`Ik koos voor Cliff'

Annet Hesterman: ,,Ik ben opgegroeid in Nieuwendijk. Een vlek op de kaart tussen Merwede en Maas, een heel kleine gemeenschap. Doordat het tussen twee rivieren lag was het erg geïsoleerd. Terwijl je opgroeide, leek het alsof je automatisch zelf ook steeds kleiner werd. Een benepen sfeer.

Ik heb vanaf mijn zevende jaar gezongen, het zat in mijn bloed. Ik was niet verlegen, had geen plankenkoorts, deed aan toneel en kindermusicals. Mijn broertjes en zusjes vonden het prachtig.

Toen ik twaalf werd was het Cliff of Elvis. Ik koos voor Cliff, dat was mijn idool. Ik dacht: als ik nou ga zingen dan kan ik hem ontmoeten. Als meisje van twaalf, zo'n uit de klei getrokken typetje, logeerde ik bij een oom in Amsterdam en begon in mijn eentje de grote stad te verkennen. Ik ging naar de bioscoop om Cliff te zien. Dat mocht ik eigenlijk niet, maar ik ging gewoon. Dat vond ik al een overwinning en ik verlegde mijn grenzen steeds meer.

Ik was mijn vaders oogappel. Hij schreef teksten en maakte liedjes voor me. Ik zeurde zijn kop gek om een gitaar. Vervolgens ben ik mee gaan doen aan talentenjachten. Mijn moeder had een mooie jurk gemaakt en daar stond ik dan met m'n gitaartje.

Op een talentenjacht voor het `Cabaret der Onbekenden' werd ik tweede. Ik kwam op de radio. Ik heb het opgeschreven in mijn plakboek: `Op Woensdag 8 september 1965 klonk mijn stem voor het eerst op Radio Veronica.' Dat vond ik vermeldenswaard. Het eerste singeltje heette `Schoenen om te lopen': een vertaling van `These Boots Are Made for Walking' van Nancy Sinatra, maar dat was veel te hoog gegrepen voor een kind. Er komt een zin in voor: `mannen hebben vrouwen nooit begrepen'. Wat wist ik nou van mannen? Maar ja, je bent vijftien, je voelt je heel wat en zeker wanneer je een plaatje mag opnemen. Nancy Sinatra was tenslotte al dertig!

Ik kreeg vraaggesprekken in radio- en tv-gidsen. Ik heb ze nog bewaard. Hier: `Toppers van de week' in 1966. Ik sta daar tussen Boudewijn de Groot, The Kinks, The Who. Een artikel in de NCRV-gids: `Annet op weg in de wereld van de Showbizz: Laarsjes van Nancy werden schoenen voor Annet!' En daaronder: `Annets stemmetje schitterde in vaderlandse radioprogramma's en de tv-camera's vingen haar ook al. Maar het hoeft helemaal niet te betekenen dat je Annet over een paar maanden nog hoort. Het kan nu eenmaal vreemd gaan in het land van de lichte muze.'

Ik won steeds meer bekers. Na de derde klas mulo was het afgelopen met school omdat ik een aanbieding kreeg om in Duitsland te gaan optreden.

In die periode heb ik acht singeltjes gemaakt, maar wat ik live deed was veel beter. In de studio staan vond ik eigenlijk nogal saai.

Toen kwam ineens het Nationale Songfestival in Scheveningen in 1969. Het liep redelijk. Ik werd vierde, zelfs nog boven bekende artiesten als Anneke Grönloh en Rob de Nijs!

Naar aanleiding van een Engelstalige singel werd ik door de manager Cees van Leeuwen gevraagd mee te gaan doen met een nieuwe band en dat bleek Shocking Blue. Ik had net een manager bij Phonogram en wilde geen trammelant, dus ik dacht: laat ik het maar niet doen. Cees belde me nog op en zei: `Annet, hier ga je spijt van krijgen.' En dat was ook zo. Toen ik een jaar later door The Ro-d-ys werd gevraagd zei ik onmiddellijk `Ja'.

Het was verschrikkelijk! Ze repeteerden in een boerderij in Drenthe. Eerst moest ik met de trein naar Winschoten, dan werd ik opgehaald en dan gingen we naar Oude Pekela. Kun je je voorstellen? Helemaal uit Brabant, dat is een wereldreis! En wanneer ik dan eindelijk in die boerderij aankwam, stond de hele tent blauw van de wiet!

Voordat ze begonnen hielden ze een seance. Een soort indianendans. Ik dacht: hier zal ik nooit bij kunnen horen, dit is niet mijn wereld.

Met het Knokke-festival in 1969 had ik weer pech. We waren er net en toen ging de BRT in staking. Ik ben ergens in de onderste regionen geëindigd.

Mijn eerste echte vriend heb ik op het circuit van Zandvoort ontmoet. Hij was een jetset-kapper, hij stond in alle bladen. Dat wist ik niet eens.

Ik ben meegegaan naar Amsterdam om te helpen in de kapperszaak. Zingen deed ik nog wel maar dat werd steeds minder. Ja, je moet toch kiezen, hè? Ik koos voor hem. Wat het zingen betreft, heb ik wel spijt van die keuze gehad. Maar aan de andere kant: als kapster raak je mensen aan. Wanneer ze een uur bij je zitten, komt er altijd iets los. Een kapper is een soort psycholoog en dan merk je dat mensen van heinde en verre komen voor jou. Dat zou ik nooit ontdekt hebben wanneer ik was blijven zingen.

Van al mijn singeltjes is er niet één een echte hit geworden.

Met zingen ben ik nooit helemaal gestopt. Ik treed tegenwoordig heel veel op bij openingen, bedrijfsfeesten, seminars. `Annets Entertainment' heet mijn bedrijf. Ik werk met zes mensen. Ik bedenk het allemaal, ik maak de kleding. We zetten thematische shows in elkaar van een half uur.

Maar wat ik nou echt heel vervelend vind, is dat mensen jou iets zien doen en denken: dat lijkt mij ook wel wat. En dan alles van je pikken! Daar word ik zo ziek van! Zes jaar geleden ben ik met mijn Tina Turner-shows begonnen. Je had ineens een zangeres, die mij een keer zag optreden en zij heeft nu exact dezelfde show als ik. Exact! Met dezelfde nummers! Kijk, ik heb die nummers ook niet van mezelf. Maar als er één vrouw is die ik bewonder, dan is het Tina Turner. Ik voel dat zij in mij zit.

Ik kom nog wel eens langs Nieuwendijk op doorreis. Mijn ouders liggen er begraven. Er woont niemand meer. De enige band die ik er nog mee heb, is de begraafplaats. Van de tien keer dat ik er langs rij, ga ik er één keer heen.''