Gluiperd

Het schoolvriendinnetje dat een weekend komt logeren is niet erg spraakzaam. Om precies te zijn: ze zegt geen woord. Met zichtbaar genoegen eet ze zich door de pannenkoeken, de frites en de boterhammen met hagelslag heen en in bed maken de beide dames een hoop lawaai – gelukkig toch enig bewijs dat ze zich amuseert.

De tweede avond worden de schoenen gezet voor Sinterklaas. Naast elkaar staan bij de verwarming een afgetrapte sneaker en een zwartglimmend lakschoentje. Na enig onderling gefluister blijkt dat ook de heer des huizes zijn schoen c.q. pantoffel mag zetten.

Voor het gemak trekt hij de linker- zowel als het rechterexemplaar uit en op dat moment verheft de logee haar stem. ,,Kijk nou, de gluiperd zet er twee!''