Een nieuwe toekomst voor de winkelrevolutie

Het luxe-goederenconcern LVMH verwerft het Parijse warenhuis La Samaritaine – ooit de ikoon van het nieuwe winkelen, nu een verlieslijdend consumentenmuseum.

Ooit waren er, op de tweede verdieping van de annex aan de Rue de la Monnaie, apen te koop. Daar ging je naar kijken, heimelijk beseffend dat het geen pas gaf: apen in een warenhuis. Ik heb op dezelfde afdeling, waar nu zelfs geen hondjes meer te vinden zijn, nog eens een kip gekocht, met een blauw-zwart verenpak, die ik cadeau deed aan een vriendin.

Rosa heette ze – die kip. La Samaritaine: uit nostalgie doe ik er nog wel eens boodschappen, maar het in 1870 opgerichte warenhuis dat in de nadagen van de Second Empire het begrip winkelen van een nieuwe dimensie voorzag is nu toch vooral een onoverzichtelijke doolhof waarin zowel personeel als de gezochte koopwaar slechts moeizaam te traceren valt.

Gelegen tussen de Seine en de Rue de Rivoli, het hart van Parijs, waar eigentijdse `concepten' als Marks & Spencer, Gap, H&M en Zara zich genesteld hebben, is La Samaritaine rots in de branding van de oudere habitué. Hier ziet men nog kromgetrokken oude vrouwtjes en mannetjes twee bananen in hun boodschappentas-op-wielen stoppen, om hun aankoop vervolgens met trillende vingers af te rekenen bij een heel wat bitsere kassajuffrouw dan toen ze nog rechtop liepen. De verliezen die het warenhuis in de loop der jaren leed – tot honderd miljoen gulden, bij een omzet van toch nog 500 miljoen – kunnen zij niet goedmaken.

Toch heeft de luxe-groep LVMH van Bernard Arnault het oog laten vallen op La Samaritaine, vernoemd naar de pomp op de Pont-Neuf die de dorstige voorbijganger tussen 1609 en 1813 daadwerkelijk van water voorzag. LVMH verwerft eerst 51 procent van de aandelen, nu nog in handen van president-directeur Georges Renand, personeel en de Stichting Cognacq-Jay, die sinds 1925 het leeuwendeel beheert. Op termijn wil LVMH 67 procent. De geschatte waarde van het warenhuis, 1 miljard gulden, wordt niet in de laatste plaats bepaald door de 50.000 vierkante meter vloer op een van de duurste locaties van de Franse hoofdstad. LVMH verkeert ongetwijfeld in het vertrouwen dat La Samaritaine net zo winstgevend is te maken als het eerder opgekochte Bon Marché, waarvan de omzet in vijf jaar met 30 procent (tot bijna 600 miljoen gulden in 1999) is toegenomen.

Hoe verlieslijdend La Samaritaine ook is, de jaarcijfers zijn duizelingwekkend in het licht van het bescheiden begin. Op 21 maart 1870 kocht ene Ernest Cognacq (1839-1928) een winkelpandje van zes bij acht meter, op de hoek van rue du Pont-Neuf en Rue de la Monnaie. Samen met zijn vrouw Louise Jay, aanvankelijk verkoopster in de zeer chique winkel Belle Héloise, bedenkt hij een hypermoderne, revolutionaire winkelformule, nu zo ingeburgerd dat het lijkt alsof het altijd zo geweest is: afdelingen die in elkaar overlopen, vermelding van de prijzen, afschaffing van het loven en bieden en van de barrière tussen klant en koopwaar, de toonbank, en invoering van de mogelijkheid tot ruilen en zelfs terugbrengen van het gekochte. Wat je noemt een belle époque.

Aankoop van belendende pandjes, die een kruip-door-sluip-door-situatie tot gevolg had, heeft zonder twijfel bijgedragen aan de ideëenrijkdom van het echtpaar Cognacq-Jay. In 1904 begon de bouw van het, nu op de monumentenlijst prijkende, grote warenhuis. Architect Frantz Jourdain ontwierp het, in de optimistische industriële stijl van die jaren. Gietijzer en glas vormden samen met de voorgeschreven pierre de taille, grote steenblokken, het hoofdbestanddeel.

De ornamentatie was vanzelfsprekend in art nouveau-stijl, zelfs het ijzeren geraamte is tot op heden voorzien van weelderige bloemmotieven. Er kwamen gerenommeerde houtbewerkers (Janselme), beeldhouwers (Monot), keramisten (Bigot) en fresco-schilders (Francis Jourdain, zoon van de architect) aan te pas. Een vijf verdiepingen hoog atrium, omringd met gietijzeren trappen en zelfs een lift bezorgden de nieuwbouw een sfeer van luxueuze ruimte. Het panorama op de tiende verdieping is nog altijd een toeristische trekpleister.

Uitbreidingen met winkel 2, 3, en 4 volgen vanaf 1930. Het echtpaar Cognacq-Jay is dan al gestorven, kinderloos. Het had in 1914 een ook al revolutionair systeem van winstdeling voor het personeel ingevoerd, een stoffige tentoonstelling op de tiende verdieping getuigt van hun goede werken. Hun uitgebreide kunstcollectie ging naar een naar hen vernoemd museum, gevestigd in Hôtel de Donon. La Samaritaine kwam in handen van neef Gabriel, die de ikoon van het nieuwe winkelen samen met studiegenoot Georges Renand ging beheren. Diens kleinzoon Maurice Renand verkoopt zijn aandelen nu aan LVMH.