-iemand.''

Kunstenaars kunnen tegenwoordig dus zonder gezichtsverlies werken naast hun vak, maar het wordt ook meer geaccepteerd als ze bijklussen binnen hun vak. ,,Het is tegenwoordig heel normaal dat schrijvers bijverdienen, ook al weten hun uitgevers daar niet altijd wat van. Die zeggen: nee, nee, dat doen onze auteurs niet. Maar die auteurs kunnen niet allemaal van hun boeken leven, dus die komen dan bij mij van `ja Paul, ik moet toch een nieuwe wasmachine kopen' '', vertelt literair agent Sebes. ,,Vooral voor jonge schrijvers of dichters is het geen probleem om even een praatje te houden op een personeelsavond van een verzekeraar of een pensioenfonds. Die denken, dan verkoop ik zo weer vijftig bundels. Dat doet geen boekhandel ze na als je geen Rawie of Herzberg heet. En ze krijgen nog een leuk honorarium ook. Maar ook de bekende schrijvers schrikken er niet voor terug om iets voor het bedrijfsleven te doen, voor zo'n vijf- of tienduizend gulden.''

Ook beeldend kunstenaars storten zich meer en meer op de opdrachtkunst, of zelfs op het vervaardigen van relatiegeschenken voor het bedrijfsleven. Zoals Herman Brood die broodtrommels en beschuitbussen beschilderde voor Brabantia, of Corneille die een pen ontwierp voor ABN Amro.

Het idealisme is nog niet helemaal uit de kunst verdwenen. ,,Het moet niet al te obvious zijn, niet te groot'', zegt Sebes. ,,Grote advertentiecampagnes in kranten willen mijn schrijvers niet doen, maar een column op een website van een bank weer wel. Voor duizend gulden per week. Dat is toch prima? Bij de NRC en de Volkskrant krijgen ze dat er niet voor.''

De liefde voor de kunst is ook voelbaar bij de financieel adviesbureaus. In de ontvangstruimte van het Amsterdamse kantoor van de Manie Groep hangen originele cartoons van Glen Baxter aan de muur, en de hele inrichting is modern design, deels gemaakt door cliënten. Molenaar van All Arts en Berkelder van de Arnhemse vestiging van de Manie Groep bevestigen dat ze niet voor niets deze doelgroep gekozen hebben. Berkelder: ,,Het enthousiasme waarmee ze soms binnenkomen als ze een prijs gewonnen hebben, of een opdracht gekregen! Het is hier ook alijd gezellig. Andere kantoren zijn vaak stoffige holen waar mensen in mappen papier zitten te bladeren.'' En er is misschien ook nog wel een klein snufje idealisme bij. ,,Ik zou een stuk rijker kunnen zijn als ik me op de middenstand zou richten, maar ik moet er niet aan denken.''

Volgens hoogleraar Klamer is er weer een nieuwe groep kunstenaars in opkomst die het romantische beeld dat je met kunst associeert, idealiseert. ,,De underground en nieuwe media-kunstenaars, zoals V2 in Rotterdam, willen juist vér blijven van alles wat met geld te maken heeft.'' Die romantiek zal dan ook wel altijd op de een of andere manier blijven bestaan, verwacht hij. ,,Geld en kunst staan nu eenmaal op gespannen voet met elkaar. En ik vind ook dat dat moet. Zodra je bij kunst gaat vermoeden dat het om geld gaat, wordt het verdacht.''

    • Ellen de Bruin