Kunst in de stal en op de deel

Boer Albert Waalkens krijgt 1 december de Benno Premselaprijs. Hij maakte van het dorp Finsterwolde een mekka van avantgardistische kunst.

Albert Waalkens (80) knabbelt op een speculaasje en strekt de handen voor zich uit. Witte snor en ringbaardje, vriendelijke ogen. ,,Zeer verguld'', is hij, ,,zeer verguld''. Hij zit in zijn tentvormige woning annex galerie aan een grote ovale tafel, bedekt met catalogi, kleine kunstwerken en paperassen. Op 1 december ontvangt Waalkens de eerste Benno Premselaprijs van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst. De prijs van 50.000 gulden is vernoemd naar vormgever Benno Premsela (1920-1997) en bestemd voor `een persoon die een inspirerende, stimulerende rol speelde voor verschillende generaties kunstenaars'. ,,Benno Premsela was een fantastisch man, die hier wel kwam.'' Een naar hem vernoemde prijs krijgen ,,is niet slecht'', zegt Waalkens. ,,Het is een vorm van erkenning''.

Albert Waalkens is een opmerkelijk fenomeen. Zoon van een rijke herenboer, al op jonge leeftijd kunstliefhebber, werd hij een autoriteit op het gebied van experimentele beeldende kunst. Hij maakte van het Groningse dorp Finsterwolde een mekka van het avantgardisme. Het `rode' dorp op het Oost-Groningse platteland telt slechts 2.000 inwoners en de NCPN zit er nog stevig in het zadel. Op het kale platteland staan de kapitale boerderijen die herinneren aan de tijd dat de herenboeren er de verlichting preekten. In de jaren zestig werd het dorp ook synoniem met spraakmakende, vernieuwende kunst. In 1962 stelde Waalkens zijn stal open als expositieruimte en de afgelopen kleine veertig jaar togen honderden kunstenaars naar Oost-Groningen. Onder de exposanten menig thans bekend schilder, beeldhouwer en graficus als Yvonne Kracht, Cornelius Rogge, David van de Kop, Karl Pelgrom, Peter Struycken en Ans Wortel.

De kiem voor Waalkens' fascinatie voor kunst werd gelegd op het gymnasium. Thuis werd niet over kunst gesproken. Hij grapt vaak dat hij ,,een knopmutatie'' is: een raar uitgroeisel aan een plant, een plotse verandering van het erfelijk materiaal. Op de landbouwschool kwam hij via via in contact met de in kunst geïnteresseerde Siep van den Berg, met wie hij veel tentoonstellingen bezocht. Het eerste kunstwerk dat hij kocht was een gouache van de Friese neo-expressionist Gerrit Benner. ,,Mijn ouders vonden het wel mooi, het mocht in de woonkamer hangen.''

Als oudste zoon nam hij het boerenbedrijf van zijn vader over. Siep van den Berg woonde een poosje bij Waalkens en zijn vrouw Frederika in. Die opperde dat het leuk zou zijn om de bevolking van Finsterwolde te laten zien wat Van den Berg had gemaakt. In het gemeentehuis mocht de kunst niet hangen. Daarom werd besloten de veertig meter lange en zes meter brede stal in te richten als expostieruimte. De kranten stonden vol van de herenboer in pofbroek die op zijn vroegere deel kunst aan de wand hing. In de wintermaanden, als er het op het akkerbouwbedrijf niet veel te doen was, maakte Waalkens tentoonstellingsprogramma's.

Kunst, zegt hij, wil hij graag om zich heen hebben. ,,Dan voel ik me lekker en happy.'' Hij bezocht galeries en kunstopleidingen op zoek naar het nieuwe. Dat deed hij ,,op intuïtie''. ,,Ik ben gebombardeerd tot superdeskundige, maar ik kijk maar gewoon'', zegt hij. ,,Kunst? Kunst is wat me frappeert en ontroert. Waar de haartjes op mijn hand overeind van gaan staan. Goede kunst? Kunst die goed is.'' Of het werk verkoopbaar is, is nooit een criterium voor hem geweest, zegt Waalkens. Hij verkeerde in de ,,bevoorrechte'' positie dat hij niet hoefde te leven van de verkopen. ,,Daardoor kun je onafhankelijk oordelen. Een commerciële galerie wilde ik niet zijn.'' Waalkens bood beginnende kunstenaars en bevriende kunstenaarsgezinnen onderdak op zijn erf, organiseerde beeldenroutes, werkte samen met de Amerikaanse land art-kunstenaar Dennis Oppenheim.

In de jaren zeventig raakte hij bevriend met één van zijn exposanten, kunstenares Corrie de Boer (68), met wie hij voortaan het galeriebeleid voerde. In 1983 was hij op verzoek van toenmalig museumdirecteur Wim Beeren gastconservator van Boymans van Beuningen. Drie jaar geleden zetten Waalkens en De Boer de `Stichting Galerie De Boer Waalkens' op, die ervoor moet zorgen dat de expostie- en werkruimtes ook na hun dood voor kunstenaars blijven bestaan. Een nieuw project van de stichting is `Artist in Residence': drie maanden lang werkt een kunstenaar op het Groninger platteland en bewoont de caravan in het weiland achter de galerie. Vastomlijnde plannen heeft Waalkens niet. ,,Ik ben nooit op iets uit. Ik kom het tegen. Ik krijg het aangereikt. Wim Beeren loodste Dennis Oppenheim naar me toe. Dat project dwarrelt nog steeds door de kunstboekjes. Wie weet wat voor dingen er nog gaan gebeuren.''