Griekse koning wint compensatie

De Griekse ex-koning Constantijn (54) heeft recht op schadevergoeding voor het verlies van bezittingen die in 1994 door de socialistische regering zijn geconfisqueerd. Dat heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens gisteren bepaald. Het gaat om de paleisgronden rond Tatoí bij Athene, een groot bosgebied in Midden-Griekenland en het landgoed Mon Repos op het eiland Korfu dat inmiddels voor het publiek is opengesteld. De waarde wordt door de vorst zelf geschat op ongeveer 3 miljard gulden.

De Griekse regering had gesteld dat het eigendom was verstreken met het verlies van de troon. Constantijn, die reeds tijdens de militaire junta in 1973 was afgezet, werd middels een referendum na het herstel van de democratie in december 1974 definitief in ballingschap gedreven. Hij heeft het land sindsdien nog twee keer bezocht.

De socialistische regeringen die sinds 1993 aan de macht zijn ontzeggen hem het recht Griekenland te bezoeken omdat hij geen geldig paspoort heeft. Hij wil namelijk geen achternaam opgeven en staat erop de titel Koning aan te houden, waarmee hij ook in zijn woonplaats Londen wordt aangeduid.

Er zijn nu speculaties dat de ex-koning zou willen afzien van een schadevergoeding in ruil voor het recht weer in zijn vaderland te wonen. De speculaties sluiten aan bij de vooruitzichten op de Olympische Spelen van 2004 tijdens welke Constantijn als erelid van het Olympisch Comité toch al niet geweerd kan worden uit de Griekse hoofdstad. Het is bekend dat hij veel heeft bijgedragen tot de keus van Athene als zetel van deze Spelen. In 1964 won hij in een zeilnummer het eerste Griekse goud sinds het begin van die eeuw. Anti-monarchisten zien vanuit dit perspectief de Olympische Spelen met angst en beven tegemoet, te meer daar de vrouw die met de organisatie is belast, Janna Angelopóulou, een overtuigd aanhangster van het koningshuis is.