Even thuis in de kerk

De kerk zit in onze ziel, zeggen Bulgaren. En dan volgt een geschiedenisles. Over vijfhonderd jaar Turkse overheersing, ondergedoken monniken in onvindbare kloosters in de bergen en de lange strijd voor een eigen Bulgaarse kerk. Over de communisten, die vijftig jaar lang de kerk aan banden legden, maar er niet in slaagden het geloof van de Bulgaren te breken.

De boodschap is simpel: als iets ons als natie bij elkaar hield in deze nare tijden van buitenlandse overheersing, dan was het de kerk. Logisch dat Dantche Ivanova de kerk ,,van groot belang voor de Bulgaarse traditie'' noemt en dat Mariana Ilieva zegt dat het ,,een anker naar onze roots'' is. Ze zitten samen in het bestuur van de eerste Bulgaarse kerk in Nederland. Afgelopen zondag was de feestelijke opening.

Een klein vierkant gebouw in het centrum van Den Haag. Witte muren, eenvoudige inrichting, een paar iconen aan de wand. Het gebouw lijkt in niks op een typische Oost-orthodoxe kerk – die zijn van onder tot boven volgeschilderd met heiligen. Maar geen van de tweehonderd aanwezige Bulgaren stoort zich daaraan. Het is bomvol, er zijn veel jongeren met leren jassen. De helft staat buiten te roken.

De Bulgaarse gemeenschap in Nederland is klein, zo'n 1.500 mensen. Musici, IT'ers, studenten, schilders, zakenlui en partners van Nederlanders. Een Bulgaars restaurant is er niet, ze ontmoeten elkaar af en toe op een receptie op de ambassade. Maar nu dan een eigen kerk – dat is iets anders, veel beter dan zomaar een sociale bijeenkomst.

,,Ik woon al tien jaar in Nederland, maar in mijn hart en mijn dromen blijf ik Bulgaars'', zegt Geri Gergovna. Ze heeft geblondeerde krullen en draagt een lange jas met bontkraag. ,,En de kerk is onderdeel van mijn cultuur. Het is voor mij iets heel groots dat we hier nu een eigen kerk hebben. Wij zijn met zo weinigen hier!''

Binnen zingt een koor Bulgaarse psalmen. Er wordt gebeden en priester Rumen Kalaidjiev – grijze baard, gekleed in een rood met zilver gewaad – deelt op het eind van de dienst hosties uit. De bezoekers kussen zijn hand en het kruis dat hij draagt.

Maar het gaat niet om de religie. Een bezoek aan de kerk is even thuiskomen. ,,Een manier om de spirituele band met Bulgarije te behouden'', zegt ambassadeur Kamen Velichkov. Samenkomen tijdens de grote feestdagen, of op zondag even een kaars branden en denken aan thuis.

De eerste Bulgaren kwamen honderd jaar geleden naar Nederland. Waarom duurde het zo lang totdat een eigen kerk werd opgericht? De gemeenschap is klein, er was geen geld en de Bulgaren konden (en kunnen) hun heil elders zoeken. Oost-orthodox, dat zijn Russen, Grieken en Serviërs ook. Ze kunnen dus bij elkaar op bezoek in de kerk. Griekse kerk in Amsterdam? Op een Oost-orthodoxe feestdag hoor je er Bulgaars, Servisch en Russisch. De liturgie is hetzelfde, hun kerken thuis zien er een beetje hetzelfde uit.

Maar toch. De taal van de dienst verschilt, het is leuker om `onder elkaar' te zijn. Toen de Bulgaarse priester Rumen Kalaidjiev in mei vorig jaar op een receptie van de ambassade was, werd hem dan ook gevraagd: `Vader Rumen, waarom hebben wij geen eigen kerk?'

Dat was eigenlijk een beetje het startschot, zegt Ilieva. De priester regelde een aanstelling op de ambassade, Ilieva ging samen met anderen op zoek naar een locatie. Het gebouw dat zij vonden deed de afgelopen vijftig jaar dienst als kerk van de Wit-Russische gemeenschap in Nederland. Ze betaalden dertig gulden huur per maand, maar op het eind waren ze nog maar met zijn tienen. De jongste was 75 jaar. Het was niet meer vol te houden en de Wit-Russen wilden de ruimte wel overdragen aan de Bulgaren. Na onderhandelingen met de gemeente Den Haag mocht dat, al ging de huur omhoog tot bijna zeshonderd gulden per maand.

En dat is een probleem voor de Bulgaren. Het Bulgaarse ministerie van Buitenlandse Zaken draagt eenmalig vierduizend gulden bij, de ambassade heeft een icoon van Cyril en Methodius geschonken. Maar verder moeten de inkomsten komen uit donaties en de verkoop van kaarsen. Bulgaren in Nederland kregen een brief met een verzoek geld te storten. Tijdens de eerste dienst ging een mand rond en werd flink gedoneerd: tientjes, briefjes van 25 gulden. ,,Nu kunnen we weer een paar maanden huur betalen'', zegt Ilieva. ,,Maar als de Bulgaarse gemeenschap wil dat wij blijven bestaan, zullen ze moeten blijven bijdragen.''