Financiële conglomeraten op retour

De duurste advertentie uit de Nederlandse bedrijfshistorie wordt verscheurd en verfrommeld.

De aankoop van de bankroete Britse elitebank Barings kostte ING in 1995 zo'n 1,6 miljard gulden. De overname katapulteerde ING naar een hoofdrol in de (financiële) media, een status die afweek van de relatieve bijrol die Barings en ING in de mondiale financiële arena van fusie-advies en effectenhandel speelden.

De ingrediënten voor tegenstellingen waren smakelijk: Britse elite versus gewone Hollanders, steenkolen engels tegen Oxbridge engels. Zouden die zuinige Hollanders overeind blijven in de geldwolven-City?

Nee. De concurrentiepositie van ING Barings is niet sterk genoeg. De Amerikaanse tak van de zakenbank wordt verkocht of gesloten, Londen en Europa worden geïntegreerd in de bedrijvendivisie van ING Bank.

Met de zakenbank op een lager plan zet ING een eerste stap naar de ontmanteling van het conglomeraat van banken, verzekeraars en vermogensbeheerders dat door één fusie en diverse overnames in tien jaar tijd is opgebouwd. De logica van het streven naar hogere aandeelhouderswaarde zal het scenario van een splitsing steeds meer gewicht geven.

Aandeelhouderswaarde is nog maar recent een primair oogmerk voor de meeste Nederlandse financiële grootmachten, verzekeraar Aegon uitgezonderd. De financiële wereld heeft zo zijn eigen kuddegeest. Jarenlang regeerden de onderlinge prijsafspraken. Dat gaf stabiliteit en rust. Maar ja, dat mag niet meer.

In de financiële wereld zijn conglomeraten nog steeds modern, ook al is de rest van het bedrijfsleven juist al jaren bezig zich te versmallen tot minder kernactiviteiten. Schaalomvang en conglomeraatvorming geven stabiliteit. Afgaand op de hoofdkantoren van de geldgiganten staat stabiliteit letterlijk in hoog aanzien. Het geeft klanten vertrouwen en geeft hen een gevoel van nietigheid. In het aantal verdiepingen op het hoofdkantoor is Aegon overigens ook een uitzondering.

Fusies en kongsies hielpen Nederlandse banken en verzekeraars de laatste tien jaar tijdelijk aan een voorsprong op concurrenten uit grotere (Europese) landen. Nu daar ook de samenklontering op gang is gekomen, moeten de Nederlanders uit een ander vaatje tappen om de gunst van mondiale beleggers te winnen.

Opgevoerde winstgevendheid is de nieuwe krik voor een hogere beurskoers. Extra aandeelhouderswaarde moet ook voorkomen dat Nederlandse financiële reuzen tot junior partners verworden in fusies of overnames met buitenlandse concurrenten.

Wie eenmaal de weg van aandeelhouderswaarde op gaat, kan alleen maar terug op straffe van koersdalingen die oplopen tot 40 procent per dag, zoals automatiseringsbedrijf Getronics afgelopen week overkwam. Je bent in deze era van ruw kapitalisme van een opkoper zomaar een prooi voor andere opkopers.

Op weg naar extra profijt is afslanking het credo. ABN Amro trekt zich bijvoorbeeld terug uit dienstverlening aan consumenten in een stuk of vijftig landen, zo meldde zij maandag. En drie dagen later legde zij ruim 7 miljard gulden op tafel, niet voor overname van een spannende zakenbank, maar voor een bank in het Amerikaanse middenwesten met ,,saaie'' producten voor lokale bedrijven.

Na de ontmanteling van zijn zakenbank zal ING duidelijk worden dat de gewone bankzaken ook niet zo winstgevend zijn als levensverzekeringen verkopen en vermogens beheren voor de vergrijzende westerse bevolking.

De kredietportefeuille van banken wordt langzaam ondergraven door een tweedeling onder hun klanten.

De grote bedrijven, zie Unilever, financieren zich steeds gemakkelijker door effecten uit te geven op de financiële markten, zodat de bank blijft zitten met een veelheid aan kredieten aan kleine(re) ondernemingen. In dit segment lijden banken bij een teruggang van de economie de grootste stroppen. Dan zal de beurskoers zich richten naar de zwakste schakel van ING: de bank met de stroppen.

Het geluk voor de conglomeraten is dat de teruggang er (nog) niet is en dat zij intern nog de nodige winst kunnen boeken. ING bundelt bijvoorbeeld de administraties van de zeven verschillende Nederlandse merken waarmee zij woninghypotheken verkoopt. Zo deed Unilever het aanvankelijk ook. Eerst fabrieken samenvoegen en sluiten om de kostprijs te reduceren. Toen dat niet hielp volgde een radicale reductie van het aantal merken.

ABN Amro zal vergelijkbare keuzes moeten maken. Zij heeft als voordeel dat de (vette) provisies van haar zakenbank tegenwicht geven tegen de ondermijning van de kredietportefeuille en dat zij in beide activiteiten groter is dan ING. Daar staat tegenover dat zij dubbel last krijgt van een economische teruggang: de transactievolumes op de financiële markten vallen terug, de risico's in de kredieten worden manifest.